maandag 8 oktober 2007


GEENTE ZILVERLINDE DEEL 2


Een closeup van de enting. Als je de foto vergroot (klik er op) kan je op de meest rechtse knobbel een rood "goedje" zien dat er waarschijnlijk opgesmeerd is vanwege een verwonding aan de bast.

NB. geen verdere berichten of foto's van de boom, want de bladeren waren reeds afgevallen en verdord. De algehele herfstkleur van Lindebomen is napels geel.

GEENTE ZILVERLINDE DEEL 1


























Niet ver van de 2 Trompetbomen kwam ik op de Hekellaan ook deze grote geente Zilverlinde tegen. Hij staat ter hoogte van de zijstraat Van Deventherstraat, dus aan de zuid / oost ? - zijde van de Hekellaan langs een fietspad dat naar het Zuiderpark leidt.

De bovenstammen van deze Zilverlinde zijn geent op de stam van een Gewone Linde. De enting zie je op zowat 1 meter hoogte. De bobbelige vergroeiingen op die hoogte zijn het gevolg van het feit dat het bovenste stuk harder groeit dan het onderste stuk.

De boom is in de loop der jaren behoorlijk onderhouden, want de ovale holte die je op ongeveer 3 meter hoogte ziet is, vermoed ik, een litteken van een afgezaagde zijtak.

De Latijns-wetenschappelijke naam is Tilia Tomentosa. Ze komen van oorsprong voor in de Balkan, Turkije en de Oekraine met als noordelijkst groeigebied Hongarije. Misschien is dat laatste de verklaring voor het feit dat een ander exemplaar, achter de St. Janskathedraal en tegenover cafe De Keulse Kar, in de volksmond Hongaarse Zilverlinde genoemd wordt. Of is het toch een kruising (cultivar) die echt zo heet ?

zondag 7 oktober 2007


TROMPETBOOM DEEL 4


Een peulvrucht van de Trompetboom. Ik heb deze van de boom geplukt en is bij lange na nog niet rijp. Ze blijven namelijk de hele winter in de boom hangen. In deze vorm lijkt het net een reuzachtige spercieboon. In Amsterdam wordt ie vanwege de gelijkenis ook wel Palingboom genoemd.

TROMPETBOOM DEEL 3


De stam ziet er nogal ruw en schilferig uit. Als je er eenmaal op gaat letten hebben meer bomen dan alleen de plataan dat. Later deze week nog een voorbeeld van een boomsoort die dat heeft.

TROMPETBOOM DEEL 2



Het blad op deze foto is van gemiddelde grootte, zo'n 21 centimeter, gerekend langs de hoofdnerf en de steel niet meegerekend. Er zaten nog veel grotere bladeren aan de boom.

TROMPETBOOM DEEL 1



Ik ben vanmiddag weer op pad geweest met dit prachtige weer. Ik heb een viertal bijzondere bomen gefotografeerd. Ik zal 1 boom per dag behandelen, ook ieder weer in diverse delen. Om te beginnen dus de Trompetboom. Er staan 2 exemplaren op een brede stoep vlakbij waar ik vroeger woonde. De hoek van de Bethaniestraat en de Baselaarstraat.
Aan de rechterkant van de linkse boom zijn de peulvruchten te zien (zie ook volgend bericht en foto).

Het zijn zeer opvallende bomen, met name door de sensationeel grote lichtgroene bladeren (zie volgende bericht). Opvallend zijn ook de vruchten in de vorm van lange peulen en het feit dat ze een erg brede kroon hebben in verhouding tot hun hoogte. De boom ontleent zijn naam aan de vorm van de bloemen. Trompetboom is een familie naam van bomen, geen soortnaam (Bignoniaceae familie). De diverse soorten hebben verschillende kleuren bloemen. Verdere determinatie zal dus moeten wachten tot komend voorjaar.

Deze boomfamilie is afkomstig uit de zuidelijke delen van Noord-Amerika en Oost-Azie. In Nederland zijn de bomen via Engeland uit China geimporteerd.

zaterdag 6 oktober 2007


HERFST KLEUREN (DEEL 3)

Welke klimplant is dit ?


Een foto weer van An van een klimplant die tegen haar schutting in haar achtertuin groeit. De foto is vandaag gemaakt maar de plant vertoont al een week lang deze kleuren. Ik ken de plant wel degelijk maar weet niet de preciese soort. Als ik me goed herinner zijn de bladeren erg dun en kan je er bij fel tegenlicht zowat doorheen kijken. De grootte van de bladeren kan wel zo groot zijn als een gespreide hand. Wie weet kan An dat bevestigen.

Volgens mij is het 1 of andere Wingerd soort, maar welke ? Bij mijn eigen berichten over herfstkleuren plaatste ik foto's van de Valse Wingerd in mijn eigen tuin. Die vertoont dezelfde kleuren maar de bladeren zijn toch wat anders. Een blad bestaat daarbij uit 5 bladdelen, en bij deze is het 1 blad dat wat lijkt op die van enkele Esdoorn boomsoorten, maar ook op die van de Wijnstok, waaraan zoals ik al in een eerder bericht schreef naaste familie is.

Als het al een Wingerd is dan is het de bekendste Wingerd die ik al van vroeger ken. De Valse Wingerd ken ik pas sinds enkele jaren uit mijn eigen tuin. Bij die Nederlandse naam zou je ook verwachten dat het helemaal geen Wingerd is of er geen familie van is, maar dat is dus wel degelijk zo. Er is ook een Wilde Wingerd, en die naam is al even bedriegelijk want dat suggeert haast weer dat het een inheemse soort is. En geen van beide zijn inheems, maar er bestaan weer wel diverse cultivars / kruisingen Het zijn allebei ingevoerde sierplanten en intussen ook verwilderd. Het over het algemeen zo betrouwbare http://www.wilde-planten.nl/ beweert zelfs dat de Wilde en de Valse 1 en dezelfde soort is maar daar geloof ik eerlijkgezegd niks van.

En sorry dat ik het schrijf (aan wie dan ook), zoals zo vaak bakt de Nederlandse Wikipedia er ook weer niks van :( Die tonen vaak alleen de bloem van een plant of een struik of boom in zijn geheel. Heb je ook niks aan, tenminste niet als je het zo precies wilt uitzoeken als wij :)

En dan heb je nog Google :) Die vindt vooral 1001 lagere scholen die De Wingerd heten :)

Vandaar dus maar weer eens de hulp inroepen van lezers van deze blog :)

VRAAG / VERZOEK:
Weet iemand welke klimplant dit is ?

GRAAG VIA "reacties" ONDERAAN HET BERICHT

vrijdag 5 oktober 2007


SLAKKENSOORT NU BEKEND

De Kleine Wijngaardslak of Segrijnslak

Een poosje terug had ik een door An gemaakte foto geplaatst bij een bericht over Huisjesslakken en daarbij een vermoeden uitgesproken dat het wel eens een klein exemplaar van de Wijngaarslak zou kunnen zijn. En ja ik weet ook wel dat die groter kunnen zijn en uit Zuid Europa komen, maar ze zijn intussen ook in Nederland verwilderd en het had even goed een jonkie kunnen zijn. Ik vroeg ook om suggesties en er kwamen vier reacties met andere speculaties. Maar zover bleek ik er dus toch niet naast te zitten, want het blijkt de Kleine Wijngaardslak te zijn, ook bekend als Segrijnslak. In Latijns-wetenschappelijke termen de Cornu Aspersum en vroeger Helix Aspersa genoemd. Ook deze slak is niet inheems en is vanuit Zuid Europa hiet terechtgekomen via import van planten en groenten. Dit is ook het soort slak zoals ik ze van vroeger ken van de tuin in Zeeland. We hadden er soms heel veel, het was haast een plaag, en mijn moeder trapte ze dood met haar voet en ze droeg dan klompen en zoals An ook al in een reactie schrijf over het (per ongeluk) doodtrappen van naaktslakken hoor je dan een geluid, in het geval van een huisjesslak dus "kraak-spletz". Akelig om te zien en horen, maar ze waren werkelijk een plaag en vraten veel van de groente in de moestuin op, dus echt protesteren deed ik niet. Alles liever dan slakkengif gebruiken !

Ook heb ik eens een keer waargenomen dat een Merel zo'n slak bij zijn lijf te pakken kreeg (nog voordat de slak zich terugtrok in zijn huisje en het "deurtje" dichtdeed) en em dan in zijn bek meenam naar een tegelpad en net zo lang met het slakkenhuis op het steen sloeg tot de schelp openbrak en de Merel em kon oppeuzelen.

Iets soortgelijks doen ook Kokmeeuwen aan de kust met dijken met de grote zeeslak de Wulk. Het huis van de Wulk is veel dikker en harder en natuurlijk zijn ook Kokmeeuwen groter dan Merels maar het principe is hetzelfde. Die Meeuwen vingen dan de slak bij laag water als ie buiten zijn huisje was met zijn lichaam en de Kokmeeuwen gingen er dan mee de lucht in en lieten de Wulk vallen op de basaltblokken van de dijk, hopend dat ie zou openbarsten en indien dat niet bij de eerste keer succesvol werd dezelfde methode herhaald.

Kokmeeuwen zijn echte survivors, net als Blauwe Reigers en zich intussen zo aanpassen aan de stedelijke omgeving en het eetgedag van mensen dat ze liever brood, friet en frikandellen eten. Ik ben blij dat ik nog het echte natuurlijke eetgedrag zelf geobserveerd heb vroeger, ik heb ook wel eens reigers kikkers zien vangen of kleine visjes. Heerlijk om te zien !

Maar ik dwaal af en dreig te nostalgisch te worden.

N.B. Dank aan J. die me via foto's uit zijn tuin attendeerde op het huisjesslakken soort per email i.p.v. via een reactie. Helaas kan je op een blog geen reacties plaatsen met een foto erbij, en anderzijds had ik ook zelf al aangekondigd op het slakkensoort terug te komen, bij deze dus :)

donderdag 4 oktober 2007


WREEDHEID TEGEN DIEREN

Een herinnering uit mijn puberjaren

In een reactie werd geschreven over het levend koken van Alikruiken. Dat dat wreed zou zijn. Misschien wel, maar je kan er ook over discussieren of dergelijke "primitieve" dieren wel pijn voelen. Niemand, ook wetenschappers niet, kunnen dat met zekerheid zeggen.

Het meest wrede dat ik ooit meegemaakt heb was niet zozeer vanwege de pijn die het beestje misschien onderging, maar vanwege de totale onnodigheid ervan. Het gaat over krabben, toen ik het meemaakte was ik 15 of 16 ofzo. Nog voordat ik geinteresseerd werd in inheemse planten was ik in hoge mate geinteresseerd in ongewervelde zeedieren zoals weekdieren en kreefachtigen. Ik wist toen al dat kreefachtigen gemakkelijk zonder 1 of meerdere van hun poten kunnen. Ze heten ook wel tienpotigen, of Latijns-wetenschappelijk Decapoda. Ze hebben 8 (loop-)poten en 2 scharen. 1 van die scharen (de kleinste) is de vangschaar en de ander de kraakschaar (de grootste van de 2). Het is danook erg leuk om krabben (en ook kreeften) te zien eten. Ook is het zo dat krabben als ze tijdens gevechten met soortgenoten of door aanvallen voor vijanden een of meerdere van die poten kwijtraken is er niets aan de hand want ze groeien vanzelf weer aan. Verder kent iedereen wel krabben van het strand of van langs dijken, dat zijn over het algemeen strandkrabben, die lopen over het strand en poeltjes en ook over de zeebodem vlak bij de kust. Echt zwemmen kunnen ze niet, hooguit zich laten meedrijven door de stroming / golven. Maar je hebt in de Noordzee ook diverse soorten die zwemkrabben heten. Vrijwel alle Kreeftachtigen hebben aan hun 8 (loop-)poten scherpe punten maar zwemkrabben hebben aan hun achterste potenpaar een soort peddels waardoor ze een beetje kunnen zwemmen. Net al de meeste krabben laten ze zich ook meevoeren door de golven. Dat alles wist ik al voordat ik onderstaande meemaakte.

Maar eerst een aantal links:

Ter illustratie van die "peddels" bij zwemkrabben zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:Liocarcinus_marmoreus_2.png

Het grootste krabben soort dat in de Noordzee voorkomt is de Noordzeekrab die ook gevangen en gegeten:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Noordzeekrab
en
http://www.noordzee.nl/natuur/noordzeekrab.html

Op een najaarsdag mocht ik een keer mee met een vriend en zussen en hun ouders op een zeiltocht met een grote stalen boot vanuit Zierikzee de toen nog open Oosterschelde op waar dus toen nog volop getij was. De boot was niet van die mensen maar mocht geleend worden en ze konden zelf ook niet echt zeilen, dus ging er zo'n typische Zeeuwse zeebonk mee die alles in banen leidde en iedereen instrueerde. Na zo'n 20 km in westelijke richting de Oosterschelde op (dus richting Noordzee) ging het fors waaien en werd er besloten naar de haven terug te keren. Daar eenmaal aangemeerd liep die zeebonk het hele dek af om in hoekjes te controleren op zwemkrabben. Die waren door de flinke golven aan boord gespoeld. In plaats van ze gewoon over boord te gooien pakte ie ze op en draaide alle 10 poten van alle krabben uit met zijn grote kolenschoppen van handen, met een beweging alsof ie een stuk nat textiel uitwringde. En pas daarna gingen ze overboord. Zoals eerder gezegd gaan krabben daar niet van dood maar ze konden dus niet meer lopen of zwemmen laat staan eten. Hoe ze vervolgens aan hun einde kwamen laat zich gissen, hongersdood of zelf prooi geworden.

Ik had NOG een anecdote in dit bericht op het oog in de afgelopen dagen en daar wilde ik een technisch hoogstandje bij plaatsen en dat lukte me niet dus vandaar dat ik het nu pas afmaak en plaats. En toevallig merk ik een uur geleden dat het vandaag weer de jaarlijkse Werelddierendag is en las ik ook dat daarvoor 4 oktober is gekozen ooit omdat de de overlijdensdag was van Francisus van Assisie.

woensdag 3 oktober 2007


PERENRAS "CONFIRMED"

Ik was zojuist bij een supermarkt waar ze zowaar 3 perenrassen verkochten. Qua handperen de "Conference" (die heel langwerpig is) en de "Doyenne du Comice". En ook de stoofpeer "Gieser Wildeman". Die laatste 2 lijken qua uiterlijk veel op elkaar (al is de Gieser iets puntiger). Ik weet nu zeker dat de peren aan de boom in mijn tuin de Doyenne du Comice is. Wel waren de peren in mijn tuin groter dan die in de supermarkt.

zaterdag 29 september 2007


NAAKTSLAK


Hier een door An in haar voortuin gefotografeerde naaktslak. De foto is al van een poosje terug en er zijn sindsdien al meer foto's van de naaktslakken geschoten, maar heb toch voor deze gekozen omdat die het beste een aantal organen toont (lees daarover verderop meer).

Het roze en lichtbruine aan voor- en achterkant onder zijn lichaam zijn afgevallen bloemetjes van Springbalsemien. Zijn slijmspoor is linksboven te zien, haast haaks op zijn lichaam. Hij heeft dus een vrij scherpe bocht gemaakt :)

Het soort is de Gewone Wegslak, of ook wel Grote of Rode Wegslak genaamd. Latijns-wetenschappelijk naam Arion Ater Rufus.

Zoals 1 van de 3 Nederlandse namen al aangeeft zijn ze vaak rood, felrood en zelfs tot oranje toe, maar ook kleuren als bruin, grijsgroen en zwart komen voor.

Qua organen: "het gaatje" aan rechterkant van zijn lijf, achter zijn kop is zijn ademhalingsopening (in het Latijns: pneumostoma). Naaktslakken die op land leven hebben longen, de in zee levende hebben kieuwen. Wat betreft de 4 uitsteeksels op zijn kop: op de bovenste 2 zitten zijn ogen, de onderste 2 zijn tentakels. De ogen stellen echter weinig voor, ze zien niet veel meer dan licht en donker. Beide uitstekende organen op de kop kunnen worden uitgestoken en ingetrokken worden. Eigenlijk geldt dat voor zijn hele lijf en daarom is de grootte ook lastig aan te geven. Maximaal (in totaal "uitgerekte"versie) tot wel 20 cm. Het exemplaar op de foto is dus juist in de "ingetrokken" versie van het lichaam en meet ongeveer 7 cm. Via dat uitrekken en intrekken bewegen ze zich voort. In "ingetrokken" versie zijn ze dus kort en koddig dik. Als ze zich uitrekken lang en slank, en als ze zich bedreigd voelen rollen ze zich op tot een "balletje" om hun kwestbare onderkant te beschermen. Haast vergelijkbaar met egels :)

Het lichaam van slakken is heel waterig. De slijmerige huid zorgt er voor dat ze niet uitdrogen. De belangrijkste functie van het slijm is echter voor hun voortbeweging. Het plaveit hun weg min of meer, waardoor ze zich al glijdend gemakkelijk over het substraat kunnen voortbewegen. Als ze zich verticaal
willen voortbewegen, wat meer grip vereist dan horizontaal bewegen, wordt een ander soort slijm afgescheiden. Naast het vochtgehalte zijn slakken ook zeer gevoelig voor andere omgevingsinvloeden zoals temperatuur, lichtintensiteit en met name het zoutgehalte omdat dit van zeer grote invloed is op de vochthuishouding van hun waterige lichaam. Je zal naaktslakken daarom overdag weinig zien. Ze houden zich dan het liefst op op vochtige en beschutte plaatsen en afentoe komen ze tevoorschijn na een regenbui of bij extreem hoge luchtvochtigheid en op bewolkte dagen. Voor de rest zijn het nachtdieren. Bekend zijn hun slijmerige sporen die ze 's-nachts achterlaten en die je dan vroeg in de morgen nog vers kan aantreffen nadat ze zichzelf alweer hebben teruggetrokken.

Ze kunnen als ware veelvraten veel schade aanrichten in met name moestuinen want ze eten vooral kruidachtige planten, niet van heesters of bomen. Slakkengif is erg slecht voor de voedselketen want ze zijn zeer geliefd als voedsel bij veel diersoorten, met name vogels. Ik heb wel eens gehoord dat je slakken (ook huisjesslakken) gedurende hun nachtelijke tochten kan vangen door een potje in de tuin in te graven met de bovenrand ervan gelijk aan het grondoppervlak en daar vers bier in te doen, ze komen op de geur ervan af, kruipen er in en verdrinken vervolgens. Of de alcohol daar ook nog een rol bij speelt is me onduidelijk, dus of het niet toch een vorm van vergiftiging is die moet doorgaan voor biologisch ? Misschien is het ook wel een broodje aap uit de 70ies. Ik weet het niet, ik heb er geen ervaring mee. Ik heb het alleen van horen zeggen.

Huisjesslak


Deze huisjesslak is vandaag gefotografeerd door mijn nicht An in haar voortuin in Schagen.

Door de grootte (3 a hooguit 4 cm) van het slakkenhuisje en ook de vorm, tekening en aantal "draaiingen" vermoed ik dat het een Wijngaardslak is, maar ik weet het niet absoluut zeker. Zodra ik dat weet zal ik een apart bericht schrijven over die soort.

Eerst iets over slakken en landslakken in het algemeen want weinig mensen weten tot welke groep dieren in het dierenrijk ze behoren en ook hoe hun organen enzo in elkaar steken en ze zich tot andere "lagere" dieren verhouden.

Slakken is de meest gangbare naam maar de officiele naam is Buikpotigen, vanwege de gespierde onderkant waarmee ze kruipen ("lopen"). Hun lijf wordt ook wel hun "voet" genoemd. Slakken zijn een biologische 'stam' uit de biologische 'klasse' der Weekdieren. Weekdieren heten zo omdat hun eigenlijke lichaam "week" is. Naast de 'stam' Slakken zijn andere weekdier stammen de Tweeschelpigen (zoals wel die van het strand kennen) en Inktvissen. Het lichaam van Slakken en Tweeschelpigen (ook wel bekend als Mosselen, al is dat ook een naam voor een specifiek aantal soorten Tweeschelpigen. Het is eigenlijk iets wat bij hogere dieren een soort scelet is. Bij Tweeschelpigen is het een exo scelet (extern scelet). Zoook bij Landslakken. Bij in water levende slakken weer niet altijd. Maar je hebt ook Naakslakken die helemaal niets hebben van dien aard. De meeste Inktvissen hebben een interne schelp. Die heb je misschien wel eens op het strand gevonden. Langwerpige gevallen met een harde bovenlaag en daaronder een zachte kalklaag die vaak als voer opgehangen wordt in kooitjes van kanaries en parkieten. De meeste Inktvissen hebben 10 armen, een aantal andere Inktvissen (de Octopussen) hebben maar 8 armen (vandaar ook de naam) en die hebben weer geen scelet. Heel divers en ingewikkeld allemaal. Het enige wat alle Weekdieren gemeen hebben is het soort zenuwstelsel, de bloedsomloop en de ontwikkeling van het embryo. Daarnaast zijn er vooral veel verschillen.

Vanaf hier beperk ik me tot de Slakken. Ten eerste heb je huisjesslakken en naaktslakken. Beide leven zowel op het land als in het water. Tweeschelpigen en Inktvissen alleen in het water. Inktvissen zelfs alleen in zout water (zee).
Het leeuwendeel van alle slakken leven in het water en het merendeel daarvan weer in zee. Er bestaan in verhouding maar relatief weinig landslakken.

Verder heb je slakken die 2 geslachten hebben maar veelal zijn het hermafrodieten, d.w.z. ze hebben zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Slechts enkele soorten kunnen zichzelf bevruchten maar dit heeft als nadeel dat er geen uitwisseling van genen plaatsvindt.

Weer iets waarin sommige soorten slakken zich van elkaar onderscheiden is hun ademhaling, sommigen ademen via longen, andere weer via kieuwen. Ik kom daar in een volgend bericht op terug.

Nog iets wat varieert per soort is de draaiing van het huisje, dat is OF linksom OF rechtsom maar er zijn ook weer soorten waarbij beide voorkomt.

Landslakken met huisje kunnen meer dan 1 jaar oud worden en de winter overleven. Ze zoeken dan een beschutte plek en als hun lijf zich geheel in het huisje terugtrekt sluiten ze het af met een soort dekseltje, waarvoor ook een wetenschappelijke naam bestaat die ik niet bij de hand heb.

VRAAG / VERZOEK (2 zelfs):
- Weet iemand die wetenschappelijke naam van dat dekseltje ?
- Is het soort op bovenstaande foto de Wijngaardslak ('Escargot') ?

Graag via "reactie" onderaaan dit bericht.

ETYMOLOGIE: BOEK <-> BEUK































In een reactie op het BEUKEN BOMEN DEEL 2 bericht werd geschreven over het feit dat het woord "boek" etymologich afgeleid is van het woord "beuk". Een bron was er niet bij vermeld en dat bewoog mij er toe mijn eigen Etymologisch Woordenboek eens uit de kast te halen. Ik kijk er zelden in terwijl ik het boek al sinds 1977 heb. Het is de allereerste editie in grote gebonden vorm uit 1971, uitgeverij E.J. Brill uit Leiden. Auteur: Jan de Vries die allang dood is en die 2 levenswerken heeft achtergelaten: dit woordenboek en de vertaling van het oude middeleeuwse IJslandse sagenboek de Edda.

Omdat ik geen zin had het hele verhaal over te typen, hierbij een scan. Klik op de afbeelding voor een beter leesbare versie.

vrijdag 28 september 2007

HERFST- E.A. KLEUREN

Closeup van Valse Wingerd & Bonte Klimop































Hierbij een closeup foto van de (Valse ?) Wingerd tegen de wat minder "bewoekerde" rechter schutting. Op deze foto kan je de bladeren wat beter en van dichtbij zien. Rechts ook wat lichtgroene bladeren van jongere ranken en onderaan weer wat oudere en iets donkergroene bladeren.

De foto is ook een beetje bedoeld als visueel grapje en om leken een beetje op het verkeerde been te zetten; in het midden van de foto zie je ook andere kleine blaadjes die wat onscherp zijn. Donkergroen en lichtgeel gevlekt. Die zijn van de Bonte Klimop, en dat zijn geen herfstkleuren. Net als de Klimop die iedereen kent zijn de bladeren het hele jaar "groen" of beter gezegd de plant verliest zijn bladeren in de winter niet. De Bonte Klimop groeit ook niet in mijn eigen tuin, of beter gezegd: de wortels van de plant staan niet in mijn tuin. De takken / ranken van de plant groeien vanaf de buren mijn tuin in. Ik zal er komende winter nog wel eens betere foto's van maken en er over schrijven.

EERSTE HERFSTKLEUREN

(Valse ?) Wingerd in mijn tuin (tegen achterste schutting)


Een foto van vandaag van de bladeren van de Valse Wingerd tegen de schutting aan de achterzijde van mijn tuin. Ik doel op de plant met de kleine gele en rode blaadjes, een van de eerste struiken die in het najaar fraaie herfstkleuren toont. Ik vermoed dat het een cultivar is, want de bladeren zijn veel kleiner dan dat ik ze van vroeger gewend ben. Jonge blaadjes zijn heel lichtgroen (haast met een geel zweem) en hoe groter de bladeren worden hoe donkerder groen ze worden. De plant die ook wel Wilde Wingerd genoemd wordt is denk ik de non-cultivar die veel grotere bladeren heeft. Pas als takken groter worden verhouten ze. Ze staan bekend als klimplant maar de cultivar hier gaat pas klimmen als ie een hek, schutting of boomstam tegenkomt. In mijn tuin kruipt ie ook heel erg, als een ware woekeraar en kan meterslange ranken vormen. Het is ook een erg snelle groeier, bij wijze van spreken zou ie binnen een dag tijd je keuken binnen groeien als je de deur zou laten openstaan. Via een kier onder de schuurdeur heeft ie dat al geflikt. De plant komt van origine uit Noord-Amerika en is hier pas in de 19e eeuw ingevoerd. Latijns-wetenschappelijk naam: Parthenocissus inserta. De algemene Nederlandse naam Wingerd is een verkorting / verbastering van woord wijngaard en inderdaad is het naaste familie van de Wijnstok.

Meer info over de diverse soorten en cultivars, zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Wingerd

maandag 24 september 2007


TRIVIA OVER PLANTEN

Bonifatius en het kappen van "heilige" eiken

Bij het eerste bericht over Eiken schreef iemand al een reactie, die ging over Eiken in oude voor-Christelijke culturen en godsdiensten.

Ik wilde daar zelf ook al over gaan schrijven maar heb al flink wat materiaal liggen en wil boomgeslachten per soort behandelen en ook een bepaalde volgorde aanhouden. Ook wil ik geen 10 berichten per dag plaatsen dus vandaar doe ik het pas nu, en dit is pas een deel 1. Er zal nog wel meer van dit soort berichten volgen :)

Bonifatius en het kappen van "heilige" eiken

In voor-Cristelijke tijden werd bij veel Germaanse en aanverwantte volkeren in Noord West Europa de Eik als een heilige boom gezien. Vanuit een soort van sjamanitsiche, animistische wereldbeschouwing / natuurgodsdienst die door het Christendom als heidens bestempeld wordt. Onzin in mijn ogen en en zeer zeker ook 1 van de grootste oorzaken waardoor het oerlandschap in Europa door de mens zelf om zeep is geholpen. Bepaalde Germaanse stammen associeerden een bepaalde godheid uit hun godenwereld met bomen. Zo werden er ter bestrijding veel van die bomen gekapt en de beroemdste is wel de Donareik. Een van de vele eiken waarvoor de vroege Engelse missionaris Bonifatius (ook wel gespeld als Bonifacius) verantwoordelijk kan worden gehouden, zie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bonifatius_%28heilige%29#De_Donareik
en
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:Donareik.jpg

40+ers hebben misschien nog wel op school geleerd dat Bonifatius daarvoor vermoord werd bij het Friese Dokkum in 754 (hij was toen al 79 jaar oud). Of het wel in Dokkum was of elders bestaat twijfel over en ook over zijn dood. Zie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bonifatius_%28heilige%29#Bonifatius.27_dood

Over de vraag of ie wel echt vermoord is bestaat tegenwoordig twijfel. Wellicht is ie voor een primitief gerecht der Friese Germanen gedaagd voor heiligschennis (het kappen van heilige bomen) en daar niet komen opdagen. Volgens het Fries-Germaanse recht was niet komen opdagen het toegeven van schuld en op heiligschennis stond de doodstraf. Zie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bonifatius_%28heilige%29#Dood_door_terechtstelling.3F

Hoe dan ook, de kerk van Rome waardeerde hem wel en verklaarde hem tot martelaar en heilige. Maar het Christendom heeft in 2 millenia wel meer van onze originele cultuur en natuur verpest danwel vernietigd. Tot op de dag van vandaag leren we dat de hele Westerse civilisatie afstamt van de Grieken en Romeinen (en een beetje van de Egyptenaren) maar bovenal te danken is aan het Christendom. Desondanks sijpelen er van die voor-Cristelijke tijden nog steeds wel tradities en overblijfselen door.

zondag 23 september 2007


EIKEN BOMEN DEEL 8

Blad Zomereik


Ik heb al eerder geschreven over de Zomereik, n.l. over de Zomereiken in de Heinis. Ik plaatst toen alleen een foto van de eikels. Hierbij een blad van de Zomereik. De lobben ervan zijn zeer onregelmatig, maar de inkepingen van het blad zijn altijd "bol". Net als die van de inheemse (maar veel zeldzamer) Wintereik. Ook daarvan zijn de inkepingen "bol" maar die hebben veel meer lobben en bovendien zijn de twee bladhelften (t.o.v. de hoofdnerf) volkomen symmetrisch.

De twee andere Eiken soorten in Nederland die van origine beide uit Amerika komen, de Amerikaanse Eik en de Moeraseik hebben juist "holle" inkepingen.

EIKEN BOMEN DEEL 7

Closeup foto's van de holle stam van de Knoteiken


Hierbij nog een dubbelfoto. Beide wat meer closeup en waarop de holle stam van de boom goed te zien is. Op de rechter foto, echt het binnenste. In het midden bovenin een oud spinnenweb waarin meer kleine vermolmde miniscule "korreltjes" dood eikenhout te zien zijn dan insekten :)

Alle 4 de foto's (2 x 2 foto's) zijn van dezelfde boom. Het enige exemplaar ook waar je goed bij kunt komen. Voor de andere exemplaren moet je door een "oerwoud" van Bramen en Varens enzo "waden" :)

Zoals alle foto's op deze blog zijn de foto's klikbaar en dan krijg je een uitvergroting te zien. Omdat dit dubbelfoto's zijn heb ik ze extra groot gemaakt: qua breedte: 1024 pixels. Op de uitvergroting kan je op het linkerdeel van de dubbelfoto aan de bladeren zien dat het echt Eiken zijn, en geen Knotwilgen.

In het volgende bericht een closeup foto van een blad van de Zomereik, het eigenlijke biologische soort.

EIKEN BOMEN DEEL 6

Knoteiken net buiten de stadsgrens


Met dit bericht maak ik een uitzondering op de regel dat deze blog gaat over NATUUR IN STEDELIJKE OMGEVING. Dit bericht gaat niet over natuur binnen de bebouwde kom maar er net buiten. Wel in de omgeving van de stad maar dus net niet IN de stad. Maar het bericht past wel in het rijtje berichten over Eiken bomen en wel omdat het over heel unieke Eiken gaat. N.l. Eiken die geknot werden. Iedereen kent natuurlijk wel Knotwilgen waarvan de tenen werden gebruikt voor waterwerken, het vlechten van houten manden en in Zeeland ook als brandhout voor de vroegere ovens van bakkers. Wilgen groeien heel snel en leveren dus veel van dat hout op (de tenen).

Eiken daarentegen groeien veel langzamer en leveren ook veel duurzamer hout op. Het knotten van eiken werd vroeger (tot voor de Tweede Wereldoorlog) veel gedaan in Vlaams Limburg (maar misschien werd het ook elders in Vlaanderen en Nederland wel gedaan). Het hout diende om paaltjes van te maken voor afbakening van weilanden en akkers, en ook werden er stelen voor landbouwgereedschap van gemaakt. Ook hoorde ik van een vriend dat het hout gebruikt werd als brandhout om er spek mee te roken maar dat heb ik nog niet kunnen verifieren.

Ik ken deze bomen op die locatie (gelegen tussen 's-Hertogenbosch en Halder bij St. Michielsgestel) al van 30 jaar geleden en toen waren ze in erbarmelijke staat. Ze werden toen niet meer geknot, en de stam ging op zo ongeveer 2 meter hoogte over in de takken en die waren toen wel 3 a 4 meter hoog en dus topzwaar waardoor de stammen inderdaad openbarsten en door rot en op termijn hol werden. Wat weer goeie schuil-, nest- en overnachtingsplaatsen voor uilen en wie weet ook wel marter-achtigen zijn. Zonder onderhoud sterven dergelijke bomen dan vaak, of ze vallen om, etc.

Voor het eerst sinds vele jaren ben ik er vandaag eens wezen kijken en inderdaad zijn er al een aantal van dood, omgevallen of zwaar gehavend. Intussen wordt het gebied beschermd en beheerd door het Brabants Landschap en aan de exemplaren die er nog wel staan (ik schat zo rond de 15) kan je zien dat ze anno nu weer geknot worden. Eigenlijk zijn de bomen zo het mooist, decennia lang verwaarloosd en flink gehavend en hol. Maar nog net op tijd gered en kern gezond want het stikt er ook van de eikels.

De bomen zijn zeer pittosresk, fotogeniek en erg sprookjesachtig en je zou zo verwachten dat er kabouters in huizen. Bovenin de holte van de boom op de foto zag ik wel een wespennest maar die heb ik maar met rust gelaten (als wespen-foob :)) en ik kon er met de camera ook niet goed bij komen.

Gelukkig staan de bomen niet pal langs de weg, maar achter een bossage waar ook veel braam en varens staan, en eigenlijk ook lager dan de berm en op de rand met een weiland. Eigenlijk vallen ze helemaal niet op als je niet weet waar ze staan. En ik ga ook niet verklappen waar ze precies staan. Wie het precies wil weten, vragen kan altijd.

Omdat de bomen zoals ik al schreef zo fotogeniek zijn en het zulke "mooie plaatjes" oplevert, erg idyllisch en "romantisch" plaats ik nog een extra bericht met dubbel-foto met closeup opnames van de holle stam. Eigenlijk is het haast zo dat alles wat "in verval" "mooi" is. Ruines van kastelen zijn mooier dan de kastelen zelf, idemdito met fabrieken etc. :)

VRAAG / VERZOEK:
Weet iemand iets over het gebruik van het hout om spek te roken ?

GRAAG VIA "reacties" ONDERAAN HET BERICHT

zaterdag 22 september 2007


RECTIFICATIES & EXTRA INFO

RECTIFICATIES

In een eerder bericht over Platanen schreef ik over Westerse Platanen aan de Hugo de Groot Laan en dat dat lei-bomen zouden zijn. Ik was daar onlangs weer in de buurt

2 dingen kloppen niet:
1.) Het zijn geen lei-bomen.
2.) De straat is de Leeghwaterlaan.

EXTRA INFO

En dan ook nog wat extra info over de Gewone Plataan:
a.) Een andere Latijns-wetenschappelijke naam is Platanus Hybrida

b.) Is ook wel bekend als Londonse Plataan (in het Engels: London Planetree)
c.) Sommige beweren dat het geen kruising is maar een afstammeling van de Oosterse Plataan.
d.) Ook wordt beweerd dat ie spontaan ontstaan is in de 17e eeuw. Over het "waar" bestaan twee lezingen:
- In Spanje waar Westere en Oosterse Platanen naast elkaar groeiden.
- In de botanische tuin van de Universiteit van Oxford.

vrijdag 21 september 2007


EIKEN BOMEN DEEL 5

Kapvergunning Moeraseik


KLIK OP DE AFBEELDING VOOR EEN LEESBARE VERGROTING

Hierbij een krantenknipsel scan van de kapvergunning.

Er kan nog tot 23 oktober schriftelijk bezwaar aangetekend worden.

EIKEN BOMEN DEEL 4

Blad Moeraseik


Een kleine week geleden had ik in een huis-aan-huis krantje bij het gedeelte van de Gemeentelijke mededelingen gelezen dat er een kapvergunning was gegeven voor een Moeraseik.

Een Eikensoort dat ik nog niet kende, dus eerst wat research naar gedaan. Ik ben vanmiddag naar die straat gegaan, dus Onderwijsboulevard in het Paleiskwartier pal achter het NS station. Ik wist niet precies waar ik de boom moest vinden, maar zag plots vijf kleine exemplaren staan. De grootste (ongeveer 5 meter) reeds in prachtige rode herfstkleuren en de andere vier (ongeveer 4 meter) nog met groene bladeren en de takken hingen dermate laag dat ik het blad op de foto kon plukken.

De mededeling in het krantje vermeldde dat de te kappen boom was aangetast door zwammen en dat kon ik niet ontdekken. Intussen ben ik getipt over waar die bewuste boom dan wel staat, dus ga ik later nog een keer terug.

De boom is afkomstig uit Noord Oost Amerika, net als de Amerikaanse Eik. Ook het blad van die 2 soorten lijkt wel wat op elkaar. Het blad is echter smaller en dieper ingesneden dan die van de Amerikaanse Eik. De bladeren zijn 7 - 11 centimeter (het blad op de foto is 10,5 cm) exclusief steeltje. In de USA groeit de boom in rivierdalen, maar ondanks zijn naam kan ie niet tegen moerasachtige natte grond, en ook niet tegen kalkrijke grond.

De soort is in eind 18 eeuw in Nederland geintroduceerd en wordt tegenwoordig best veel aangeplant langs straten en in parken en plantsoenen. De vijf exemplaren waarvan het blad afkomstig is staan op een pleintje aan de noordkant van de Onderwijsboulevard en een stukje westelijk van de zijstraat de Leeghwaterlaan.

EIKEN BOMEN DEEL 3

Eikels Amerikaanse Eik


Een aantal al bruine Eikels van de Amerikaanse Eik, dezelfde eik als waarvan ik een foto van een blad en de stam toonde. De eikels zijn ongeveer 1,5 a 2 cm groot en wat ronder dan die van Zomereiken die wat langwerpiger zijn. En ook kleiner dan deze Amerikaanse. Bovendien hebben verse eikels van de Zomereik ribbels. Onder de bomen op de Grobbendoncklaan vond ik geen pas afgevallen en nog wat groenere eikels en net zo min exemplaren die nog aan het napje / "hoedje" vast zaten, dus je zult het voor nu met deze foto moeten doen :)

Ook las ik ergens dat Eikels van Amerikaanse Eik pas rijp zijn na 1 1/2 tot 2 jaar. Ik kan nergens iets vind hoe snel eikels van Zomereiken rijp zijn. Maar de allergrootste vraag is "RIJP VOOR WAT OF WIE ?"

Ik kan me niet voorstellen dat er op de Grobbendoncklaan Eekhoorns zitten en ook een ander verhaal dat ik ergens las vind ik een beetje vreemd: n.l. dat Eiken (in het algemeen) voor hun voortplanting afhankelijk zijn van de inheemse vogel Vlaamse Gaai. Wat die vogels er dan mee doen is ook weer zo'n vraag die bij me opkomt. Want als ze de inhoud ervan opeten kan de eikel niet meer kiemen en ik dacht ook altijd dat Vlaamse Gaaien o.a. eier-eters (etc.) waren ? In ieder geval ken ik de eikels van de Zomereik als zeer kiemkrachtig. Ze schieten vaak al in het voorjaar op als kleine boompjes onder de moederboom maar hebben daar weinig kans om groot te worden, zo dicht bij een andere boom is er weinig licht, voedsel en ruimte om zelf groot en volwassen te worden (een metafoor haast :) ).

donderdag 20 september 2007


EIKEN BOMEN DEEL 2

Blad Amerikaanse Eik


Een afgevallen blad van de Amerikaanse Eik. Gelig en nog redelijk vers. Als ze echt verdorren worden ze rood-bruin. De nog groene bladeren hingen te hoog om ze te kunnen plukken. Ik heb overigens bewust de onderzijde van het blad gefotografeerd omdat aan die zijde de nerven beter te zien zijn. Dit is een blad van gemiddelde grootte.

EIKEN BOMEN DEEL 1 1/2

Algemeen, Amerikaase Eik en overige soorten


ALGEMEEN

Bij de serie berichten over de Beuken aan de Grobbendoncklaan schreef ik al dat er op datzelfde gazon ook Amerikaanse Eiken staan. Latijns-wetenschappelijke naam: Quercus Rubra (of ook wel Quercus Borealis). Ook ditmaal weer 3 berichten met foto over deze soort, en eveneens in dezelfde volgorde: boomstam, blad en vruchten (eikels dus).

Ik schreef al eerder over Eiken, n.l. over de Zomereiken in het binnen de bebouwde kom gelegen natuurgebied de Heinis, (Vandaar dat ik dit DEEL 1 1/2 noem) Zomereiken zijn inheems maar de Zomereiken die ik in 's-Hertogenbosch ken zijn geen echt grote bomen. Ook niet die aan de dijk langs het Drongelens (afwaterings-) Kanaal. Op de recent toegevoegde link "Bomen in 's-Hertogenbosch" wordt alleen gesproken over Eiken, Beuken, Lindes, Platanen etc. zonder soortnamen te noemen (uitzonderingen daargelaten). Waar er in de stad heel grote Zomereiken staan weet ik niet.

Als ze heel groot worden dan kan de takkengroei een vrij grillige structuur hebben. Die zijn vooral bekend van 19e eeuwse romantische schilderijnen van de Nederlandse schildersfamilie Koekoek. Dit schilderij is een mooi voorbeeld van wat ik bedoel en is van Marinus Adrianus Koekoek (1807 - 1868). Hoe het heet, uit welk jaar het stamt, etc. is mij niet bekend. Laten we maar zeggen als JPG reproductie "public domain":

OVERIGE SOORTEN

Er betaan vele soorten Eiken maar alleen de Zomereik en de Wintereik zijn van origine inheems in Nederland. De Wintereik is veel minder algemeen dan de Zomereik, haast zeldzaam en alleen te vinden op door natuurbeschermingsorganisaties beschermde landgoederen. Zuid Europese soorten zijn o.a. de Kurkeik, Moseik, Hulsteik en Steeneik. Twee soorten die in Nederland voorkomen en van origine uit Noord Oost Amerika komen zijn de Amerikaanse Eik en de Moeraseik. Op die laatste hoop ik in de komende dagen terug te komen.

AMERIKAANSE EIK

Amerikaanse Eiken zijn vrij statige monumentale bomen die wel tot 25 meter hoog kunnen worden (Zomereiken worden wel tot 30 meter). In Nederland is ie intussen ook vrij algemeen "ingeburgerd". Ze worden nogal eens in parken aangeplant maar je kan ze ook tegenkomen in echte loofbossen, maar hoeveel echte loofbossen kent Nederland nog ? Bijna alles is aangeplant (vooral in steden natuurlijk), bedoeld voor kap en veelal gemengd bos of naaldbos. Vooral bossen met slechts 1 soort naaldbomen vind ikzelf oersaai ! :)

woensdag 19 september 2007


BEUKEN BOMEN DEEL 3


Ik heb dus op de grond onder de boom geen dichte bolsters gevonden. Ik weet ook niet zeker OF ze wel "dicht" van de bomen afvallen ?
Misschien vergis ik me en dat we ze als kind zo bemachtigden door stokken in de kroon te gooien om ze zo uit de boom te doen vallen. Wel herinner ik me dat ik als kind bolsters openmaakte om de nootjes te bemachtigen. Anno nu kan je dat vandalisme noemen maar vroeger was het bij kinderen zeer populair, ook bij Kastanjebomen. Misschien doen kinderen het nog steeds wel ?

De inhoud van de nootjes is eetbaar. Als er uberhaupt sprake is van een inhoud want vaak zijn ze leeg. Ik hoorde laatst het verhaal dat er slechts 1 x per 7 jaar iets in de nootjes zit, maar of dat waar is, en waarom zou ik niet weten. Ik heb een paar van de nootjes open gemaakt en daarin zat zeker iets eetbaars.

In een reactie op het eerste bericht over Hazelaar bomen werd geschreven dat de inhoud van beukennootjes een gif bevat, maar de giftigheid daarvan valt reuze mee hoor. Dat is alleen zo als je heel verse eet (en in grote hoeveelheden) want als je ze een tijdje laat drogen is er niks meer aan de hand.

Verder heb ik vroeger vele pogingen gedaan om door nootjes te zaaien zelf Beuken boompjes te kweken. Ten eerste is het maar de vraag of er dus iets in de nootjes zit en ze dus wel kiemen. Als ze kiemen komt er een plantje uit met 2 kiembladeren (waaraan je zoals bij zoveel planten niet eens kan zien van welke soort plant ze zijn). Hoger dan een paar centimeter en die twee blaadjes kwamen ze niet. Ze stierven daarna helaas al snel af.

VRAAG / VERZOEK:
Weet iemand hoe het precies zit met lege nootjes ?

GRAAG VIA "reacties" ONDERAAN HET BERICHT


BEUKEN BOMEN DEEL 2


Zoals ik al schreef waren er nog geen bladeren van de boom gevallen maar ik vond op de grond wel dit afgebroken twijgje. Uit de vorm en kleur van het blad is af te leiden dat het om een gewone Beuk gaat. Latijns-wetenschappelijke naam Fagus Sylvatica.

Bij het blad links zie je ook hoe de bolsters aan de takken zitten. Deze is leeg maar er staat me bij van vroeger dat ook nog dichte bolsters van de boom vallen. Daarover meer in het volgend bericht.
In het midden van de foto (als je em uitvergroot) zie je in het verlengde van het steeltje ook nog een knopje. En dat in september ? Is me ook een raadsel.

BEUKEN BOMEN DEEL 1


Hierbij deel 1 van een serie van 3 berichten over Beuken bomen in 's-Hertogenbosch. Ik was al eerder van plan er over te schrijven en was getipt dat er Beuken bomen in het kleine Casinotuin parkje staan. Ik was vooral uit op de Beukennootjes en was er al een paar weken geleden gaan kijken maar vond geen nootjes. Er staan enkele Beuken bomen, aan het geasfalteerde (naamloze ?) pad richting de kruising van Hekellaan en Petterlaarseweg, Zuidwal en Oude Dieze staat zelfs een heel grote Treurbeuk. Maar de nootjes waren nog niet rijp en ik zag er ook maar een paar hangen op grote hoogte. Ook langs het geasfalteerde pad door hetzelfde parkje dat het verlengde is van het Cavaliersstraatje staat op enige afstand van het pad een grote Beuk (of zelfs meerdere ?), maar ook daar kon ik nog geen nootjes ontdekken, noch op de grond, noch hangend in de boom zelf.

Daarna ontdekte ik nog een hele grote Beuk aan de achterkant van de St. Jans Kathedraal, pal aan de binnenkant van het hek dat het terrein van de kathedraal omsluit. Ook daar nog geen afgevallen nootjes. Alleen nootjes van het vorige jaar die er zeer smerig uitzagen. Aangezien ik geen grote afstanden per fiets wil gaan afleggen in de hoop ergens toevalligerwijs een Beuk tegen te komen en ook niet de bossen van Vught wil intrekken (want de blog gaat immers over natuur in stedelijke omgeving) heb ik her en der om wat tips gevraagd aan kennissen waar in 's-Hertogenbosch nog meer grote Beuken die vruchtdragend zijn te vinden waren. Iemand tipte me toen over de Grobbendoncklaan in de noordelijk van het centrum gelegen Graafse Wijk. Die laan ligt noordelijke van de IJzeren Vrouw plas met parkje er omheen. De Beuken staan op een noorderlijk gelegen gazon strook van die laan. De Beuken staan daar om em om met even grote Eiken van het soort Amerikaanse Eiken. Dat was dus 2 vliegen in 1 klap :)

Grappig is dat er dus onder de Beuken afgevallen verdorde bladeren liggen van die Eiken maar vrijwel geen enkel blad van die Beuken. Eiken laten hun blad veel eerder in de herfst vallen dan Beuken. Die Eiken kom ik later terug. Omdat ik het in het vorige bericht nog had over boombasten en ook specifiek die van Beuken heb ik bij dit eerste bericht een foto geplaatst van het onderste deel van de stam en de boomgrondse kronkelige wortels. De felgroene kleur van die wortels is echt, en niet veroorzaakt door flitslicht want dat heb ik niet gebruikt. Misschien een miniscule mos-achtige aanslag maar ik heb er op dat moment niet aan gedacht dat beter te bekijken

dinsdag 18 september 2007


BOOMBAST

Van Platanen en in het algemeen

Gisteren kwam er een anonieme reactie op het 2e bericht over Plataan bomen. Die over de 3 soorten en het feit dat ze goed tegen luchtvervuiling kunnen. De reactie is in het Engels en een citaat uit een Engels boek. Auteur en titel zijn keurige vermeld, maar het is nogal moeilijk Engels en daarom zal ik het al vertalend samenvatten en grijp ik ook de gelegenheid aan om het over boombast in het algemeen te hebben.

De Engelses auteur heeft het over hybride Plataan bomen (dat moet dus de Gewone Plataan zijn) die het ondanks de "smog" in London zo goed doen. De schilferige Plataan boombast die zichzelf regelmatig ververst (lees: ervan afvalt) de schadelijke stoffen "filtert" en zich er zo van ontdoet. De auteur stelt dat dit geen moderne aanpassing is van de hybride soort omdat ook de voorouders van deze bomen (dus de Westerse en Oosterse Plataan) ook al dat afweer-mechanisme hebben, en dat die boomsoorten al langer bestaan dan steden en luchtvervuiling.

Boombast in het algemeen bevat diverse vitale functies en bij veel soorten barst de bschors door de groei van de boom in de dikte. Sommige boomsoorten hebben eigen mechanismes die het barsten van de schors voorkomen. Voorbeelden daarvan zijn Berkenbomen, die ook een deel van hun bast verversen via de bekende witte horizontale velletjes die loslaten. Een Kurkeik bijv. krijgt een hele dikke bast waarvan kurk gemaakt wordt. Beuken hebben weer een heel dunne gladde bast die echter zeer gevoelig is voor "zonnebrand".

Voor wie meer wilt lezen over de vitale functies van boombast verwijs ik naar: http://nl.wikipedia.org/wiki/Boombast#Intern

Nog een weetje over biologische onkruidbestrijding. Als je in het voorjaar op kale grond (tussen de planten die je zelf kweekt) een flinke laag gemalen boomschors strooit krijgt onkruid geen kans. Kleine kiemende plantjes kunnen daar niet doorheen komen, want er komt ook geen licht en lucht doorheen. Ik heb er geen persoonlijke ervaringen mee, maar het klinkt aannemelijk. Wel heb ik mijn twijfels bij de bewering dat je na een paar jaar strooien van gemalen boomschors helemaal nooit meer onkruid krijgt.

Ook wil ik nog wijzen op een tweetal reacties op het eerste bericht over Hazelaar bomen. Die reacties gaan juist over Beukennootjes en grote Beukenbomen in 's-Hertogenbosch. Ik was juist van plan om over dat onderwerp te gaan schrijven, alsook over een aantal andere soorten Eikenbomen dan de reeds eerder genoemde Zomereik.

BLOEI GESTREEPTE DOVENETEL


Hierbij weer eens een bericht over een plantje in mijn tuin. Een plantje dat zeker een favoriet van me is en uit zichzelf opgedoken is en dat ik dus aanzag voor een inheemse / wilde plant. Ik dacht steeds dat het een Gevlekte Dovenetel was, maar intussen vermoed ik dat het een verbasterde variant ervan is die ook aangeboden wordt als sierplant. Dat is de Gestreepte Dovenetel die als Latijns-wetenschappelijke naam Lamium Maculatum Variegatum heeft; dat als 3e toegevoegde woord bepaalt het onderscheid tussen de Gevlekte en Gestreepte. De Gestreepte heeft i.p.v. "vlekken" een witte streep op de hoofdnerf van het blad. De Gestreepte verwildert gemakkelijk en zo is ie, denk ik, ook in mijn tuin terechtgekomen, want een poosje geleden al zag ik dat deze Gestreepte ook in een door de gemeente aangelegde plantenbak in een straat verderop staat. De zaden worden verspreid door mieren en verder heeft de plant wat kruip neigingen met bovengrondese uitlopers. Hij kan bloeien in de periode april t/m november en bij mij doet ie dat dus in medio september. De bloemen zijn groter dan die van de algemene Paarse Dovenetel. Behalve deze Getreepte bestaan er nog minstens 10 andere gekweekte varianten van de inheemse Gevlekte Dovenetel.

KRUISSPIN IN SCHAGEN


Een bekend verschijnsel in de herfst zijn ook altijd de Kruisspinnen. Latijns-wetenschappelijke naam Araneus Diadematus. Waar ze zich gedurende de rest van het jaar bevinden en wat ze dan doen, of dat ze misschien maar heel kort leven is mij niet bekend.

Ze komen vooral in tuinen voor vanwege de schaduw en de geringe wind waardoor ze hun web gemakkelijk kunnen spinnen. Dat web spinnen ze iedere dag opnieuw, wat ze ongeveer 20 minuten kost. Ook spannen ze hun web vrij hoog omdat ze vooral vliegende insecten vangen. Dit i.t.t. de meeste andere spinnensoorten die hun web laag spannen om insecten die op de grond leven te vangen. Als ze op prooi wachten zitten ze altijd ondersteboven, of duidelijker gezegd met hun kop naar beneden. Niet alle draden van het web zijn kleverig, sommige draden zijn dat niet omdat de spin ze als eigen "wegen" gebruikt. Als ze een prooi vangen wordt die vaak eerst ingesponnen tot een pakketje wat pas later leeggezogen wordt.

De vrouwtjes zijn veel groter dan de mannetjes en ten tijde van de paring laat het mannetje de draden trillen om aan te geven dat hij geen prooi is. Na de paring wordt het mannetje nogal eens opgegeten. Dus dat komt niet alleen voor in horror B-films :) Sterker nog, het komt zelfs voor dat het mannetje de eitjes nog aan het bevruchten is terwijl ie al opgegeten wordt.

De foto is gemaakt door An uit Schagen.

maandag 17 september 2007


HAZELAARS DEEL 9 (SLOT)

Katjes Gewone Hazelaar


De Hazelaar is een zgn. "naaktbloeier" wat wil zeggen dat ie bloeit voordat ie bladeren heeft. De bestuiving is afhankelijk van de wind. Aan de Hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier in een klein knopje bij elkaar. De mannelijke bloemen zitten in katjes en zijn al in de zomer aanwezig in de oksels van de bladeren. Ze gaan pas bloeien in januari. Althans dat is het officieele verhaal.
Dit jaar dus "mooi niet", of althans niet in dit specifieke geval in Schagen. Daar hangen NU (begin & medio september !) katjes in de struiken.

Rara hoe kan dat ?

Ook deze foto is weer gemaakt door An.

HAZELAARS DEEL 8

Afgevallen Hazelnoten van de Gewone Hazelaar


Afgevallen Hazelnoten van de Gewone Hazelaar. Wederom van An uit Schagen. De losse nootjes links varieren tussen de 15 en 20 mm. En hoe donkerder ze zijn, hoe rijper.

HAZELAARS DEEL 7

Hazelnoot vrucht hangend in de Gewone Hazelaar


Hazelnoten van de Gewone Hazelaar zoals ze in de boom hangen. Dit zijn de Hazelnoten zoals we ze kennen. De noten zitten in een vrucht, soms slechts 2 stuks, tot wel 7 toe. Duidelijk is het verschil te zien met de vrucht van de Boomhazelaar. Deze nootjes zitten in een soort tulp-vormig jasje. De noot rechts op de foto is er nog geheel mee omhuld. Links is het nootje al uit de vrucht gevallen.

De foto van An is gemaakt van een struik uit Schagen.

zondag 16 september 2007


HAZELAARS DEEL 6

Struiken / bomen / biologische familie indeling

Al voordat ik ueberhaupt Hazelnoten had gevonden was ik al onderzoek aan het doen naar Hazelaars omdat zowel An als ikzelf vroeger een Krulhazelaar in de tuin hadden. Het cultivar ras dat ook Kronkelhazelaar, Toverhazelaar of Kurkentrekker genoemd worden. En dat is weer iets anders dan de Cultivar Treurhazelaar. Maar in feite zijn het afgeleiden van de inheemse soort en dat zijn geen bomen maar struiken / heesters. Defenities: Een boom komt als 1 stam uit de grond, en heeft pas op hogere hoogte takken, een struik komt met meerdere kleine stammetjes uit de grond en vormt al snel boven de grond zijtakken. Overigens geen officieele definities; ik verzin ze ter plekke :)

Ook de inheemse Hazelaar (Latijns-wetenschappelijke naam Corylus Avellana) is een struik en daarvan bestaan diverse rassen die gekweekt zijn voor de bekende Hazelnoten zoals we die kennen. In een mediteraan klimaat gedijen ze beter dan in Nederland. Ze hebben twee geslachten bloemen, de katjes zijn de mannelijk, de vrouwelijke zijn totaal anders ! Wie weet kom ik daar later nog eens op terug. Lees meer op:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hazelaar

Er is ook wat onduidelijkheid onder biologen omdat het qua biologische familie veelal ondergerbracht wordt tot die van de Elsen (Betulaceae), volgens anderen zou het een aparte familie moeten zijn, n.l. die van de Hazelaars (Corylaceae). Qua geslachtnaam heten alle Hazelaars echter Corylus. Opvallend is ook dat er slechts deze ene geslachtnaam is voor zowel struiken als bomen. Lees meer op:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Corylus

Erg complexe materie allemaal, die bomen families van het noorderlijk halfrond, de Beukenfamilie (of Napjesdragers, of Fagaceae) zijn ook de geslachten Eiken en Kastanjes (maar dan niet de Paardenkastanjes maar het geslacht waar ook de Tamme Kastanje onder valt, de Castenea). Lees meer op:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Beukenfamilie

HAZELAAR BOMEN DEEL 5

Groene vrucht Boomhazelaar Westerpark

Een groene vrucht van de Boomhazelaar waar ik nu ook een afmeting bij getekend heb. Ik heb deze gevonden bij de meest westelijke ingang van het Westerpark bij de de straat de Dertien Loten, op de overgang van Deuteren en de Weidonken. Precies op die plek grenzen Westerpark en de botanische tuinen van de HAS (Hogere Agrarische School) aan elkaar. De boom zelf staat vlak langs het hek in die tuin, maar de kroon hangt gedeeltelijk boven het park. Ik vond deze vrucht op de grond, maar waarschijnlijk is ie er afgetrokken. Want op de Vaaltweg zag ik later dat de vruchten al verdord zijn voordat ze uit de boom vallen. De vrucht op de foto is al wat minder groen dan wanneer ie nog groeiende is, want dan is ie echt felgroen, zoals op deze online foto is te zien:
www.bomengids.nl/zomer2004/pics/Boomhazelaar__Corylus_colurna__Turkish_filbertimg_4983fruit.jpg