woensdag 7 mei 2008


JONGE WOLFSPOOT (?)


Ook deze groep kleine jonge plantjes vond ik in het Westerpark op 29 april.

Heel misschien zijn het zeer jonge exemplaren van de plant Wolfspoot die je vaak langs oevers ziet, maar toch heb ik zo mijn twijfels, n.l. vanwege de vorm van de 'tandjes' van de bladeren, zoals ik die ken van de volwassen Wolfpoot zouden die scherper / puntiger moeten zijn.

Maar goed, ik ken de Wolfspoot alleen als volwassen plant en ken ook de bloemen ervan, dus ik zal er over een tijd nog eens gaan kijken.

(VOGEL-?) WIKKE


Dit is een plantensoort uit het geslacht van de Wikkes. Ik bedoel het plantje met de kleine geveerde blaadjes. Er zijn heel veel soorten van en zolang ie nog niet bloeit durf ik nog niet te zeggen welke soort het precies is.

Naar ik vermoed de meeste algemene soort de Vogelwikke.

Of anders zou het ook de Smalle Wikke kunnen zijn waarvan alleen al 3 varianten bestaan.

Een van die varianten wordt ook wel Voederwikke genoemd. Omdat het een lid is van de Vlinderbloemigen wordt ie daarom op akkers ook wel aangeplant ter afwisseling van oogsten van bepaalde cultuurgewassen waardoor door monocultuur de grond qua voedingsstoffen uitgeput kan raken. Dit is dan een plant die als "wisselgewas" verbouwd wordt om meer stikstof in de grond te brengen. De plant wordt dan ook gemaaid en gebruikt als veevoer, vandaar de naam Voederwikke.

Een andere plant, ook een Vlinderbloemige, die voor hetzelfde doel wordt aangeplant op akkers (stikstof in de grond brengen) is de sierplant Lupine die men dan wel eens door boeren verkocht worden als snijbloemen. Nog een plant die ook met datzelfde doeleinde worden aangeplant zijn Klavers maar die worden meestal gewoon omgeploegd om nog extra te groen bemesten.

Als deze plant later gaat bloeien zal ik er nog eens naar kijken en pogen de soortnaam definitief te bepalen.
Maar ik vermoed toch sterk dat het hier gaat om Vogelwikke.

Overigens is Wikke verwant aan moestuingewassen zoals de diverse Bonen- en Erwten- soorten. Ook dat zijn Vlinderbloemigen en krijgen vruchten in peulen en ze hebben uitlopers met grijparmen waardoor ze zich aan elkaar en aan andere planten kunnen optrekken c.q. kunnen klimmen. (Daarom worden er bij bepaalde Erwten soorten vaak bamboestokken naast geplaatst met als voornaamste functie dat de peulen dan gemakkelijker te plukken zijn.)

Voor een lijst van alle Wikke soorten en aanverwanten zie
http://search.freefind.com/find.html?id=75904586&pageid=r&mode=ALL&n=0&query=wikke&lang=nl

Morgen de laatste foto's uit deze serie die ik in het Westerpark in 's-Hertogenbosch gemaakt heb op dinsdag 29 april. Dan de meer zeldzame soorten.

dinsdag 6 mei 2008


(ZACHTE ?) OOIEVAARSBEK

Deel 2


Hier een ander en bloeiend exemplaar van dezelfde Ooievaarsbek soort.

(ZACHTE ?) OOIEVAARSBEK

Deel 1


Dit is een soort uit de Ooievaarsbekken familie, in Latijns-wetenschappelijke terminologie de familie der Geraniums (waar ik al eerder over schreef dat dat geen echte Geraniums zijn maar leden van de aanverwante Pelargonium familie).

Een andere Ooivaarsbek familielid is Robertskruid waar ik al eerder over schreef. Dat soort is het meest algemeen voorkomende lid van de familie.

Hun naam ontlenen Ooievaarsbekken aan het feit dat de zaadstengels en zaden lijken op de nek + snavel van Ooievaars of Reigers. Er is zelfs een soort dat Reigersbek heet.
Qua soort is de plant op de foto, denk ik, de Zachte Ooievaarsbek.


De vorm van de bladeren van de verschillende soorten van deze familie varieert nogal. De bloempjes van de diverse soorten hebben allemaal dezelfde vorm en zijn allemaal roze en paars (zie volgende foto).

ROLKLAVER (?)



Ik vermoed dat dit jonge Rolklaver soort is.
Maar daarvan bestaan meerdere soorten en ik zou nu niet weten welke soort het zou kunnen zijn.

Dat zal ook weer later moeten blijken als de plant gaat bloeien. Als het Rolklaver is zal ie felgele bijna oranje-gele bloemen krijgen.

BOERENWORMKRUID


Zo ziet de plant er in het voorjaar uit, vrij laag (ongeveer 30 centimeter hoog) en de bladeren zijn dubbel geveerd.

Later in het seizoen schieten ze de hoogte in met stevige stengels die wel eem meter hoog kunnen worden. Bovenin krijgen ze dan gele bloemen zonder lintbloemblaadjes, een eigenschap der bloemen waaraan je em altijd kan herkennen. Qua bloemen hoort ie bij de Composietachtigen.

Vroeger werd de plant ook als afdrijfmiddel voor wormen gebruikt, zowel bij mensen als bij vee, daar ontleent ie ook zijn naam aan. In een hogere dosering van de werkzame stof kan ie echter ook giftig zijn. Desondanks is de plant zeer welriekend.

Bij biologische tuinieren wordt ie ook wel tussen rijen Wortelen (Peen) geplant en helpt dan tegen de Wortelvliegen.

Boerenwormkruid= Tanacetum Vulgare

maandag 5 mei 2008


HET WESTERPARK

INLEIDING OP EEN STEDELIJK ECOSYSTEEM

Vorige week dinsdagmiddag 29 april ben ik vanwege het mooie weer in een deel van het Westerpark geweest om autochtone Kruidachtige planten te fotograferen.

Van een echt park is eigenlijk geen sprake want het is niet 1 aaneengesloten gebied met een in-/uitgang en een hek er omheen waar je alleen tijdens daglichturen in mag. Het is meer een soort groen gordel van allemaal stukjes groen in de stad. Noordwestelijk gelegen van de stadscentrum en het NS station.

Er liggen ook veel watertjes in. Het slingert door diverse wijken heen, of beter gezegd ligt tegen diverse wijken aangeplakt. Ook is het geen oud park waar dus dito oude bomen of sierstruiken of bloembollen enzo staan.

Het is meer een ecologisch experiment van de gemeente 's-Hertogenbosch en ditmaal dus eens lof voor de gemeente. Er zijn randvoorwaarden gecreeerd voor autochtone Kruidachtige planten en men laat er de natuur zijn gang gaan. Hoe oud het park is weet ik niet maar ik schat dat het niet veel ouder is dan een jaar of 10 of 15 hooguit (althans in deze hoedanigheid).

Een park vol onkruid dus en voor veel mensen in die wijken gaat dat te ver. Ikzelf vind het een waar botanische paradijsje en dat midden in de stad, je kan er plantensoorten vinden die elders in het wild zelfs zeldzaam zijn. Een vriend van me heeft er zelfs al meerdere keren paartjes van IJsvogels zien rondvliegen langs de watertjes en je schijnt er ook veel Padden te kunnen tegekomen op bepaalde uren (ik heb ze zelf nog net gezien). Die Padden overwinteren (houden hun winterslaap), denk ik, in de muurtjes van gestapelde stenen langs de watertjes.

Diezelfde vriend die er die IJsvogels zag gaat binnenkort een onderdeel van zijn website aan het park wijden en daar zal ik zeker naar linken als het zover is.

Ikzelf ga deze week een aantal berichten met foto's publiceren van autochtone kruidachtige planten die ik er vorige week aantrof. Te beginnen met enkele planten die verre van zeldzaam zijn en die ik ook al elders had aangetroffen in andere parkjes en ruwtes in de stad en eerder had gefotografeerd maar toen bloeiden ze nog niet. Nu wel.

De eerste planten zijn niks bijzonders maar je zal ze zo snel niet binnen de stad aantreffen en over al die planten valt wel iets aardigs te vertellen.

Ter duiding van waar het parkdeel dat ik bedoel ligt: het ligt noordelijk van de Onderwijsboulevard en zuidelijk van de 13 Loten (= straatnaam). Er lopen ook een aantal geasfalteerde paden door heen met namen als Zalmkamp en Kraaikampen.
Een van de bredere paden heet zelfs de Westerparklaan en dat is de afscheiding met de botanische tuinen van de HAS (= Hogere Agrarische School) dat qua ingang aan de Weidonklaan grenst. Interessant gebied daar, jammer dat het niet dichterbij waar ik woon ligt.


SMALLE WEEGBREE DEEL 2


De Weegbree op de vorige foto was een op zichzelf staand exemplaar, maar soms groeien ze ook in groepjes bij elkaar zoals op deze foto.

Deze staan langs de oever van een watertje in het Westerpark.

Komende dagen meer planten uit hetzelfde park.

SMALLE WEEGBREE DEEL 1


Ook over deze plant heb ik een tijdje geleden al geschreven toen ik em vond langs de IJzeren Vrouw plas in 's-Hertogenbosch.

Ook deze bloeide toen nog niet en het exemplaar op de foto wel. De bloemen zijn verre van sensationeel.

Hij is zeer algemeen en vrijwel iedereen kent em wel van zien denk ik.

De Nederlandse naam heeft betrekking op de smalle langwerpige bladeren. Er bestaat n.l. ook een aanverwant soort dat veel bredere bladeren heeft (die heet Grote Weegbree).

Smalle Weegbree = Plantago Lanceolata.

BLOEIENDE RODE KLAVER


Over deze plant heb ik al eerder geschreven toen ik em had gevonden op de ruwte bij het ouwe Kruitshuis aan de Citadellaan in 's-Hertogenbosch.

Maar toen bloeide ie daar nog niet, hier wel en zoals je ziet hij is niet echt rood maar paars.

Het is wel bij meer autochtone planten het geval dat ze 'rood' heten maar dat niet letterlijk zijn. sterker nog, er zijn amper autochtone planten die letterlijk rode bloemen hebben.

zondag 4 mei 2008


JONGE HOP IN DE DUINEN


De berichten van afgelopen week zijn eigenlijk geplaatst in de omgekeerde volgorde dan we op het eiland Schouwen Duiveland hadden rondgereden precies een week geleden.

We waren begonnen op Renesse, een zeer toeristisch dorp aan de Noordwest kant van het eiland tegen de duinen en de Noordzee aan en net ten westen van de Brouwersdam bij Scharendijke.

Er zijn vele duinovergangen naar het strand, waar we nog rondgesnuffeld hebben op zoek naar schelpen, zonder sensationele resultaten. Het deed me haast geloven dat de biodiversiteit van Schelpen (Weekdieren) inderdaad is afgenomen in de laatste 25 jaar, wat An ook al eerder opmerkte aan de hand van stranden in Noord Holland.

Anyway, we hadden bij Renesse de duinovergang aan het eind van de Loane genomen, en helemaal boven zag ik tot mijn verbazing de klimplant Hop groeien, een autochtone plant die je in Brabant veelvuldig kunt tegenkomen maar in Zeeland in veel mindere mate.

Een andere autochtone klimplant die ik vroeger vaak in de duinen daar tegenkwam is Wilde Kamperfoelie maar die heb ik nu niet gezien. Wel groeide er nog steeds Duindoorn maar daar heb ik geen foto's van. Die waren nog vrij kaal.

Hop zal ik een andere keer meer over vertellen als ik em in deze contreien weer eens tegenkom en uitgebreider kan fotograferen.

Hop = Humulus Lupulus

GAATJES BOORSPONS


Je ziet wel vaker gaatjes in schelpen, d.w.z. in Tweekleppige schelpen. Die worden er in geboord door Slakken zoals Wulken, Purperslakken en Tepelhoorns, maar dat is altijd maar 1 gaatje.

Deze onderste klep van de Tweekleppige exotische Oester (je ziet hier de binnenkant) vertoont heel veel gaatjes.

Na flink wat online research ben ik er achter gekomen dat dat gaatjes zijn die er door Boorsponzen in geboord zijn om het vlees van de schelp te verorberen. Boorsponzen leven voornamelijk van Oesters.

De gaatjes zijn altijd rond en hebben een diameter van zo'n 5 millimeter.De spons kan tot enkele centimeters in de schelp doordringen, zowel in levende als in dode schelpen. Ze boren in de schelp (of iets anders) door een zuur te gebruiken.

De Spons leeft voornamelijk IN de schelp, slechts een deel is ook aan de buitenkant te zien. Dat uiterlijke deel heeft een honingraatstructuur met zeefvormige in- en uitstroom-openingen en is goudgeel, maar soms ook oranje, gekleurd.

Sponzen behoren tot de oudste levende organismes op aarde en Boorsponzen komem over de hele wereld voor in zout water maar in Nederland vooral in de Oosterschelde en de Grevelingen.

Boorsponzen boren soms ook in Kalksteen stenen en zelfs in fossielen. Ze leven in ondiep water op de rand van extreem laag eb. Ze leven in vooral niet verontreinigd water en ook in waters waar het niet slibberig is. Verder hebben ze ook een hoge tolerantie qua zoutgehalte van het water.

Boorspons = Cliona Celata.

Meer info zie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Boorspons
http://home.planet.nl/~ronoffer/duiken/html/frames/zoekframes/boorspons.htm
http://www.digischool.nl/bi/onderwaterbiologie/html/frames/zoekframes/boorspons.htm
http://www.onderwaterwereld.net/oww_ml/php/data.php?TLC=NL&SOC=SPNZN&SSC=Clione%20celata
http://www.nbat.nl/aquarium/spons.html
http://www.seamasters.be/bio/spons/boorspons1.htm

EXOTISCHE OESTERS


An is ook nog over het Muraltmuurtje heen geklommen om bij het water te komen waar hele smalle randjes zand en poeltjes zijn. Het muurtje is ongeveer anderhalve meter hoog.

An vond daar diverse soorten schelpen waarvan hierbij acte, maar ze heeft ze pas thuis gefotografeerd.

Dit zijn aan elkaar gegroeide exemplaren (zie laatste alinea).
Zowel in Zeeland als in de Waddenzee komen tegenwoordig meer exotische dan Zeeuwse Oesters voor. Zowel gekweekt als in het wild.

In met name de Oosterschelde met als centrum het Zuid Bevenlandse dorpje Ierseke maar ook in de Grevelingen werden vroeger veel Zeeuwse Oesters gekweekt. Door de strenge winter van 1962 / 1963 werd de gehele populatie gedecimeerd en daarna sloeg er ook nog eens een parasitaire ziekte toe.

Vanaf 1965 werd een exotisch soort geimporteerd, de Japanse of Portugese Oester, wat in principe verschillende soorten zijn maar dermate op elkaar gelijkend dat veel biologen ze toch als 1 soort beschouwen, de Crassostrea Angulata.

Deze soort heeft zelfs de autochtone verdrongen, terwijl men verwacht had dat het exotische soort na enkele jaren vanwege een wat kouder klimaat dan in hun land van origine vanzelf zou uitsterven. Omdat deze exotische soort leeft van de larven van autochtone Oesters en Mossels en Kokkels doet ie het heel erg goed en zie je de Zeeuwse Oesters maar zelden meer.

Nog een reden van het commerciele succes voor het exotische soort is dat ze eerder volwassen en geslachtsrijp zijn. Na 3 jaar gschikt voor consumptie en de autochtone pas na 5 a 6 jaar. Tegenwoordig worden er jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen Platte Oesters opgevist tegen 40 miljoen Japanse oesters.

Ook is het exotische soort niet vatbaar voor die parasitaire ziekte en zijn ze voor vogels veel moeilijker open te krijgen. De schelpen van deze exoot zijn n.l. veel dikker. Alleen Kokmeeuwen willen ze wel eens te pletter laten vallen op basaltdijken zodat de schelpen kapot / open gaan.

Toch hebben Oesters (alle soorten) een geduchter vijand dan de Kokmeeuw, zie daarover het volgende bericht.

De Platte Oesters is vrijwel rond en glad qua oppervlak.

Zie:
http://www.zeeinzicht.nl/vleet/content/ned/index.php?item=zee&pageid=NED0501.HTM&use_template=ecomare.html

De vorm van deze exoot is heel anders dan die van de autochtone, de twee kleppen hebben een gegolfde rand. Ze zijn ovaal en grillige qua oppervlak. De onderste klep is vrijwel plat, de bovenste klep is veel boller.
Zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:JapanseOester.JPG

Vrijwel altijd hechten ze zich ergens aan vast, meestal aan stenen maar als ze met heel veel exemplaren bij elkaar liggen hechten ze zich ook aan elkaar vast, zoals deze op de foto.

Platte (ook wel bekend als Zeeuwse) Oester = Ostrea Edulis
Japanse Oester = Crassostrea Gigas / Crassostrea Angulata
Portugese Oester = Crassostrea Angulata

Zie ook:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Japanse_oester
http://www.digischool.nl/bi/onderwaterbiologie/html/biologie/zeeland/oester.htm
http://www.wb-online.nl/krant/artikel.php?id=2597
http://www.waddenzee.nl/Japanse_Oester.2022.0.html
http://www.kennislink.nl/web/show?id=91890

zaterdag 3 mei 2008


JEUGDHERINNERING GEPEN

Vroeger ging ik samen met andere lagere school jochies nogal eens per fiets naar deze dijk toen de Grevelingen nog een open zeearm was. We klommen dan over het muurtje en gingen langs het water zitten en gooiden takken in het water met als bedoeling om Gepen te zien.

Gepen zijn langwerpige zeevissen en die sprongen dan vaak over de takken heen. Waarom ze dat deden was ons (en mij nu nog steeds) een raadsel maar we vonden het wel een erg leuke 'sport'.

Ze zijn langwerpig en zijn zilver van kleur en hebben een zeer spitse bek. Het zijn roofvissen en ze lijken wel een beetje op Barracudas of Marlijnen. Ze worden 40 - 90 centimer lang. Ze leven in scholen en komen pas in het voorjaar naar de kust en leven daar in ondiep water vlak onder het wateroppervlak en jagen daar op kleinere vissen. Soms zie je hun rugvin boven het water uitsteken, net zoals je vaak van Haaien ziet in speelfilms.

Ze zijn eetbaar en er wordt ook veel op gevist door sportvissers. Ik ben zelf later ook wel eens mee geweest op een zeilboot op de Oosterschelde waarbij er op gevist werd, ik heb ze dus ook wel eens van dichtbij gezien en ze zijn erg mooi.

Opvallend is dat hun graat blauwgroen van kleur is.

Meer info zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geep
en een foto op
http://www.zeevisland.com/htm-foto/@Bewaar/@Bewaar-2005/Geep-Boot-01.htm

DOOIERMOS OF .... ?



Hierbij weer een foto van mezelf van Korstmossen op hetzelfde Muralt muurtje, helaas niet met erg veel scherptediepte.

Het orange Korstmos is denk ik ofwel een soort Dooiermos of een Citroenkorst.

KORSTMOS OP MURALTMUUR


Een foto van An van een Muralt muurtje aan de Langendijk langs het Grevelingenmeer tussen Scharendijke en Den Osse.

Ook gemaakt tijdens ons bezoekje aan het Zeeuwse eiland Schouwen Duiveland op zondag 27 april.

Min of meer ook een landschapsfoto ter aanduiding van een biotoop van diverse Korstmossen en ander natuurschoon.

De betonnen muurtjes zijn bedacht door ingenieur en jonkheer De Muralt. Na de stormvloed van 1906 werd besloten veel dijken te verhogen en werd gekozen voor deze muurtjes i.p.v. een veel complexere en duurdere algehele verbreding en verhoging van de dijken. Tot 1935 werd 120 kilometer van dit soort muurtjes gebouwd in Zeeland en deze aan de noordkant van Schouwen Duiveland zijn de enige die tot monument verklaard zijn.

Net als de vestingwerken van 's-Hertogenbosch zijn ze een geliefde ondergrond voor diverse Korstmos soorten. Zo te zien ook weer de bekende soorten zoals Dooiermos.

Vroeger was de Grevelingen een open zeearm. In 1971 werd deze zeearm van de Noordzee afgesloten met de Brouwersdam richting Goeree. Het was een zoveelste onderdeel van de Deltawerken. Veel vroegere slikken en schorren kwamen definitief droog te liggen maar veel flora en fauna stierf door het zoeter / brakker worden van het water.

Daarom werd in 1978 een spuisluis in de dam gebouwd waardoor er toch weer zout zee water in de Grevelingen kon stromen. Omdat de zeearm ook aan de oostelijke kant al eerder was afgesloten (1965) met de Grevelingendam ontstond toen het grootste zoutwatermeer van West Europa. Het waterniveau wordt stabiel gehouden op 20 centimeter onder NAP.

Het gebied is toen een natuur- en recreatiegebied geworden en de diverse vroegere platen bleven droog; de Hompelvoet, de Veermansplaat, de Stampersplaat en Dwars in de Weg zijn nu beschermde eilanden waar excursies naar gemaakt kunnen worden en waar veel planten van de Rode Lijst groeien zoals diverse Orchissen.
Zie http://www.grevelingen.nl/natuur/planten.php

vrijdag 2 mei 2008


BIOTOOP DIJKJE


Ik heb het nu al meerdere keren gehad over een dijkje nabij mijn geboortedorp en hoewel ik op deze blog qua beleid eigenlijk geen landschapsfoto's plaats hierbij een uitzondering, en dat om de biotoop te tonen waar we de afgelopen week ook al foto's van diverse dingen des natuurs lieten zien. Ook deze foto is weer gemaakt door An.

In chronologische volgorde van eerdere foto's hierbij een toelichting over wat waar stond:
- De Distels stonden in de berm van dit karrenspoor aan de kant van de Populier bomen.

- Het Meerkoeten nest zat aan de oever van de vaart waar het slootje op deze foto op uitmondt en die vaart gaat via een gemaaltje onder die dijk door.

- De Knotwilgen staan aan de andere kant van de dijk, uitkijkend over de volgende polder.

- De foto van de boomstam van de Populier uit het vorige bericht is er 1 van de rij die je hier links op de foto ziet.

STAM VAN EEN POPULIER


Hierbij nog een foto van An gemaakt op zondag 27 april langs het dijkje op Schouwen Duiveland.

De boom is er 1 van een heel aantal die in een rij staan langs de andere zijde van de dijk waar aan de andere kant die Knotwilgen staan.

Ook de Populier lijkt een boom die typische Nederlands is omdat je em zo vaak ziet. Maar er zijn best veel soorten Populieren en eigenlijk is er geen enkele soort echt autochtoon.

Populieren worden ook wel Abelen genoemd en voor alle soorten geldt dat ze flink groot en hoog kunnen worden.

Ik vermoed dat dit een Ratelpopulier is, ook wel Trilpopulier of Esp genoemd. Die Ratel- of Trilpopulieren zijn fameus voor het geluid dat ze kunnen maken bij wind (het hoeft niet eens hard te waaien) als de bladeren tegen elkaar aan komen en dan een ratelende geluid geven. Als je er niet aan gewend bent en je moet ergens slapen waar je dat geluid niet gewend bent kan het een zeer opvallend geluid zijn; de een stoort zich er aan, voor de ander dis het dermate rustgevend dat men er juist heel goed bij in slaap valt.

Ik kom t.z.t. nog wel eens terug op de diverse soorten Populieren maar wil aangaande deze foto toch ook nog wijzen op die takken rechts van de boom, dat zijn worteluitlopers en die kan je "stekken" tot nieuwe bomen. Gezien de kleur van de blaadjes aan die twijgen weet ik niet zeker of dat nog verdorde bladeren zijn van vorig jaar die de warme winter overleefd hebben of dat het jonge nieuwe bladeren zijn die van nature deze geelachtige kleur hebben.

Ik kom zowieso nog eens een keer terug op het feit dat sommige boomsoorten onder aan of bij hun stam bladeren ontwikkelen.

Tot slot wil ik ook nog op het gat / de holte in de stam wijzen waarvan ik niet weet wat daarvan de oorzaak is, en afgestorven tak van toen de boom nog een boompje was of dat het een z.g.n. wond is.

Wie weet toch wel het huisje van kabouter, gnomen, kobolts of feeen ? Grapje uiteraard. Maar ....

OUWE KNOTWILG CLOSEUP


Vaak splijten de stammen van Knotwilgen en worden ze hol. Daarin ontstaat dan een klein biotoop met allerlei dieren en planten: Wespennesten, Uilen en noem maar op.

Qua planten zie je op deze foto een graspol en verder ook reeds groene twijgen van de Wilg zelf en op het rechterdeel van de stam ook enkele Korstmossoorten. Volgens mij dezelfde twee soorten die ik ook in 's-Hertogenbosch steeds op bomen zie groeien.

OUWE KNOTWILG TEKENING


Als puber zat ik vaak langs die dijk en ik heb er toendertijd ook wel eens getekend. Hierbij een scan van een van de weinige tekeningen die bewaard is gebleven, zo van circa 1974.

De boom op de tekening zal dus 1 van de bomen op de eerdere 3 foto's van An zijn.

donderdag 1 mei 2008


OUWE KNOTWILGEN DEEL 3


Zoals aangekondigd (want we kunnen er als echte Balkende VOC fans maar geen genoeg van krijgen), de nationale trots DE NEDERLANDSE KNOTWILG.

Wat voor verhaal je er ook bij bedenkt of in ziet, een boom blijft een boom en soms vinden mensen die mooi (en ik vraag me vaak af waarom want er schijnt toch haast een consensus over te bestaan).

Moeten bomen (of andere schepsels) eerst verminkt (gemutileerd) worden door mensen om door mensen gewaardeerd te worden ?

OUWE KNOTWILGEN DEEL 2


Zelfde dijkje, zelfde rijtje met ouwe Knotwilgen. Ze zijn allemaal even mooi, zowel de bomen als Ans foto's ervan, dus er volgt nog meer.

OUWE KNOTWILGEN DEEL 1



Aan de andere zijde van de dijk waar ik het steeds over heb staat een hele rij Knotwilgen die ik al kende in mijn puberjaren en toen al waren die bomen flink vervallen en ik vroeg me af of ze er nog steeds zouden staan en ziehier akte daarvan; dus jazeker en nog steeds even zoniet nog mooier en poetischer dan vroeger.

Toen al werden ze niet geknot en of dat anno nu wel het geval is durf ik ook niet echt te beoordelen. In ieder geval vind ik nog steeds hardstikke mooi en in dit bericht een foto van An en laat ik maar meteen aankondigen dat ook de foto´s bij de volgende berichten over die Knotwilgen door An gemaakt zijn.

De dijk waarlangs ze staan heeft niet echt een naam want er loopt ook alleen een karrenspoor naast wat een aftakking is van de Goudmijnweg en de Weeldijk. En dat ligt ergens tussen de 3 piepkleine dorpjes Kerkwerve, Zonnemaire en Noordgouwe in.

woensdag 30 april 2008


MEERKOET NEST MET 7 EIEREN


Ging het in vorige berichten nog veel over 'dood"', dit bericht gaat over 'nieuw leven'.

Terug van de begraafplaats weer naar het dijkje waarvan ik overigens op geen enkele kaart de naam kan vinden.

Haaks op die dijk, en er onderdoor, (waar ik ook de Distels fotografeerde) loopt een "vaart" ter afwatering (een brede sloot) waar An dit vogelnest tussen het riet ontdekte en ook deze foto van maakte.

Het nest is van een Meerkoet. Dat was gemakkelijk vast te stellen omdat de vogel nog op het nest zat toen we het vor het eerst zagen. Vervolgens ging de vogel een rondje zwemmen want ze vond ons vast maar ongewenste pottenkijkers maar wel hield ze een oogje in het zeil maar goed, toch wel hachelijk om je nest onbeschut achter te laten.

An (die velen malen meer weet over vogels dan ikzelve) merkte meteen op dat het maar liefst 7 eieren waren en dat zij nooit Meerkoeten had zien zwemmen met meer dan 4 jongen.

Thuisgekomen heb ik het online eens nagezocht en las op 2 verschillende sites dat ze 5 - 8 of 5 - 10 eieren leggen. Maar tja, jonge watervogels vallen nogal eens ten prooi aan rovers, niet in het minst aan Waterratten.

Zelf weet ik vrijwel niets over vogels dus om nu hele verhalen af te gaan steken over dingen die ikzelf ook weer op Wikipedia opzoek en napraat vind ik maar niks, want in principe schrijf ik vanuit eigen kennis en ervaring.

Van An heb ik dus zondag geleerd hoe je een Kerkuil herkent want behalve in dierentuinen enzo heb ik in het wild alleen maar in de duister een paar keer geschrokken Uilen zien wegvliegen (meer dan een silhouet zie je dan niet).

Bovendien is er een soort stilzwijgende afspraak tussen An en mij en dat is een grove verdeling tussen fauna (Ans aandeel) en flora (mijn aandeel), dus wie weet kan An er wat extra bij vertellen als ze dat wilt.

Meerkoet = Fulica Atra

NAALDBOOM STAM + KLIMOP

DEEL 2


Hier een closeup van de boom uit het vorige bericht. Van de Klimop zie je vooral kale takken en maar een paar bladeren. En dat terwijl Klimop onder normale omstandigheden de hele winter zijn bladeren behoudt.

Ik vermoed dus dat men gepoogd heeft de boom van de Klimop te ontdoen maar dus niet met definitief resulaat. Klimop is ook erg taai en bijna onuitroeibaar en lijkt vaak 7 levens te hebben.

Opvallend aan de boomstam zijn de uitstekende knobbels, restanten van er af gezaagde (gesnoeide) takken waarvan de 'wonden' wel keurig behandeld zijn; met dat rode spul op de 'snede' van de tak. Ik heb vroeger geweten hoe dat spul heet maar ik weet het nu niet meer, het is een soort op 'menie' gelijkend spul.

De plek waarop de takken van de stam zijn weggesnoeid / gezaagd is wat minder volgens het boekje; ze hadden dichter bij de stam verwijderd moeten worden, mjn pa die hoofd planstoenendienst was zou dit 'kapstokken' hebben genoemd. Ikzelf vind het wel wat hebben :)

NAALDBOOM STAM + KLIMOP

DEEL 1


Bij het zien van deze foto zou je al snel kunnen denken dat ie gemaakt is in een verwilderd bos. Dat is zeker niet het geval, de boom staat op dezelfde begraafplaats waar ik al eerder over schreef. Ook lijkt het dat het er flink woekert met allerlei struikachtige planten maar dat valt in werkelijkheid ook best mee (of tegen ?). Het is meer een toevallig gelukkig gekozen kader van de foto waardooor dit zo lijkt.

Het is een boomstam van een cypres- of connifeerachtige boom die ik niet kon thuisbrengen en de takken hingen te hoog om er een stukje van af te trekken of snijden en het thuis op te zoeken.

Eigenlijk ging het me bij deze foto om het feit dat ie omstrengeld wordt door Klimop en het (met een beetje hulp) toch overleeft. Voor menig ander boomsoort zou dat funest kunnen zijn want er leggen nogal eens bomen het loodje omdat ze door Klimop 'verstikt' worden.

MAGNOLIA BLOEMEN DEEL 2


Hier een closeup van de Magnolia bloemen van dezelfde struik / boom.

Er lijkt me geen verdere toelichting nodig want ik heb er eerder al volop over verteld en ik beschouw dit als het laatste bericht er over.

MAGNOLIA BLOEMEN DEEL 1


Op begraafplaatsen kan je altijd wel mooie bomen en struiken tegenkomen, vooral vaak allerlei naadlbomen.

Hoe ouder de begraafplaatsen hoe mooier ik ze vaak vind, ook de vervallen grafmonumenten zelf.

Katholieke begraafplaatsen zijn vaak mooier dan Protestante begraafplaatsen (voor zover die bestaan). Deze begraafplaats in mijn Zeeuwse geboorteplaats is bij mijn weten een neutrale openbare begraafplaats voor alle gezinten al kan je er wel van uit gaan dat het merendeel van de mensen die er begraven liggen protestant waren.

Dezelfde verschillen die er bestaan tussen Katholieke en Protestante kerkinterieurs bestaat ook qua begraafplaatsen, dus deze waar ik nu over spreek is vrij sober.

Vandaar dat ik nogal verbaasd was om op een graf een grote bloeiende Magnolia struik aan te treffen, toch zeker wel 3 meter hoog en vrij breed.

Ik heb de laatste periode al meerdere keren over Magnolias geschreven maar dat was steeds met foto's van bloemen die eigenlijk nog niet echt geopend waren. Deze dus wel en die had ook dezelfde kleur als het exemplaar in de tuin van mijn buren in 's-Hertogenbosch. Ik heb daar zoeven nog eens naar gekeken en die zijn toch nog niet zo ver open als deze.

dinsdag 29 april 2008


DODE KERKUIL



Ook dit vonden An en ik op de al eerder genoemde begraafplaats, een half vergane Kerkuil. Naar we vermoeden een natuurlijke dood gestorven.

We zagen em liggen onder een grote stapel snoeihout van Taxus struiken of heggen. Taxus zie je overigens vaak aangeplant op begraafplaatsen. De boom kan erg oud en dik worden en is ook wel het symbool van lang leven maar evenzeer van de dood.

Als je symbolische betekenis aan deze foto wilt toedichten is dit dus symboliek ten top: een dode KERKuil onder een boom des doods op een begraafplaats. Maar goed dat ik niet bijgelovig ben :)

We wilden de dode Kerkuil niet met onze handen aanraken (ik meende er Maden uit te zien kruipen) en we hebben dus een tak gebruikt om em vanonder de takkenbossen uit te halen en daarmee kwam ie op een voetpad van schelpengruis te liggen en daar heb ik deze foto gemaakt.

We hadden em ook nog omgedraaid, zodat ie op zijn buik kwam te liggen (de zijde die je nu zit) maar die foto van de rugzijde is helaas mislukt. Omdat ie met een gedraaide kop lag hebben we em ook nog op zijn zij gedraaid zodat de oogkassen goed te zien waren. Daaruit kon An afleiden dat het een Kerkuil was. Kerkuilen hebben qua "tekening" een witte "zonnebril" waaraan ze zeer goed herkenbaar zijn. Helaas is ook die foto mislukt. Ook de gehele borst van Kerkuilen is met witte veren bekleed.

Dat ie een natuurlijke dood is gestorven denk ik af te leiden uit het feit dat veel dieren als ze hun dood voelen naderen een beschutte plek zoeken om daar te sterven, in dit geval onder die takkenbos dus.

Kerkuil = Tyto Alba

KORSTMOS OP BOOMSTAM


Ook op een aantal stammen van diverse bomen op de eerdergenoemde begraafplaats trof ik dit mij onbekend Korstmos soort aan.

Op het moment zelf heb ik niet op de boomsoort gelet maar afgaand op de foto denk ik dat het een Populier is.

KORSTMOS OP GRAFSTEEN


Afgelopen zondag 27 april waren we op Schouwen Duiveland ook op de begraafplaats van mijn geboortedorp waar familie van ons begraven ligt.

Ik heb ook rondgestruind op het ouwe gedeelte dat teruggaat tot de 2e helft van de 19e eeuw. Daar trof ik op deze liggende grafsteen veel Korstmossen aan, van een soort dat ik in 's-Hertogenbosch nog niet gezien heb.

maandag 28 april 2008


ECHTE KRUISDISTEL


Wederom langs hetzelfde dijkje een Echte Kruisdistel. Een zeer stug en stekelig soort. Zeer scherpe stekels en de bladeren zijn zowat zo taai als die van uitgedroogd leer of de bladeren van sommige uitheems vetplanten.

Opmerkelijk aan dit soort is dat er in tegenstelling tot de meeste andere Distelsoorten geen paarse of roze bloemen in komen maar een soort even taaie ronde bolvormige bloemen die vrijwel dezelfde grijsblauwgroene kleur als de bladeren hebben.

Echte Kruisdistel = Eryngium Campestre

SPEERDISTEL DEEL 2


Hierbij nog een exemplaar van een Speerdistel een stukje verderop langs dezelfde dijk. Prachtig rozetvormig zijn die.

Hier in het gezelschap van twee andere planten. Linksonder Fluitenkruid, waarvan me onder invloed van het weer in Zeeland zijn ook weer de dialectnaam te binnen schoot: Toeter, ongetwijfeld ook verwijzend naar het feit dat je er een blaas-/fluitinstrumentje van kunt maken.

In het midden bovenaan de foto een wat verder ontwikkeld exemplaar van Jacobskruiskruid dan het exemplaar dat ik in afgelopen dagen toonde en beschreef.

SPEERDISTEL DEEL 1


Gisteren zijn An en ik een dagje op en neer geweest naar het Zeeuwse eiland Schouwen Duiveland waar ons beider families vandaan komen.

We hebben er allebei flink wat foto's gemaakt en die zullen we deze week publiceren.

Omdat ik afgelopen vrijdag al wat Distels in 's-Hertogenbosch gefotografeerd had (en die afgelopen zondag publiceerde), en ik gisteren langs een dijk nabij mijn geboortedorp ook weer wat Distels aantrof begin ik daar nu mee omdat dat dus aardig aansluit.

Hierbij als eerste een mooi en jong exemplaar van een Speerdistel.

Speerdistel = Cirsium Vulgare

KORSTMOS 2 OP MUURTJE AA


Hierbij nog een opname van een Korstmos op hetzelde vestingsmuuurtje. Ook deze foto is van vrijdag 25 april j.l.

KORSTMOS 1 OP MUURTJE AA


Van hetzelde vestingsmuuurtje als op de vorige foto een Kortsmossoort die ik nog nooit eerder gezien had, ik bedoel die bruingele in het midden die blijkbaar de voorkeur geeft om op de rode middeleeuwse steensoort te groeien, al schijnt het een wetenschappelijke feit te zijn dat het Korstmossen niets uitmaakt op welke steensoort of boomsoort ze groeien.

Daar heb ik het ook al eerder over gehad in de afgelopen tijd en dat had ik ook geleerd van mensen die veel meer over Korstmossoorten dan ikzelf.

Niet dat ik de wetenschap in twijfel wil trekken of bekritiseren, maar toch krijg ik bij eigen observaties vaak de indruk dat bepaalde Korstmos soorten wel degelijk op bepaalde ondergronden groeien of er een voorkeur voor hebben en dat hun groei niet alleen maar afhangt van de chemische samenstelling van de lucht waar ze hun voedsel uithalen.

Maar dat zal wel mijn eigen inbeelding zijn.

(KORST-)MOSSEN MUURTJE AA


In het laatste bericht van zaterdag 26 april noemde ik al de groei van kruidachtige planten en Mossen en Korstmossen op het muurtje van de vestingswerken langs de zuidzijde van de rivier de Aa. Bij het gedeelte dat grenst aan het terrein van het ouwe Kruithuis waar ik afgelopen vrijdag 25 april was trof ik diverse Korstmossen aan en ook gewone Mossen en noemde al het feit dat op die Mossen en humus ook weer planten groeien.

Hierbij een closeup foto van zo'n sukje muur dat tevens toch een aardig totaaloverzicht geeft wat daar zoals op groeit. Bijna een macro-opname :) D.w.z. dat alles er op de foto groter uitziet dan het in werkelijkheid is.

Aan de randen van de foto zijn ook weer Korstmossen te zien al was het ne daar niet om te doen bij deze foto, ik wilde meer een sfeerimpressie maken, natuur op een paar vierkante centimeter, want niet alles hoeft grotesk, pompeus en qua vorm complex te zijn om mooi te zijn, nietwaar ?

Ik vind het zef een redelijk geslaagde foto al geef ik toe dat de scherptediepte wat beter had gekund, maar goed, dat komt nog wel want ik heb de nieuwe camera ook nog maar pas.

zondag 27 april 2008


KLIS (OF KLIT, MAAR WELKE ?)


Zelfs dit is een plant die vanwege de bloeiwijze nauw verwant is aan Distels. Ook weer gespot op dezelfde plek en op dezelfde dag (vrijdag 25 april dus).

Ook dit is een flink grote plant (geschatte "spanwijdte" van de bladeren op deze foto toch ook minstens 30 a 40 centimeter), zelfs nu ie nog niet eens volwassen is. De bladeren zullen echter niet veel groter worden, vanaf dit stadium zal de plant zich vooral in de hoogte ontwikkelen.

Het is een Klis, ook wel Klit genoemd, waarvan autochtoon verschillende soorten bestaan. Ook bestaan er bastaardsoorten en gekweekte varianten van. Omdat ie nu nog zo klein is en nog niet bloeit durf ik niet te zeggen welke soort het is, ik vermoed de Gewone Klis ofwel de Grote Klis.

Ik heb de plant ook wel eens gezien in siertuinen want als ie groot wordt kan het een erg mooie plant zijn (al moet je er van 'houden' .... maar allez, dat geldt voor alles :).

"ONTSNAPTE" SIERDISTEL ?


Ook deze plant trof ik aan op de eerdergnoemde ruwte bij het ouwe Kruithuis.

Overduidelijk ook een Distel en ook dit is best een grote plant, qua "spanwijdte" van de bladeren wel 40 centimeter.

Eveneens opvallend aan deze plant, die ik overigens qua uiterlijk ook zeer fraai vind, is de grijze lichtelijk blauwe haast metalic kleur; erg mooi !

Distels worden ook wel gekweekt als sierplanten en verwilderen dan soms, en ik denk dat dit er zoeen is. Qua soort kan ik em niet in mijn plantengids vinden dus autochtoon is ie zeker niet en maar wel inheems want ik ben em vaker "in het wild" tegengekomen. Als ie straks doorschiet denk ik dat ie wel een meter hoog kan gaan worden en ik zal in de komende maanden een oogje in het zeil houden.

Ik wil trouwens dat hele gebiedje van bij het ouwe Kruithuis nauw in de gaten houden. Ik ben n.l. bang dat de gemeentelijke plantsoendienst gaat huishouden vanuit een filosofie "alles wat we er zelf niet geplant hebben moet weer weg".

Zo ken ik een verhaal van mensen (die me dat zelf vertelden) die gedoogd in het ernaast gelegen vroegere koetshuis wonen er ook hun ongenoegen over uitspraken, temeer daar de 'groene mannen' ook over de afheining klommen en de tuin (waarin ze ook wilde planten en aanverwante planten hielden) rigureus onder handen namen onder het voorwendsel dat de bewoners geen huur voor de tuin betaalden.

Het zou me niks verbazen als deze plant uit die tuin 'ontsnapt' is als semi wilde plant.


Wie weet welke Distelsoort dit is verzoek ik dat via reacties hieronder te melden.


AKKERDISTEL (?)


Op de ruwte bij het ouwe Kruithuis vond ik vrijdagmiddag 25 april ook een aantal Distelachtige planten en om te beginnen deze die ook overduidelijke stekels heeft. De Akkerdistel, een van de meest voorkomende Distelsoorten in Nederland. Wel een van de kleinsten en minst opvallende en volgens mij ook minst fraaie qua uiterlijk.

Het vraagteken in de kop van dit bericht duidt op mijn twijfel, want ook dit soort, de Akkerdistel, kan er in de loop der seizoenen en de plekken waar ie groeit zeer verschillend uitzien.

Niet alle Distelsoorten hebben overduidelijke stekels. Wat vrijwel alle soorten gemeenschappelijk hebben is hun bloeiwijze, vrijwel altijd paars of roze en behorend tot de Composieten familie.

Tegen de tijd dat de meer opvallende en fraaiere Distelsoorten gaan bloeien kom ik er graag nog op terug met wat foto's.


Tot slot wil ik nog vermelden dat er ook autochtone planten bestaan die in hun Nederlandse naam het woord 'distel' hebben maar in generlei zin Distels zijn en er zelfs amper aan verwant zijn.