vrijdag 13 juni 2008


EEN WILDE GERST SOORT



Ook deze plant kom je nogal eens tegen op allerlei plekken zoals in dit geval ook weer de Buitendijk.

Een grassoort maar ook weer eentje die verwant is aan een gecultiveerd voedselgewas. Een of ander soort wilde Gerst maar Veldgerst zal het wel niet zijn want die is zeldzaam.

Ook vond ik op deze locatie diverse soorten bloeiende Distels want daar is het nu echt de tijd voor.

Daar ga ik nu niet meteen mee verder want vandaag vond ik elders weer andere en minstens even fraaie Distel soorten. Dus dat spaar ik op totdat ik een serie over Distels kan gaan doen.

ONBEKEND PLANTENSOORT



Ook deze vond ik aan de Buitendijk. Een plant die ik nog nooit eerder gezien had.

Gevoelsmatig zegt toch me iets dat het niks bijzonders of zeldzaams is. Ook zegt iets me dat het een verwant is van een of ander voedselgewas zoals Sla of Kool.

Wie het weet mag het zeggen.

BLOEIEND DUIZENDBLAD


Ik had eerder geschreven dat ik nog met foto's zou komen van planten op of bij de vestingswal langs de Brede Haven in 's-Hertogenbosch, maar ik vind die foto's toch niet goed genoeg om te plaatsen, dus ik ben van plan om van de planten aldaar nieuwe foto's te gaan maken.

Eerder deze week had ik ook foto's gemaakt langs de "haven" van het ouwe industrieterrein langs de Dieze naast de Diezebrug. Daar maakte ik ook de foto's van de Gewone Klaproos en sprak het vermoeden uit dat de straat daar het verlengde van de Havendijk heette. De straat blijkt daar de Buitendijk te heten.

Daar vond ik deze bekende plant die ik al eerder in iemands tuin had gefotografeerd maar toen bloeide ie nog niet, nu wel.

Een closeup foto gemaakt met telelens waarop je de meeldraden ook vrij aardig kunt zien.

En linksboven ook te zien: een Zweefvlieg. Die had ik niet eens gezien in de zoeker toen ik de foto maakte.

Duizendblad = Achillea Millefolium.

donderdag 12 juni 2008


PAD IN BAD :)


Ook deze foto kreeg ik zojuist van An.

Meestal stuurt ze alleen foto's en schrijf ik er de teksten bij. Ditmaal schreef An er zelf een tekstje bij, bij deze:

"Dit padje is al een aantal dagen te gast in onze tuin en komt iedere dag lekker in bad zitten.

Hij (of zij ? red.) zit in zo'n platte schaal die je wel onder bloempotten zet, die wij als klein 'vijvertje' in de tuin hebben staan. Lekker ontstane troep en aanslag erin, wensmuntjes :) en hij komt dus gewoon heerlijk in het zonnetje laat in de middag in bad zitten en blijft daar een heel tijdje zitten.

SPINSELMOT Deel 3

Rupsen (= Larven) en 'n Pop ?


Ik had An gevraagd om een extra foto van de Rupsen van de Spinselmot in de spinsels in bomen en zojuist kreeg ik deze.

Ik denk zelfs een Pop te zien, dat ding onder de "holling" in het bovenste takje. Als dat zo is denk ik dat daar in een aantal dagen de Nachtvlinder / Mot uit gaat komen.


KAMPERFOELIE BLOEM


Deze foto heb ik gisteren gemaakt vlakbij huis. Namelijk tegen de voorgevel van een huis aan het Sint Luciaplein in het verlengde van de Van Heurdenstraat.

Een met telelens gemaakte closeup van een bloem van Kamperfoelie die er denk ik door de bewoners van het huis als sierplant aangeplant is.

Ik weer niet of het een autochtone Wilde Kamperfolie is qua soort of een gekweekte cultivar ?

De Wilde groeit als slinger- en klimplant in bossen maar ook in de duinen. Hij wordt ook in tuinen gebruikt en gezien zijn uiterlijk zijn er ook andere cultivars van gekweekt, maar bij mijn weten hebben ze allemaal dezelfde heerlijke geur.

Als je op de foto geklikt hebt, zie je em zeker 2 a 3 x zo groot als de bloem in het echt is.

Wilde Kamperfoelie = Lonicera Periclymenum.

MOERASSPIREA IN BLOEI


Deze plant groeit net als de Zuring vanuit een kier net boven de waterspiegel van de haven.

Deze Moerasspirea staat deels in bloei maar heeft ook nog volop takken met knoppen.

Op het eerste gezicht lijkt het een Schermbloemige maar dat is het NIET. Hij hoort tot de familie der Roosachtigen.

Vroeger werd ie vanwege zijn geur gebruikt in reukboeketten als luchtverfrisser, te samen met Kamperfoelie die ik toevallig gisteren ergens anders fotografeerde, dus die is straks aan de beurt.

Moerasspirea = Filipendula Ulmaria.

KRULZURING (?) IN BLOEI


Ook ditmaal ben ik weer niet absoluut zeker welk soort Zuring dit is, ik denk Krulzuring.

Hij staat niet echt IN het water want dan zou het eventueel ook Waterzuring kunnen zijn.

De planten zijn best groot. De toppen van de bloemen komen wel tot een meter hoog. De planten groeien vanuit de kieren tussen de stenen net boven de waterspiegel. Ook deze Zuring is niet echt een bijzondere plant. Daar kom ik later nog aan toe, ik bewaar "het lekkerste" tot het laatst :)

In het midden onderaan wurmen zich ook exemplaren van Wolfspoot tussen de Zuring door. Wolfspoten staan er ook heel veel maar over die plant heb ik het al eerder gehad.

Krulzuring = Rumex Crispus.


HAAGWINDE IN BLOEI


Afgelopen maandag 9 juni was ik op de steiger in de jachthaven aan de zijde van de straat die Brede Haven heet.

De havenwanden horen bij de ouwe stenen vestingsmuren en daarop en tussen de kieren van de stenen groeien korstmossen en allerlei interessante plantensoorten. Daar zal ik er straks en de komende dagen meer van tonen.

Nu, om te beginnen een soort waar ik het al eerder over had en die niet echt super bijzonder is maar die ik nog niet eerder tegen of op een muur heb zien groeien.

De Haagwinde en die bloeit nog ook. Gezien de spierwitte bloemen twijfel ik dit keer niet tussen Haagwinde en Akkerwinde, temeer omdat ie ook zo overduidelijk klimt.

Haagwinde = Convolvulus Sepium (of ook wel Calystegia Sepium)

woensdag 11 juni 2008


PAPAVERACHTIGEN DEEL 11

SLAAPBOL (Deel 1c)


Hierbij dus een closeup van zo'n mooie bolle ronde zaadbol van een Slaapbol.


Die Nederlandse naam ontleent ie aan het feit dat het sap en de zaadjes ervan bij inname lichtelijk slaapverwekkend (verdovend) is.


Ook het Latijnse 'somni' in Papaver Somniferum verwijst daarnaar.

Ik had ook gedacht dat het zeer lastig zou zijn met het uitzoeken van alle sier Papaver soorten met allerlei verschillende kleuren en de soorten waarvan Opium en Maanzaad afkomstig is. Maar voor de afwisseling is het vrij eenvoudig:

Ze zijn allemaal van hetzelfde soort, de Papaver Somniferum dus.

De verschillende sierplanten maar ook de planten met verschillende toepassingen zijn er allemaal varianten van, of anders gezegd, het zijn rassen oftewel cultivars.

Het ras dat in Nederland wel op akkers verbouwd wordt en dat witte bloemen heeft zag ik vroeger vrij veel in Zeeland en ik vond die akkers altijd schitterend als ze allemaal in bloei staan. Die planten waren best groot, bijna een meter hoog.

Mijn vader zei altijd "kijk, daar maken ze nou hasj van" en ik gunde em altijd die eigen wijsheid.

Waar ze in werkelijkheid voor gekweekt en gebruikt werden was vanwege het zaad, dat Maanzaad (of vanwege de lichtblauwe kleur van het zaad ook wel Blauw Maanzaad) werd genoemd. Dat ras heet Papaver Somniferum var. Album (album betekent wit).

Het werd dus gekweekt voor de zaadjes voor op de korst van broodjes (waar ook Sesamzaadjes voor worden gebruikt). Die zaadjes zijn vaak zelfs nadat ze gebakken zijn op het brood nog lichtblauw van kleur.

Dit ras bevat vrijwel geen Opiaten maar bij een doping-test zal na het eten van een grote hoeveelheid Maanzaad toch een positieve uitslag geven.

Ook elders in Europa wordt een ander ras gekweekt (de Papaver Somniferum convar. Nigrum), ook vanwege de zaadjes, maar dan voor een ander doeleinde, namelijk om olie uit te persen. Die olie wordt in het Frans huile d'oeillette genoemd. De eerste persing wordt gebruikt als tafelolie; de tweede persing wordt gebruikt in verf op basis van olie.

Het beroemde, of moet ik zeggen beruchte, ras waaruit Opium wordt gewonnen is het ras Papaver Somniferum subsp. Somniferum (dus 2 x dat 'somni':). Ook van dit ras schijnen de bloemen wit te zijn.

Dit ras wordt vooral in Afghanistan verbouwd en sinds de Nederlandse overheid daar nu wederopbouw werk doet en ook in de landbouw en er nog steeds illegale landbouw in plaatsvindt (de boeren worden gestimuleeerd om andere gewassen te verbouwen maar dat werkt maar mondjesmaat) wordt deze Papaver verbouw toch oogluikend toegelaten.

Het is trouwens niet de eerste keer dat Nederland betrokken is bij Opium handel. Ook in koloniale tijden in Indonesie was dat al zo. De zo legendarische VOC heeft meer rijkdom verdiend met Opium dan met specerijen. Wie dit weet gaat wel met andere ogen kijken naar de grote grachtenhuizen in Amsterdam en andere steden.

Wie hier meer over wil weten verwijs ik naar het goed gedocumenteerde boek "Wettig Opium" uit 1985 van Ewald Vanvugt, zie:
www.vanstockum.nl/product/7148588/Wettig-opium.html

De plant bevat allerlei alkaloiden, de meeste daarvan worden Opiaten genoemd. De bekendse is Opium en de grondstof daarvan is de ruwe Opium (over de traditionele winning daarvan uit de plant verderop meer).

Uit de ruwe Opium wordt ook Morfine gewonnen dat legaal als sterke pijnstiller gebruikt wordt, vaak in ziekenhuizen bij terminale patienten en zelfs als alternatief voor euthanasie dat palleatieve sedatie wordt genoemd. Ik ken mensen die het langdurig toegediend hebben gekregen en het werkt zeer zeker verslavend en wekt ook waandenkbeelden op.

Een andere stof die er uit gewonnen wordt en die in de westerse wereld bekend is als illegale harddrug is Heroine.

Nog weer een andere stof die er van gemaakt wordt is Codeine en dat is (geloof ik) ook de stof die heroine junkies krijgen als kuur om van Heroine af te kicken maar dat heb ik nooit zo goed begrepen want Codeine is ook sterk verslavend.

Een andere medicinale toepassing van Codeine is in hoestdrankjes bij hardnekkige vastzittende hoest. Dat drankje is alleen verkrijgbaar op dokters recept en werkt erg goed tegen de hoest. En ondanks de zeer bittere smaak is ook dat drankje bij langduriger gebruik verslavend, ook dat heb ik bij iemand die ik van zeer nabij meegemaakt. Die persoon was intussen allang van de hoest af en was intussen gewend aan de bittere smaak maar wilde toch steeds meer :)

Het winnen van al die stoffen gaat v.n.l. via chemische procedures die in laboratoria en zelfs fabrieken plaatsvinden.

Hoe de ruwe Opium tegenwoordig uit de zaadbollen wordt gewonnen weet ik niet maar heb wel eens gelezen hoe men het vroeger deed:

In de zaadbollen werd in de nacht met een zeer scherp mesje verticale incinsies in de bol gemaakt en daaruit sijpelde dan het witte melksap en als het gedurende de dag dan weer warmer werd stolde dat tot een bruin korrelige korstje dat er werd afgeschraapt en vroeger werd dergeliike ruwe Opium door de armere lokale bevolking ook wel gerookt. En de verhalen vertellen dat het inderdaad slaapverwekkend was en erotisch getinte dromen opleverde, maar wat daar allemaal van waar is weet ik niet.


PAPAVERACHTIGEN DEEL 10

SLAAPBOL (Deel 1b)


Zoals ik al schreef staan er aan de andere kant van de nieuwbouw (dat is het Sint Luciaplein) ook Slaapbollen waarvan de meesten al uitgebloeid zijn en al vrij grote zaadbollen hebben.


Ze staan in een soort voortuintje, zo'n tuintje wat eigenlijk geen tuintje is maar meer een zelfgemaakt iets, een soort anarchistisch zelf initiatief waarbij men enkele stoeptegels verwijderd en er planten in zet of zaait.

Dergelijke mini voortuintjes zie je hier in de wijk vrij veel en ik heb me ook altijd afgevraagd of je als bewoners zo maar steoptegels mag weghalen (in feite is het openbare ruimte van de gemeente i.p.v. dat het bij het huis en dus de woningbouwvereniging hoort).

Toevallig las ik dit weekend in een huis-aan-huis krantje dat de gemeente dergelijke mini-tuintjes gaat stimuleren en zelfs een prijsvraag uitschrijft "creeer het mooiste mini voortuintje".

Je moet je er wel voor aanmelden en eerst officieel toestemming aanvragen om de tegels te mogen verwijderen. Een typisch voorbeeld van inspelen op iets wat toch al veelvuldig gedaan wordt. If you can't beat them, join them" :)

In het volgende bericht, het laatste over Papaverachtigen, de info over de planten zelf.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 9

Slaapbol (Deel 1a)


Dezelfde Papavers als waar ik eerder vandaag al foto's van toonde. De foto's van An van de planten met die grijs-, lichtblauw-achtige gekleurde bladeren.

Zulke planten vond ik hier vanmiddag dicht bij huis ook. Op het St. Eloispleintje achter een aantal nieuwbouw schuurtjes.

Zoals ze daar staan lijken het me verwilderde exemplaren. Deze staan op een schaduwrijke plek en ze bloeien nog niet en evenmin hebben ze al zaadbollen, ze staan nog volop in knop.

Aan de andere kant van die nieuwbouw kwam ik ze ook tegen (zie volgende 2 berichten). Daar stonden er nog een paar te bloeien in dezelfde kleur rood als Klaprozen. De meeste exemplaren aldaar hadden al flinke zaadbollen.

Ik weet nu zeker dat het Slaapbollen zijn maar daarover meer in de volgende berichten.

Slaapbol = Papaver Somniferum

PAPAVERACHTIGEN DEEL 8

Uitgebloeide onbekende soort


An stuurde me ook deze erg fraaie closeup van een uitgebloeide Papaver uit haar tuin.

Welke soort het is weten we niet en ik weet ook alleen dat ie rode bloemen had, maar welke kleur rood ? Al is dat niet perse bepalend voor de soort.

Het lijkt vlees noch vis ;), een soort tussenstadium. Want hij is al wel uitgebloeid maar een echte zaadbol is het ook nog niet echt.

Ik durf wel een gokje te wagen over wat het dan wel is:

Het grote ding in het midden is denk ik wat voorheen de stamper was en die nu een soort vruchtbeginsel is en wat later de zaadbol wordt. En de zwarte "franje" die er nog aanzit zijn denk ik de restanten van de meeldraden.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 7

Closeup van dezelfde soort



Deze fraaie foto toont prachtig de kleur en de nerven van de bladeren.

En ook de beharing op de stengels en ook de bloemknoppen die gebogen omlaag hangen, wat blijkbaar een kenmerk is van alle Papaverachtigen.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 6

Verwilderde siervariant of Slaapbol ?


De foto in dit bericht kreeg ik op 24 mei van nicht An. Ze had de foto gemaakt ergens in een bospaadje in de buurt van het centrum van Schagen.

Voor zover ik aan de hand van de foto kan beoordelen wel een flinke en stevige Papaver en niet zo'n slappe (qua stengels) als de Klaproos.

Opvallend bij dit soort Papavers vind ik ook altijd de wat grijs-lichtblauwe kleur van de bladeren en fraaie bladnerven.

In de kop van het bericht had ik al aangegeven dat het een verwilderd soort zal zijn en geen echt autochtone soort (daar kom ik als laatste in de serie berichten over Papaverachtigen nog op terug) en het zou een sier variant kunnen zijn maar evengoed de Slaapbol die allelei medicinale eigenschappen heeft en waarover nog veel meer over te vertellen valt, wat ik later nog zal doen als blijkt dat het werkelijk qua soort de Slaapbol is.

Intussen heeft An me verteld dat de planten op die lokatie intussen al uitgebloeid zijn. Ik had namelijk wel willen weten welke kleur bloemen ze hadden maar intussen hebben ze al zaadbollen en daar hoop ik nog foto's van te krijgen.

De diverse soorten gekweekte sier varianten van de grotere Papavers kunnen ook zowat iedere kleur hebben die je maar kunt bedenken. Ook heb ik sterk de indruk dat de grotere PaPaversoorten spontaan met zichzelf kruisen en dat je daardoor weer soorten (rassen / cultivars) krijgt die de kleur van elkaars bloemen beinvloeden.

Ik denk dat je de soorten vooral uit elkaar kunt houden door het aantal "stempelstralen" op het "deksel" / de bovenkant van de zaaddozen.


N.B. Linksboven op de foto bladeren van volwassen Look zonder Look dat in bloei staat met die kleine witte bloemetjes. Linksonder bladeren van Zevenblad en in het midden onderaan het randje van de foto een blad van een Paardenbloem.

dinsdag 10 juni 2008


PAPAVERACHTIGEN DEEL 5

Gewone Klaproos (deel 1d)


Hier de zaaddozen van Gewone Klaproos, niet van de bedoelde grotere exemplaren want tegen de tijd dat ik bij die planten was was de akku van de camera leeg. Morgen misschien een nieuwe poging.

Deze exemplaren zijn veel kleiner maar wel van de soort die Grote of Gewone Klaproos heet. Omdat dit ook weer een uitsnede is van een foto met hoge resolutie zijn de stempelstralen op de zaaddoos en de behaarde stengels net rechts van het midden goed te zien.

Maar door het gebruik van een telelens is de scherptediepte weer niet al te best.

De andere foto's die ik op die lokatie gemaakt heb spaar ik nog even op, want ik wil een aaneengesloten serie over Papaverachtigen doen en ik heb ook nog een aantal foto's liggen van andere Papavers van An uit Schagen en die krijgen voorrang.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 4

Gewone Klaproos (deel 1c)


Ik was vandaag van plan om met telelens en macro voorzet lens de zaaddozen en bloemknoppen van de Klaprozen van gisteren als macro's te gaan fotograferen en ik fietste er heen met een omweg langs het industrieterrein langs de Dieze "haven". Het heet daar geloof ik ook nog de Havendijk en voor Bosschenaren, dat is waar de Heus-Brokking veevoederfabriek is, in de volksmond nog steeds bekend als de Koudijs fabriek.

Ook daar kan je het een ruderaal terrein noemen en ik vond er een hoop planten die ik lang niet meer gezien heb en ook prachtige bloeiende Distels.

Ook kwam ik er kleine exemplaren Klaproos tegen en dacht even de kleine te hebben gevonden maar dat bleken toch gewoon kleine exemplaren van de Grote te zijn. Sinds gisteren weet ik dus dat je ze aan de stempelstralen van het deksel op de zaadbol kunt onderscheiden.

Dit is dus geen macro opname maar een uitsnede uit een foto met erg hoge resolutie. Rechtsboven een bloemknop (waarop de haartjes goed te zien zijn) en daaronder een zaaddoos. Op de foto is alles ongeveer 2 x zo groot als in het echt.

maandag 9 juni 2008


PAPAVERACHTIGEN DEEL 3

Grote versus Kleine Klaproos

De Grote wordt dus ook wel Gewone Klaproos genoemd en ik meldde al dat ik een kleinere soort kende maar die kon ik op de www.wilde-planten.nl website niet vinden.

Zoeven heb ik eens zitten neuzen in 2 plantengidsen die ik heb (eentje uit 1975 en eentje uit 2007) (de Heukels Flora heb ik niet en ben wel benieuwd wat die ervan te zeggen heeft ?)

In die beide gidsen van mezelf wordt wel degelijk onderscheid gemaakt tussen de Grote en de Kleine.

Behalve zoals de namen al aangeven onderscheiden die zich vooral van elkaar door de zaadbollen. Wat ik in een vorige bericht nog "sterretjes" noemde het dat officieel het dekseltje en dat "meerpuntig" wordt stempelstralen genoemd.

De dekseltjes van de Grote hebben 8 - 12 van die stempelstralen, die van de Kleine 5 - 8 maar volgens de andere gids 6 of 7. Verder zijn de zaabollen van de Kleine ook langwerpiger (in de hoogte).

De Grote groeit vooral op ruigten oftwel ruderaal terrein en is een zeer algemene autochtone plant. De Kleine lees ik over dat ie de laatste jaren ietsje minder algemeen is maar nog lang niet echt zeldzaam ofzo, en ook precies zoals ik me herinnerde vaak in graanvelden groeit.

Gewone of Grote Klaproos = Papaver Rhoeas.
Kleine Klaproos = Papaver Dubium.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 2

Gewone Klaproos (deel 1b)



Een 2e foto van deze planten op dezefde locatie.

Ze staan al wekenlang te bloeien. Op deze foto kan je goed zien dat ze zowel bloemen als bloenknoppen die nog gaan uitlopen hebben maar ook al zaadbollen.

Als plant als geheel of als groepje bloeien ze best wel langdurig maar de individuele bloemen juist maar heel kort. Iets van 1 a 3 dagen schat ik. Onderaan deze foto zie je ook afgevallen bloemblaadjes liggen.

Meteen zie je dan de zaadbollen die eigenlijk ook al in dezelfde vorm en gedaante in de bloemen zitten maar dan natuurlijk nog onrijp. Bovenop die bollen zitten een soort meerpuntige "sterretjes" (ik weet niet hoe ik het anders moet noemen). Een aantal daavan zie je rechts boven de bloem in het midden.

De bloemstengels zijn zeer behaard, dat lijken bijna wel stekeltjes maar echt prikken doen die niet bij mijn weten. De beharing is goed te zien op de vorige foto, waar je ook de "sterretjes" op de zaaddozen beter kunt zien.

Deze extra foto is eigenlijk om te tonen dat de bloemknoppen vrijwel altijd gebogen omlaag hangen. Dat is linksboven op deze foto weer goed te zien.

Morgen zal ik proberen wat macro foto's te maken van de knoppen, bloemen en zaaddozen.

Daarna is het de beurt aan de Slaapbol en de diverse siersoorten.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 1

Gewone Klaproos (deel 1a)


Dit is de Gewone Klaproos die ook wel Grote Klaproos wordt genoemd. Lange tijd heb ik gedacht dat het een verwilderde Papaver variant was omdat ie zo groot is, wel zo'n halve meter hoog. Ook deze exemplaren hebben die hoogte.

Ik ken Klaprozen van vroeger uit Zeeland waar je ze veel in Korenvelden zag, en dat was altijd maar een plantje van een centimeter of 15 hoog.

Misschien is dat toch wel een apart soort want er zijn wel meerdere autochtone soorten Klaprozen die ook rood zijn en die je eigenlijk alleen van elkaar kunt onderscheiden aan de zaadbollen.

De Latijnse naam Papaver is letterlijk vertaald Klaproos. Het woord Papaver schijnt weer iets te maken te hebben met de woorden papa en pap; het verhaal gaat dat iets van de plant (het melkachtige sap ?) in pap van kinderen werd gedaan om ze rustig te houden.

Ik kom later terug op andere soorten en medicinale en verdovende werking van Papavers. En ook over de verspreiding van de diverse soorten en aanverwante plantengeslachten.

De foto heb ik vanmiddag gemaakt vanaf het trottoir van de Havendijk waar ze tussen de spijlen van een hek staan dat een ruderaal terreintje (waar ik eerder foto's van toonde) afsluit van de openbare weg.

In een volgend bericht aan de hand van de foto wat meer over het uiterlijk van de plant.

REDACTIONEEL: CORRECTIE

Bij het bericht over de Spinselmotten (deel 2) klopt het verhaal over de metamorfose daarvan niet helemaal of is op zijn minst verwarrend.

Dankzij een reactie en nog wat nader onderzoek van mezelf is nu bij reacties op dat bericht (deel 2) de correcte versie te lezen. Dank aan degene die me corrigeerde.

zondag 8 juni 2008


INSEKTEN IN EIGEN TUIN

Gezien maar (nog) niet op foto

In mijn tuin zie ik ook al wekenlang allerlei insekten:

- Larven van Lieveheersbeestje:

Mijn macro foto's daarvan waren totnutoe onscherp en de laatste week zie ik ze niet meer :(

- Een of andere klein soort nachtvlindertjes:

Die dwarrelen flink rond maar als ze dan eens stil zitten gaan ze steeds aan de onderkant van bladeren zitten (v.n.l. op de Grote Brandnetel), waardoor ik ze niet gefotografeerd krijg.

- Kleine Hommels:

Die gaan alle bloemetjes 1 voor 1 af, o.a. van Robertskruid, Gestreepte Dovennetel, etc. maar anderen zijn hen blijkbaar al voor geweest om de Nectar te "oogsten" want ze blijven amper een seconde op de bloemen zitten, dus het fotograferen daarvan lukt ook niet.

SPINSELMOT

(Deel 2: spinsels met Larven)


Op deze closeup foto kan je de Larven in de spinsels zien zitten: de zwarte puntjes.

Een dochter van An had bij een andere ingespinde boom al gezien dat de Rupsen uitkomen.

Dat zijn kleine bruine Rupsen die aan een draadje onderaan de spinsels hangen.

Dat vraagt haast om een extra foto :)

LEES OOK DE CORRECTIES IN DE LAASTE 2 REACTIES !

SPINSELMOT

(Deel 1: spinsels aan takken)



Deze en de volgende foto kreeg ik van An met de vraag erbij wat het is. Dat was even een kopbreker qua zoeken maar ik had iemand anders wel eens horen vertellen over dit verschijnsel.

Ik denk nu te weten wat het is. Namelijk spinsels van de Larven van een Stippelmot die ook wel Spinselmot wordt genoemd vanwege dit gedrag.

De Larven vreten bepaalde boomsoorten totaal kaal (vaak Appel-, Peren- en Kersenbomen maar ook Meidoorns en Wilgen) en spinnen zich dus in totaan de tijd dat er Rupsen uitkomen.
De Larven hebben daarvoor de winter al doorgebracht in eitjes.

De spinsels kan je aantreffen in eind mei / begin juni. In begin juni komen de Rupsen er uit en rondom midzomer komen daar weer de Motjes / kleine Nachtvlindertjes uit. De Motjes zijn maar heel klein.

De bomen lijden er niet echt onder want die hebben na midzomer nog volop de tijd om zich te herstellen. De spinsels zien er volgens sommigen nogal eng en vies uit maar weer anderen vinden het haast kunstwerkjes en de vergelijking met kunstenaar Christo die ik ergens las is niet eens zo ver gezocht.


Sommige mensen raken er zelfs van in paniek en bellen de gemeente om het te laten verwijderen en sommige gemeentes doen dat ook wel als het overlast bezorgd maar de Larven, Rupsen en Motten zijn an sich totaal onschadelijk dus een echte noodzaak is daar niet voor.

Soms worden de spinsels ook wel eens aangezien voor die van de Eikenprocessierups (die wel gevaarlijk is en consequent bestreden wordt, en vandaar soms de paniek). Ikzelf heb nooit spinsels van de Eikenprocessierups gezien maar voor zover ik weet zijn dat meer bolvormige trossen die aan Eiken hangen. De spinsels van de Larven van deze Mottensoort kunnen letterlijk een HELE boom "inpakken", dus dat ziet er toch anders uit.

Er bestaan in Nederland 8 soorten Spinselmotten en ik durf dus niet te zeggen welk soort dit is maar er valt meer over te lezen en zien op:
http://members.chello.nl/ajd.wit/fotogaleries/stippelmotten.htm
(Klik op de foto's aldaar voor meer informatie.)

zaterdag 7 juni 2008


GEWONE MELKDISTEL (Deel 4)

Uitgebloeid: pluisbolletjes etc.


Ik schreef al eerder dat ik nog een foto zou tonen van de pluisbolletjes. Zojuist gemaakt.

Dit is mijn tweede closeup foto met een primitief macro voorzet ringetje. De camera stond op automatische piloot en dus ook op autofocus, maar toch ben ik er niet echt tevreden over.

Ook de foto in het vorige bericht was zo gemaakt en ook die vind ik niet geweldig.

Gezien dat macro effect ziet het er op bovenstaande foto dus allemaal groter uit dan het in het echt is; de pluisbolletjes zijn zo groot als mijn duimnagel.

De vorige foto was ongeveer op ware grootte.

GEWONE MELKDISTEL (Deel 3)

Mineerders gangen in bladeren



In deel 1 over de Melkdistel had ik al geschreven dat het grootste exemplaar in de straat in de bladeren helemaal vol zit met Mineerders gangen.

Ik heb er zojuist een blad van geplukt en thuis op de onderkant van een emmer gefotografeerd.

Beter kijkend naar deze foto die ik er van gemaakt heb lijkt het wel of het van 2 verschillende Mineerders is. Aan het bovenste deel van het blad lijken de gangen wat paars van kleur en meer onderaan wat meer gelig.

Ik heb eens zitten zoeken op de site waarvan ik de link vandaag ook toegevoegd heb en gezocht via de Waardplant. Bijna ieder soort plant trekt wel specifieke Mineerders aan en dat wordt dan de Waardplant voor een Insektensoort genoemd. De gangen in de bladeren (ook wel mijnen genaamd) worden gemaakt door de Larven van allerlei soorten Insekten. In Nederland bestaan 800 soorten Insekten die dit doen.

Via die website kan je proberen uit te zoeken van welk soort Insekt het is:

Hierbij een paar educated guesses:

Chromatomyia cf. Syngenesiae Hardy
(voor het eerst omschreven in 1849)
www.bladmineerders.nl/minersf/dipteramin/chromatomyia/syngenesiae/syngenesiae.htm

en/of:

Phytomyza marginella Fallén
(voor het eerst omschreven in 1823)
www.bladmineerders.nl/minersf/dipteramin/phytomyza/marginella/marginella.htm

donderdag 5 juni 2008


GEWONE MELKDISTEL (Deel 2)


Naast de betonnen plantenbak op de stoep voor mijn huis staat een veel kleinere Gewone Melkdistel. Ik schat deze op zo'n 30 a 40 centimeter hoog.

Bovenin zie je een uitgebloeide bloem die er net zo uitziet als die van uitgebloeide Paardenbloemen, alleen aanzienelijk kleiner.

GEWONE MELKDISTEL (Deel 1)


Deze en de volgende foto zijn gisteravond gemaakt. Hier in de straat staan op de stoep diverse exemplaren van deze Gewone Melkdistel. Een zeer algemene plant, en volgens sommigen foeilelijk. De plant heeft geen specifiek biotoop en doet het vrijwel overal wel goed.

Het grootste exemplaar staat aan het eind van de straat en die is zowat een meter hoog en dat zie je toch niet zo vaak bij dit plantensoort.

De diverse exemplaren hebben nog bloemen (zie volgende bericht) maar aan sommigen zitten ook al pluisbollen. De naam Melkdistel is wat verwarrend. Ten eerste hebben ze geen stekels en qua plantenfamilie behoren ze wel net als de echte Distels tot de Composiet-achtigen maar qua geslacht tot die van Sonchus terwijl de meeste andere Distels tot het geslacht Cirsium behoren.

Opvallend aan dit exemplaar is dat alle bladeren enorm zijn aangetast door Mineerders waarvan ik later nog een closeup foto zal maken, net als van de pluisbollen.

Gewone Melkdistel = Sonchus Oleraceus.

woensdag 4 juni 2008


PAALTJE MET (KORST-)MOSSEN


Een overgebleven foto van een avondlijk fietstochtje op 21 mei j.l.

Een oud markeringspaaltje in de berm zoals er vroeger zoveel waren. Deze staat op het eerste stuk van de Deutersestraat gerekend vanaf de Vlijmenseweg in 's-Hertogenbsoch.

Of het paaltje nog steeds de originele functie heeft is me niet bekend. Ondanks de verweerdheid is nog wel het woord RIOOL + een code te ontcijferen.

Waar het me uiteraard om gaat is dat er bovenop het paaltje een Mos groeit en aan de rechter zijkant een Korstmos. Dat Korstmos is een flinke lap en dat zegt iets over de ouderdom, ook van het paaltje zelf.

Vroeger stond heel Nederland vol met dergelijke paaltjes met allerlei aanduidingen voor van alles en nog wat. Sinds die tijd zijn er veel meer leidingen van allerlei soorten in de grond gelegd maar het wat en waar wordt tegenwoordig op andere manieren vastgelegd.

Ik zou hogelijk geinteresseerd zijn als er een blog zou bestaan die helemaal over dit soort paaltjes zou gaan.

dinsdag 3 juni 2008


GESCHUBDE INKTZWAM


Weer een foto uit Schagen; Paddestoelen aan de rand van een parkeervak.

Het zijn enkele exemplaren van de Geschubde Inktzwam, zowat de meest voorkomende Paddestoel in Nederland. Met name van dit soort (en ook wel andere soorten) groeien ze zowat het hele jaar door, in de winter wel vaak alleen op donkere plekken (zo heb ik in eigen tuin per stom toeval ontdekt).

Het exemplaar rechts is half volwassen, die links is al flink aan het aftakelen.

Na recent microbiologisch onderzoek is men tot de conclusie gekomen dat ie qua systematiek eigenlijk geen lid behoort te zijn van het Inktzwammen geslacht (Coprinus) maar eerder verwant is aan de Champignon. Sommige Paddestoel experts vinden dat ie een eigen geslacht dient te krijgen waarvoor zelfs al een naam is bedacht: Annularius.

De Geschubde Inktzwam schijnt zelfs eetbaar te zijn maar dan wel meteen na het plukken bereid dient te worden. Maar ga niet op mijn woorden af (ik las het ook maar ergens), ik ben verre van een Paddenstoelen expert en heb evenmin culinaire kennis op dit gebied.

GEWONE PAD (ditmaal bruin)


Vorig jaar al toonden we op de blog Padden die An in haar tuin in Schagen had gevonden en die waren allemaal zwart.

Ook eerder dit voorjaar vond ze er eentje die ook alweer zwart was.

Waarvan hun kleur afhankelijk is, is me nog steeds een raadsel. Hier is er eentje in bruintinten zoals ik ze gewend ben van vroeger.

Deze is, als ik het goed onthouden heb, niet in de tuin van An gevonden maar een eindje van huis een paar dagen geleden.

Ik denk dat het qua soort weer een Gewone Pad is, oftewel een Bufo Bufo.

JONGE KOOLMEES


Deze foto kreeg ik in de afgelopen dagen van An. Ze kon zowaar van zeer dichtbij een jonge Koolmees in haar voortuin in Schagen fotograferen.

Ook koolmezen worden wat brutaler zoals ook andere vogelsoorten maar volwassen Koolmezen zijn mensen gewend op een manier dat ze toch liever niet hebben dat een mens te dichtbij komt, en dan ook nog eens met een raar geval in de handen (een fotocamera :))

De jongen hebben blijkbaar een nog wat hoger tolerantiie niveau voor de mensheid.

De foto heeft een wat rare belichting maar dat ligt noch aan de camera noch aan de fotograaf. Er was gewoon een bepaald soort licht.

Wat mij namelijk was opgevallen was dat de Koolmees geen felgele borstveren had. Maar de jongen hebben blijkbaar overall een wat valere kleur veren dan hun ouders. An en ik houden er de theorie op na dat de jongen valer zijn om zodoende wat beter gecamoufleerd te zijn tegen vijanden.

Hebben Koolmezen nog wel natuurlijke vijanden ?

Ik ben bang van niet, roofvogels zijn er amper meer, zeker niet binnen de bebouwde kom, of zijn het ook Kauwen die wel eens een Meesje lusten ?

In de meeste gevallen zijn het katten die als huisdieren gehouden worden die nog wel eens een Mees te grazen weten te nemen. De twee poezen van een vriend brengen ook 2 x per jaar een dooie Pimpelmees in de vroege ochtend op de stoep van de achterdeur. Een onderdanig bedoelde jachttrofee voor de baas.


Maar dat katten en poezen Koolmezen doden is misschien wel goed of anders hebben we over enkele jaren een Koolmezen plaag en hebben de stagiares biologie op de universiteiten weer een extra onderwerp voor een studie.

Wat het eerder aangekaarte habitat betreft: Waarom volwassen Koolmezen zo expliciet van kleur zijn moet iemand me ook maar eens uitleggen.

Het Koolmeesjonkie op bovenstaande foto is aan het eten van een door mensenhanden opgehangen "vetbol voor vogels". Wie dat gedaan heeft weet ik niet maar wat me opviel is dat ze in een plastic plastic netje met een lelijk kleur groen hangen. Die netjes hangen weer aan een dooie boomstam van wat 19 jaar geleden de Kerstboom was. Het ding onderaan in het midden is een ouwe stormlantaarn.

Hoe meer vetbollen hoe beter want dan hoeven de Koolmees ouders geen Rupsen te vangen. Na de reeds eerder getoonde foto's van de Rupsen met grote borstelharen zie ik ook erg uit naar foto's van de Grote Beervlinders die er hopelijk uitkomen.

maandag 2 juni 2008


JUDASPENNING

(Deel 2: de vruchten)


Een closeup van dezelfde plant waarop de zaaddozen / vruchten (de "penningen") goed te zien zijn. Zelfs de aparte zaden die er in zitten.

De plant als geheel bloeit vrij langdurig maar de individuele bloemetjes worden al snel vruchten en daardoor kan 1 plant zowel bloeien als reeds vruchten hebben. (Iets wat veel meer plantensoorten hebben).


JUDASPENNING

(Deel 1: de plant als geheel)


Dit is een foto van een plant die An alweer een poosje terug fotografeerde bij een tennisbaan in Schagen.

Van origine is dit een tuin sierplant afkomstig uit zuidoost Europa.

Door een aanverwante manier van zichzelf uitzaaien als de Balsemien is ie intussen ook overal ingeburgerd.

Op deze foto zijn de bladeren te zien en ook de bloemen en de zaaddozen. De zaaddozen zijn die bijna ronde platte dingen, die op muntjes lijken en waaraan ie zijn naam dankt.

Net als bij de Balsemien (wat wel een totaal andere plant is) heeft ie gemeenschappelijk dat bij aanraking van de rijpe vruchten de eigenlijke zaden er uit weg springen tot op een flinke afstand, en zo kan ie flink woekeren in tuinen, en intussen dus ook "in het wild".

Judaspenning = Lunaria Annua.

zondag 1 juni 2008


GEWONE SMEERWORTEL



Al eerder had ik Smeerwortels gefotografeerd en op de blog geplaatst maar tot nu toe waren het allemaal (vaal-)witte.

Dit is het eerste roze exemplaar dat ik dit jaar tegenkom, net als de vorige foto ook aangetroffen in de berm van de Vlijmenseweg. Op de achtergrond kan je vagelijk daar de auto's zien rijden.

De roze en de witte exemplaren zijn gewoon 1 soort, n.l. de Symphytum Officinale.

Verder bestaat er ook nog de Ruwe Smeerwortel en die heeft blauwe bloemen en heb ik nog nooit gezien.

Ook bestaan er nog enkele kruisingen tussen wilde soorten en ook echt gekweekte cultivars.

KNOOPKRUID (Deel 2: planten)


Hier nog een aantal exemplaren van Knoopkruid. In de berm van de weg met vrij druk verkeer, de Vlijmenseweg, vanaf waar je lopend het eerder beschreven dijkje op kunt en waar ook volop exemplaren groeien.

Toen ik zat te mikken om de foto handmatig scherp te stellen zag ik door de zoeker een insect op 1 van de bloemen landen, en toen heb ik maar meteen afgedrukt.

Pas toen ik de foto terugzag realiseerde ik me dat het wellicht geen Bij of Wesp is maar ook weer een Zweefvlieg.

zaterdag 31 mei 2008


KNOOPKRUID (Deel 1: bloem)


Niet ver van de vorige plant vandaan stond ook deze plant, een neefje ervan om zo maar te zeggen, van hetzelfde plantengeslacht.

De Nederlandse naam Knoopkruid ontleent ie aan het feit dat er onder de bloem een "knoop" zit, waarschijnlijk is dat het restant van de bloemknop.

Ik kwam de plant ooit voor het eerst tegen, eind jaren 70, in natuurpark Dartmoor in Devonshire, een graafschap in het zuidoosten van Engeland.

Later kwam ik em ook in Nederland tegen en zeldzaam is ie niet echt maar toch kan ik niet zeggen dat ik em de laatste jaren veel ben tegengekomen in deze contreien en ik vond het daarom erg leuk em weer eens te zien en nog in flinke aantallen ook, waarvan morgen acte.

Knopkruid heeft een hele reeks van Latijns-wetenschappelijke namen (daar zal vast wel een reden voor zijn) waaronder:
Centaurea Jacea,
Centaurea Pratensis,
Centaurea Nigra,
Centaurea Debeauxii,
Centaurea Microptilon
en
Centaurea Angustifolia.

GROTE CENTAURI


Deze zeer exorbitante bloem vond ik ook langs het dijkje en ik had zoiets nog nooit gezien. Qua uiterlijk zou je haast niet verwachten dat zo'n plant in Nederland voorkomt, maar dus toch wel :)

De bloem is vrij groot, inclusief de franje-achtige uitsteeksels wel zo'n 6 a 8 centimeter breed.

Het is een lid van het Centauri geslacht (qua Latijns-wetenschappelijke naam) waarvan ook de plant in het volgende bericht een vertegenwoordiger is; het Knoopkruid.

Er schijnt al bij voorbaat onder buitenstaanders ongeloof te bestaan dat ik het bij het rechte end heb qua soort. Vandaar dat ik link naar een aantal betrouwbare websites waarop er ook foto's van te zien zijn:
http://wilde-planten.nl/grote%20centaurie.htm

Wat ik me afvraag is hoe dit plantengeslacht aan zijn wetenschappelijke naam komt ? In de Griekse mythologie zijn Centaurs immers half paard half mens achtige wezen. Met het lijf van een paard en i.p.v. een Paardennek en kop, het torso van eens mens (man). Welke associatie of wat dan ook er tussen deze wezens en het plantengeslacht bestaat is me totaal bijster.

De plant is in Nederland behoorlijk zeldzaam maar hier in de oostelijke rivierengebied schijnt ie weer wat in opmars te zijn, maar hij staat nog steeds wel op de Rode Lijst, ook in Belgie.

Grote Centauri = Centaurea Scabiosa.


EEN CLADONIA KORSTMOS


Hier de continuering van een serie foto's die ik afgelopen woensdagmiddag 28 mei heb gemaakt, van voornamelijk planten, met uitzondering van deze foto.

Want korstmossen zijn geen planten maar een combinatie van een Schimmel tesamen met een Alg.

Al eerder heb ik er over geschreven en foto's van getoond, maar dat waren er allemaal soorten die inderdaad een korstachtig uiterlijk hadden.
Maar er bestaan ook korstmossen met een totaal ander uiterlijk. Een geslacht met soorten die de vorm hebben van slangetjes, buisjes, kokertjes en bekertjes. Dat geslacht heet Cladonia en wereldwijd bestaan er rond de 350 soorten van, waaronder er 50 ook in Nederland voorkomen. 20 daarvan staan op de Rode Lijst.

Ze groeien vooral op de heide, in duinen en zandverstuivingen en ook het dijkje waar ik die van bovenstaande foto vond is zeer zanderig.

Ik wist van het bestaan maar dit was de eerste keer dat ik er een in het echt zag. Ze zijn piepklein maar toch heb ik de foto niet super closeup gemaakt want door de kiezelstenen die er omheen liggen kan je zelf de afmetingen ervan inschatten.

Tot slot, ik weet helaas niet welke soort het is. Wie het wel weet verzoek ik dit te melden via een reactie hieronder.


JONGE REUZENBALSEMIEN


Min of meer toevallig krijg ik juist vandaag een foto van An van jonge Reuzenbalsemienen. Dat sluit dus mooi aan bij het laatste bericht van gisteren. An heeft deze plant in grote getale in de achtertuin.

Net als Klein Springzaad (in het vorige bericht) komt ook deze van origine uit de Himalaya en Noord India. De plant is in Europa geintroduceerd rond 1930, maar ikzelf kan ik me herinneren dat ie in de 70er jaren pas echt in veel tuinen opdook.

Het ironische was dan dat de buren em dan volgend jaar vanzelf ook hadden :) Zoals ik al eerder schreef kunnen
de zaden heel ver wegspringen en die zaadjes zijn blijkbaar ook zeer kiemkrachtig. Door die manier van zaden verspreiden wordt ie ook wel Springbalsemien genoemd.

Veel mensen, inclusief ikzelf, weren em vanwege die woekerzucht uit hun tuin. Door die woekerzucht is ie dus intussen ook verwilderd, daar schreef ik in het vorige bericht ook al over.

Anderzijds zijn het ook hele slappe, "waterige" planten, de stengels zijn hol en bij een flinke windvlaag kunnen ze omwaaien of anders toegetakeld worden. Eigenlijk durf ik van planten (dus ook van bomen) wel te beweren dat alles wat snel groeit vrij slap is.