donderdag 8 mei 2008
TOEKOMST PLANTEN & BOMEN
Ik heb de laatste dagen wat zitten rondbellen om er achter te komen hoe het zit met de toekomst van bepaalde planten en bomen.
Hoe het zit met de wettelijk beschermde Orchissen in het Westerpark waar ik net over geschreven heb in relatie met de nieuwbouwplannen bij de HAS (waar JL over schreef in een reactie) ben ik helaas nog niet achter.
Waar ik ook achterheen zat was om te achterhalen wat de toekomst is voor de zeldzame en grote Watercipres aan de achterzijde van het Groot Ziekengasthuis in 's-Hertogenbosch. Ik heb die boom ontdekt en er over geschreven in oktober 2007.
Het is algemeen bekend dat dat ziekenhuis gesloopt gaat worden in de komende paar jaar. De persoon die gaat over het groen van de binnentuin en rondom het pand wist niet eens van de boom af.
Hij vermoedde dat het een kwestie is waar de eigenaar van de grond ten tijde van de sloop mee moet 'dealen'. Die eigenaar is aannemer Heijmans uit Rosmalen. Ik ben benieuwd of die t.z.t. een kapvergunning zal aanvragen bij de gemeente of dat die laatste de moeite gaat nemen de boom in de nieuwbouwplannen te integreren of dat de boom verplaatst wordt (wat het laatste jaar ook al met een aantal andere oude bomen in 's-Hertogenbosch is gebeurd).
ORCHIS Deel 3

Dit is de tweede keer in mijn leven dat ik in het wild een autochtone Orchis zie. De eerste keer was een echt eigen vondst en was in het landgoed / bos Mon Plaisir in Schuddebeurs op Schouwen Duiveland.
ORCHIS Deel 1

Dit zijn jonge bladeren van een Orchis op het zuidelijkste perceeltje in het Westerpark in westelijk 's-Hertogenbosch.
Aangezien ie nog niet bloeit weet ik nog niet welke soort het is. Dat zal moeten blijken uit de kleur bloemen:
Ofwel een Gevlekte Orchis (lichtpaarse bloemen) ofwel een Brede Orchis (roodpaarse bloemen). Beide hebben gevlekte bladeren dus nu kon ik nog niet zien wel soort het is.
Beide soorten zijn zeldzaam en in afgelopen decennia flink in aantal afgenomen, Ze staan daarom op de Rode Lijst en zijn wettelijk beschermd.
SILENE

Ik denk een plant uit het geslacht Silene (Latijns-wetenschappelijke naam).
Tot nu toe met voornamelijk knoppen en slechts 1 ontluikend bloemetje.
Misschien de zeldzame Blaassilene want die groeit in het Westerpark, of anders het familielid Dagkoekoeksbloem.
De naam Silene is afgeleid van Silenus, de Griekse vader van de Silenen, die vaak met een dikke buik, net als de kelk van sommige soorten, dronken en rijdend op een ezel werd afgebeeld.
Dagkoekoeksbloem werd als een duivelsplant beschouwd. Wie de plant plukte zou een vroege dood sterven. Een legende vertelde dat als een kind de Dagkoekoeksbloem plukte zijn vader zou sterven en zijn moeder als het de Avondkoekoeksbloem plukte.
Meer over de Griekse satyr Silenus:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Silenus
woensdag 7 mei 2008
JONGE WOLFSPOOT (?)

Maar goed, ik ken de Wolfspoot alleen als volwassen plant en ken ook de bloemen ervan, dus ik zal er over een tijd nog eens gaan kijken.
(VOGEL-?) WIKKE

Dit is een plantensoort uit het geslacht van de Wikkes. Ik bedoel het plantje met de kleine geveerde blaadjes. Er zijn heel veel soorten van en zolang ie nog niet bloeit durf ik nog niet te zeggen welke soort het precies is.
Naar ik vermoed de meeste algemene soort de Vogelwikke.
Of anders zou het ook de Smalle Wikke kunnen zijn waarvan alleen al 3 varianten bestaan.
Een van die varianten wordt ook wel Voederwikke genoemd. Omdat het een lid is van de Vlinderbloemigen wordt ie daarom op akkers ook wel aangeplant ter afwisseling van oogsten van bepaalde cultuurgewassen waardoor door monocultuur de grond qua voedingsstoffen uitgeput kan raken. Dit is dan een plant die als "wisselgewas" verbouwd wordt om meer stikstof in de grond te brengen. De plant wordt dan ook gemaaid en gebruikt als veevoer, vandaar de naam Voederwikke.
Een andere plant, ook een Vlinderbloemige, die voor hetzelfde doel wordt aangeplant op akkers (stikstof in de grond brengen) is de sierplant Lupine die men dan wel eens door boeren verkocht worden als snijbloemen. Nog een plant die ook met datzelfde doeleinde worden aangeplant zijn Klavers maar die worden meestal gewoon omgeploegd om nog extra te groen bemesten.
Als deze plant later gaat bloeien zal ik er nog eens naar kijken en pogen de soortnaam definitief te bepalen. Maar ik vermoed toch sterk dat het hier gaat om Vogelwikke.
Overigens is Wikke verwant aan moestuingewassen zoals de diverse Bonen- en Erwten- soorten. Ook dat zijn Vlinderbloemigen en krijgen vruchten in peulen en ze hebben uitlopers met grijparmen waardoor ze zich aan elkaar en aan andere planten kunnen optrekken c.q. kunnen klimmen. (Daarom worden er bij bepaalde Erwten soorten vaak bamboestokken naast geplaatst met als voornaamste functie dat de peulen dan gemakkelijker te plukken zijn.)
Voor een lijst van alle Wikke soorten en aanverwanten zie http://search.freefind.com/find.html?id=75904586&pageid=r&mode=ALL&n=0&query=wikke&lang=nl
Morgen de laatste foto's uit deze serie die ik in het Westerpark in 's-Hertogenbosch gemaakt heb op dinsdag 29 april. Dan de meer zeldzame soorten.
dinsdag 6 mei 2008
(ZACHTE ?) OOIEVAARSBEK
Deel 1

Dit is een soort uit de Ooievaarsbekken familie, in Latijns-wetenschappelijke terminologie de familie der Geraniums (waar ik al eerder over schreef dat dat geen echte Geraniums zijn maar leden van de aanverwante Pelargonium familie).
Een andere Ooivaarsbek familielid is Robertskruid waar ik al eerder over schreef. Dat soort is het meest algemeen voorkomende lid van de familie.
Hun naam ontlenen Ooievaarsbekken aan het feit dat de zaadstengels en zaden lijken op de nek + snavel van Ooievaars of Reigers. Er is zelfs een soort dat Reigersbek heet.
Qua soort is de plant op de foto, denk ik, de Zachte Ooievaarsbek.
De vorm van de bladeren van de verschillende soorten van deze familie varieert nogal. De bloempjes van de diverse soorten hebben allemaal dezelfde vorm en zijn allemaal roze en paars (zie volgende foto).
BOERENWORMKRUID

Zo ziet de plant er in het voorjaar uit, vrij laag (ongeveer 30 centimeter hoog) en de bladeren zijn dubbel geveerd.
Later in het seizoen schieten ze de hoogte in met stevige stengels die wel eem meter hoog kunnen worden. Bovenin krijgen ze dan gele bloemen zonder lintbloemblaadjes, een eigenschap der bloemen waaraan je em altijd kan herkennen. Qua bloemen hoort ie bij de Composietachtigen.
Vroeger werd de plant ook als afdrijfmiddel voor wormen gebruikt, zowel bij mensen als bij vee, daar ontleent ie ook zijn naam aan. In een hogere dosering van de werkzame stof kan ie echter ook giftig zijn. Desondanks is de plant zeer welriekend.
Bij biologische tuinieren wordt ie ook wel tussen rijen Wortelen (Peen) geplant en helpt dan tegen de Wortelvliegen.
Boerenwormkruid= Tanacetum Vulgare
maandag 5 mei 2008
HET WESTERPARK
INLEIDING OP EEN STEDELIJK ECOSYSTEEM
Vorige week dinsdagmiddag 29 april ben ik vanwege het mooie weer in een deel van het Westerpark geweest om autochtone Kruidachtige planten te fotograferen.
Van een echt park is eigenlijk geen sprake want het is niet 1 aaneengesloten gebied met een in-/uitgang en een hek er omheen waar je alleen tijdens daglichturen in mag. Het is meer een soort groen gordel van allemaal stukjes groen in de stad. Noordwestelijk gelegen van de stadscentrum en het NS station.
Er liggen ook veel watertjes in. Het slingert door diverse wijken heen, of beter gezegd ligt tegen diverse wijken aangeplakt. Ook is het geen oud park waar dus dito oude bomen of sierstruiken of bloembollen enzo staan.
Het is meer een ecologisch experiment van de gemeente 's-Hertogenbosch en ditmaal dus eens lof voor de gemeente. Er zijn randvoorwaarden gecreeerd voor autochtone Kruidachtige planten en men laat er de natuur zijn gang gaan. Hoe oud het park is weet ik niet maar ik schat dat het niet veel ouder is dan een jaar of 10 of 15 hooguit (althans in deze hoedanigheid).
Een park vol onkruid dus en voor veel mensen in die wijken gaat dat te ver. Ikzelf vind het een waar botanische paradijsje en dat midden in de stad, je kan er plantensoorten vinden die elders in het wild zelfs zeldzaam zijn. Een vriend van me heeft er zelfs al meerdere keren paartjes van IJsvogels zien rondvliegen langs de watertjes en je schijnt er ook veel Padden te kunnen tegekomen op bepaalde uren (ik heb ze zelf nog net gezien). Die Padden overwinteren (houden hun winterslaap), denk ik, in de muurtjes van gestapelde stenen langs de watertjes.
Diezelfde vriend die er die IJsvogels zag gaat binnenkort een onderdeel van zijn website aan het park wijden en daar zal ik zeker naar linken als het zover is.
Ikzelf ga deze week een aantal berichten met foto's publiceren van autochtone kruidachtige planten die ik er vorige week aantrof. Te beginnen met enkele planten die verre van zeldzaam zijn en die ik ook al elders had aangetroffen in andere parkjes en ruwtes in de stad en eerder had gefotografeerd maar toen bloeiden ze nog niet. Nu wel.
De eerste planten zijn niks bijzonders maar je zal ze zo snel niet binnen de stad aantreffen en over al die planten valt wel iets aardigs te vertellen.
Ter duiding van waar het parkdeel dat ik bedoel ligt: het ligt noordelijk van de Onderwijsboulevard en zuidelijk van de 13 Loten (= straatnaam). Er lopen ook een aantal geasfalteerde paden door heen met namen als Zalmkamp en Kraaikampen.
Een van de bredere paden heet zelfs de Westerparklaan en dat is de afscheiding met de botanische tuinen van de HAS (= Hogere Agrarische School) dat qua ingang aan de Weidonklaan grenst. Interessant gebied daar, jammer dat het niet dichterbij waar ik woon ligt.
SMALLE WEEGBREE DEEL 1

Ook over deze plant heb ik een tijdje geleden al geschreven toen ik em vond langs de IJzeren Vrouw plas in 's-Hertogenbosch.
Ook deze bloeide toen nog niet en het exemplaar op de foto wel. De bloemen zijn verre van sensationeel.
Hij is zeer algemeen en vrijwel iedereen kent em wel van zien denk ik.
De Nederlandse naam heeft betrekking op de smalle langwerpige bladeren. Er bestaat n.l. ook een aanverwant soort dat veel bredere bladeren heeft (die heet Grote Weegbree).
Smalle Weegbree = Plantago Lanceolata.
BLOEIENDE RODE KLAVER

zondag 4 mei 2008
JONGE HOP IN DE DUINEN

De berichten van afgelopen week zijn eigenlijk geplaatst in de omgekeerde volgorde dan we op het eiland Schouwen Duiveland hadden rondgereden precies een week geleden.
We waren begonnen op Renesse, een zeer toeristisch dorp aan de Noordwest kant van het eiland tegen de duinen en de Noordzee aan en net ten westen van de Brouwersdam bij Scharendijke.
Er zijn vele duinovergangen naar het strand, waar we nog rondgesnuffeld hebben op zoek naar schelpen, zonder sensationele resultaten. Het deed me haast geloven dat de biodiversiteit van Schelpen (Weekdieren) inderdaad is afgenomen in de laatste 25 jaar, wat An ook al eerder opmerkte aan de hand van stranden in Noord Holland.
Anyway, we hadden bij Renesse de duinovergang aan het eind van de Loane genomen, en helemaal boven zag ik tot mijn verbazing de klimplant Hop groeien, een autochtone plant die je in Brabant veelvuldig kunt tegenkomen maar in Zeeland in veel mindere mate.
Een andere autochtone klimplant die ik vroeger vaak in de duinen daar tegenkwam is Wilde Kamperfoelie maar die heb ik nu niet gezien. Wel groeide er nog steeds Duindoorn maar daar heb ik geen foto's van. Die waren nog vrij kaal.
Hop zal ik een andere keer meer over vertellen als ik em in deze contreien weer eens tegenkom en uitgebreider kan fotograferen.
Hop = Humulus Lupulus
GAATJES BOORSPONS

Je ziet wel vaker gaatjes in schelpen, d.w.z. in Tweekleppige schelpen. Die worden er in geboord door Slakken zoals Wulken, Purperslakken en Tepelhoorns, maar dat is altijd maar 1 gaatje.
Deze onderste klep van de Tweekleppige exotische Oester (je ziet hier de binnenkant) vertoont heel veel gaatjes.
Na flink wat online research ben ik er achter gekomen dat dat gaatjes zijn die er door Boorsponzen in geboord zijn om het vlees van de schelp te verorberen. Boorsponzen leven voornamelijk van Oesters.
De gaatjes zijn altijd rond en hebben een diameter van zo'n 5 millimeter.De spons kan tot enkele centimeters in de schelp doordringen, zowel in levende als in dode schelpen. Ze boren in de schelp (of iets anders) door een zuur te gebruiken.
De Spons leeft voornamelijk IN de schelp, slechts een deel is ook aan de buitenkant te zien. Dat uiterlijke deel heeft een honingraatstructuur met zeefvormige in- en uitstroom-openingen en is goudgeel, maar soms ook oranje, gekleurd.
Sponzen behoren tot de oudste levende organismes op aarde en Boorsponzen komem over de hele wereld voor in zout water maar in Nederland vooral in de Oosterschelde en de Grevelingen.
Boorsponzen boren soms ook in Kalksteen stenen en zelfs in fossielen. Ze leven in ondiep water op de rand van extreem laag eb. Ze leven in vooral niet verontreinigd water en ook in waters waar het niet slibberig is. Verder hebben ze ook een hoge tolerantie qua zoutgehalte van het water.
Boorspons = Cliona Celata.
Meer info zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Boorspons
http://home.planet.nl/~ronoffer/duiken/html/frames/zoekframes/boorspons.htm
http://www.digischool.nl/bi/onderwaterbiologie/html/frames/zoekframes/boorspons.htm
http://www.onderwaterwereld.net/oww_ml/php/data.php?TLC=NL&SOC=SPNZN&SSC=Clione%20celata
http://www.nbat.nl/aquarium/spons.html
http://www.seamasters.be/bio/spons/boorspons1.htm
EXOTISCHE OESTERS

An is ook nog over het Muraltmuurtje heen geklommen om bij het water te komen waar hele smalle randjes zand en poeltjes zijn. Het muurtje is ongeveer anderhalve meter hoog.
An vond daar diverse soorten schelpen waarvan hierbij acte, maar ze heeft ze pas thuis gefotografeerd.
Dit zijn aan elkaar gegroeide exemplaren (zie laatste alinea).
Zowel in Zeeland als in de Waddenzee komen tegenwoordig meer exotische dan Zeeuwse Oesters voor. Zowel gekweekt als in het wild.
In met name de Oosterschelde met als centrum het Zuid Bevenlandse dorpje Ierseke maar ook in de Grevelingen werden vroeger veel Zeeuwse Oesters gekweekt. Door de strenge winter van 1962 / 1963 werd de gehele populatie gedecimeerd en daarna sloeg er ook nog eens een parasitaire ziekte toe.
Vanaf 1965 werd een exotisch soort geimporteerd, de Japanse of Portugese Oester, wat in principe verschillende soorten zijn maar dermate op elkaar gelijkend dat veel biologen ze toch als 1 soort beschouwen, de Crassostrea Angulata.
Deze soort heeft zelfs de autochtone verdrongen, terwijl men verwacht had dat het exotische soort na enkele jaren vanwege een wat kouder klimaat dan in hun land van origine vanzelf zou uitsterven. Omdat deze exotische soort leeft van de larven van autochtone Oesters en Mossels en Kokkels doet ie het heel erg goed en zie je de Zeeuwse Oesters maar zelden meer.
Nog een reden van het commerciele succes voor het exotische soort is dat ze eerder volwassen en geslachtsrijp zijn. Na 3 jaar gschikt voor consumptie en de autochtone pas na 5 a 6 jaar. Tegenwoordig worden er jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen Platte Oesters opgevist tegen 40 miljoen Japanse oesters.
Ook is het exotische soort niet vatbaar voor die parasitaire ziekte en zijn ze voor vogels veel moeilijker open te krijgen. De schelpen van deze exoot zijn n.l. veel dikker. Alleen Kokmeeuwen willen ze wel eens te pletter laten vallen op basaltdijken zodat de schelpen kapot / open gaan.
Toch hebben Oesters (alle soorten) een geduchter vijand dan de Kokmeeuw, zie daarover het volgende bericht.
De Platte Oesters is vrijwel rond en glad qua oppervlak.
Zie:
http://www.zeeinzicht.nl/vleet/content/ned/index.php?item=zee&pageid=NED0501.HTM&use_template=ecomare.html
De vorm van deze exoot is heel anders dan die van de autochtone, de twee kleppen hebben een gegolfde rand. Ze zijn ovaal en grillige qua oppervlak. De onderste klep is vrijwel plat, de bovenste klep is veel boller.
Zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:JapanseOester.JPG
Vrijwel altijd hechten ze zich ergens aan vast, meestal aan stenen maar als ze met heel veel exemplaren bij elkaar liggen hechten ze zich ook aan elkaar vast, zoals deze op de foto.
Platte (ook wel bekend als Zeeuwse) Oester = Ostrea Edulis
Japanse Oester = Crassostrea Gigas / Crassostrea Angulata
Portugese Oester = Crassostrea Angulata
Zie ook:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Japanse_oester
http://www.digischool.nl/bi/onderwaterbiologie/html/biologie/zeeland/oester.htm
http://www.wb-online.nl/krant/artikel.php?id=2597
http://www.waddenzee.nl/Japanse_Oester.2022.0.html
http://www.kennislink.nl/web/show?id=91890
zaterdag 3 mei 2008
JEUGDHERINNERING GEPEN
Vroeger ging ik samen met andere lagere school jochies nogal eens per fiets naar deze dijk toen de Grevelingen nog een open zeearm was. We klommen dan over het muurtje en gingen langs het water zitten en gooiden takken in het water met als bedoeling om Gepen te zien.
Gepen zijn langwerpige zeevissen en die sprongen dan vaak over de takken heen. Waarom ze dat deden was ons (en mij nu nog steeds) een raadsel maar we vonden het wel een erg leuke 'sport'.
Ze zijn langwerpig en zijn zilver van kleur en hebben een zeer spitse bek. Het zijn roofvissen en ze lijken wel een beetje op Barracudas of Marlijnen. Ze worden 40 - 90 centimer lang. Ze leven in scholen en komen pas in het voorjaar naar de kust en leven daar in ondiep water vlak onder het wateroppervlak en jagen daar op kleinere vissen. Soms zie je hun rugvin boven het water uitsteken, net zoals je vaak van Haaien ziet in speelfilms.
Ze zijn eetbaar en er wordt ook veel op gevist door sportvissers. Ik ben zelf later ook wel eens mee geweest op een zeilboot op de Oosterschelde waarbij er op gevist werd, ik heb ze dus ook wel eens van dichtbij gezien en ze zijn erg mooi.
Opvallend is dat hun graat blauwgroen van kleur is.
Meer info zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geep
en een foto op
http://www.zeevisland.com/htm-foto/@Bewaar/@Bewaar-2005/Geep-Boot-01.htm
KORSTMOS OP MURALTMUUR

Een foto van An van een Muralt muurtje aan de Langendijk langs het Grevelingenmeer tussen Scharendijke en Den Osse.
Ook gemaakt tijdens ons bezoekje aan het Zeeuwse eiland Schouwen Duiveland op zondag 27 april.
Min of meer ook een landschapsfoto ter aanduiding van een biotoop van diverse Korstmossen en ander natuurschoon.
De betonnen muurtjes zijn bedacht door ingenieur en jonkheer De Muralt. Na de stormvloed van 1906 werd besloten veel dijken te verhogen en werd gekozen voor deze muurtjes i.p.v. een veel complexere en duurdere algehele verbreding en verhoging van de dijken. Tot 1935 werd 120 kilometer van dit soort muurtjes gebouwd in Zeeland en deze aan de noordkant van Schouwen Duiveland zijn de enige die tot monument verklaard zijn.
Net als de vestingwerken van 's-Hertogenbosch zijn ze een geliefde ondergrond voor diverse Korstmos soorten. Zo te zien ook weer de bekende soorten zoals Dooiermos.
Vroeger was de Grevelingen een open zeearm. In 1971 werd deze zeearm van de Noordzee afgesloten met de Brouwersdam richting Goeree. Het was een zoveelste onderdeel van de Deltawerken. Veel vroegere slikken en schorren kwamen definitief droog te liggen maar veel flora en fauna stierf door het zoeter / brakker worden van het water.
Daarom werd in 1978 een spuisluis in de dam gebouwd waardoor er toch weer zout zee water in de Grevelingen kon stromen. Omdat de zeearm ook aan de oostelijke kant al eerder was afgesloten (1965) met de Grevelingendam ontstond toen het grootste zoutwatermeer van West Europa. Het waterniveau wordt stabiel gehouden op 20 centimeter onder NAP.
Het gebied is toen een natuur- en recreatiegebied geworden en de diverse vroegere platen bleven droog; de Hompelvoet, de Veermansplaat, de Stampersplaat en Dwars in de Weg zijn nu beschermde eilanden waar excursies naar gemaakt kunnen worden en waar veel planten van de Rode Lijst groeien zoals diverse Orchissen.
Zie http://www.grevelingen.nl/natuur/planten.php
vrijdag 2 mei 2008
BIOTOOP DIJKJE

Ik heb het nu al meerdere keren gehad over een dijkje nabij mijn geboortedorp en hoewel ik op deze blog qua beleid eigenlijk geen landschapsfoto's plaats hierbij een uitzondering, en dat om de biotoop te tonen waar we de afgelopen week ook al foto's van diverse dingen des natuurs lieten zien. Ook deze foto is weer gemaakt door An.
In chronologische volgorde van eerdere foto's hierbij een toelichting over wat waar stond:
- De Distels stonden in de berm van dit karrenspoor aan de kant van de Populier bomen.
- Het Meerkoeten nest zat aan de oever van de vaart waar het slootje op deze foto op uitmondt en die vaart gaat via een gemaaltje onder die dijk door.
- De Knotwilgen staan aan de andere kant van de dijk, uitkijkend over de volgende polder.
- De foto van de boomstam van de Populier uit het vorige bericht is er 1 van de rij die je hier links op de foto ziet.
STAM VAN EEN POPULIER

Ik kom t.z.t. nog wel eens terug op de diverse soorten Populieren maar wil aangaande deze foto toch ook nog wijzen op die takken rechts van de boom, dat zijn worteluitlopers en die kan je "stekken" tot nieuwe bomen. Gezien de kleur van de blaadjes aan die twijgen weet ik niet zeker of dat nog verdorde bladeren zijn van vorig jaar die de warme winter overleefd hebben of dat het jonge nieuwe bladeren zijn die van nature deze geelachtige kleur hebben.
Ik kom zowieso nog eens een keer terug op het feit dat sommige boomsoorten onder aan of bij hun stam bladeren ontwikkelen.
Tot slot wil ik ook nog op het gat / de holte in de stam wijzen waarvan ik niet weet wat daarvan de oorzaak is, en afgestorven tak van toen de boom nog een boompje was of dat het een z.g.n. wond is.
Wie weet toch wel het huisje van kabouter, gnomen, kobolts of feeen ? Grapje uiteraard. Maar ....
OUWE KNOTWILG CLOSEUP

donderdag 1 mei 2008
OUWE KNOTWILGEN DEEL 3

Zoals aangekondigd (want we kunnen er als echte Balkende VOC fans maar geen genoeg van krijgen), de nationale trots DE NEDERLANDSE KNOTWILG.
Wat voor verhaal je er ook bij bedenkt of in ziet, een boom blijft een boom en soms vinden mensen die mooi (en ik vraag me vaak af waarom want er schijnt toch haast een consensus over te bestaan).
Moeten bomen (of andere schepsels) eerst verminkt (gemutileerd) worden door mensen om door mensen gewaardeerd te worden ?
OUWE KNOTWILGEN DEEL 1

Aan de andere zijde van de dijk waar ik het steeds over heb staat een hele rij Knotwilgen die ik al kende in mijn puberjaren en toen al waren die bomen flink vervallen en ik vroeg me af of ze er nog steeds zouden staan en ziehier akte daarvan; dus jazeker en nog steeds even zoniet nog mooier en poetischer dan vroeger.
Toen al werden ze niet geknot en of dat anno nu wel het geval is durf ik ook niet echt te beoordelen. In ieder geval vind ik nog steeds hardstikke mooi en in dit bericht een foto van An en laat ik maar meteen aankondigen dat ook de foto´s bij de volgende berichten over die Knotwilgen door An gemaakt zijn.
De dijk waarlangs ze staan heeft niet echt een naam want er loopt ook alleen een karrenspoor naast wat een aftakking is van de Goudmijnweg en de Weeldijk. En dat ligt ergens tussen de 3 piepkleine dorpjes Kerkwerve, Zonnemaire en Noordgouwe in.
woensdag 30 april 2008
MEERKOET NEST MET 7 EIEREN

Ging het in vorige berichten nog veel over 'dood"', dit bericht gaat over 'nieuw leven'.
Terug van de begraafplaats weer naar het dijkje waarvan ik overigens op geen enkele kaart de naam kan vinden.
Haaks op die dijk, en er onderdoor, (waar ik ook de Distels fotografeerde) loopt een "vaart" ter afwatering (een brede sloot) waar An dit vogelnest tussen het riet ontdekte en ook deze foto van maakte.
Het nest is van een Meerkoet. Dat was gemakkelijk vast te stellen omdat de vogel nog op het nest zat toen we het vor het eerst zagen. Vervolgens ging de vogel een rondje zwemmen want ze vond ons vast maar ongewenste pottenkijkers maar wel hield ze een oogje in het zeil maar goed, toch wel hachelijk om je nest onbeschut achter te laten.
An (die velen malen meer weet over vogels dan ikzelve) merkte meteen op dat het maar liefst 7 eieren waren en dat zij nooit Meerkoeten had zien zwemmen met meer dan 4 jongen.
Zelf weet ik vrijwel niets over vogels dus om nu hele verhalen af te gaan steken over dingen die ikzelf ook weer op Wikipedia opzoek en napraat vind ik maar niks, want in principe schrijf ik vanuit eigen kennis en ervaring.
Van An heb ik dus zondag geleerd hoe je een Kerkuil herkent want behalve in dierentuinen enzo heb ik in het wild alleen maar in de duister een paar keer geschrokken Uilen zien wegvliegen (meer dan een silhouet zie je dan niet).
Bovendien is er een soort stilzwijgende afspraak tussen An en mij en dat is een grove verdeling tussen fauna (Ans aandeel) en flora (mijn aandeel), dus wie weet kan An er wat extra bij vertellen als ze dat wilt.
Meerkoet = Fulica Atra
NAALDBOOM STAM + KLIMOP
DEEL 2

Hier een closeup van de boom uit het vorige bericht. Van de Klimop zie je vooral kale takken en maar een paar bladeren. En dat terwijl Klimop onder normale omstandigheden de hele winter zijn bladeren behoudt.
Ik vermoed dus dat men gepoogd heeft de boom van de Klimop te ontdoen maar dus niet met definitief resulaat. Klimop is ook erg taai en bijna onuitroeibaar en lijkt vaak 7 levens te hebben.
Opvallend aan de boomstam zijn de uitstekende knobbels, restanten van er af gezaagde (gesnoeide) takken waarvan de 'wonden' wel keurig behandeld zijn; met dat rode spul op de 'snede' van de tak. Ik heb vroeger geweten hoe dat spul heet maar ik weet het nu niet meer, het is een soort op 'menie' gelijkend spul.
De plek waarop de takken van de stam zijn weggesnoeid / gezaagd is wat minder volgens het boekje; ze hadden dichter bij de stam verwijderd moeten worden, mjn pa die hoofd planstoenendienst was zou dit 'kapstokken' hebben genoemd. Ikzelf vind het wel wat hebben :)
NAALDBOOM STAM + KLIMOP
DEEL 1

Bij het zien van deze foto zou je al snel kunnen denken dat ie gemaakt is in een verwilderd bos. Dat is zeker niet het geval, de boom staat op dezelfde begraafplaats waar ik al eerder over schreef. Ook lijkt het dat het er flink woekert met allerlei struikachtige planten maar dat valt in werkelijkheid ook best mee (of tegen ?). Het is meer een toevallig gelukkig gekozen kader van de foto waardooor dit zo lijkt.
Het is een boomstam van een cypres- of connifeerachtige boom die ik niet kon thuisbrengen en de takken hingen te hoog om er een stukje van af te trekken of snijden en het thuis op te zoeken.
Eigenlijk ging het me bij deze foto om het feit dat ie omstrengeld wordt door Klimop en het (met een beetje hulp) toch overleeft. Voor menig ander boomsoort zou dat funest kunnen zijn want er leggen nogal eens bomen het loodje omdat ze door Klimop 'verstikt' worden.
MAGNOLIA BLOEMEN DEEL 1

Op begraafplaatsen kan je altijd wel mooie bomen en struiken tegenkomen, vooral vaak allerlei naadlbomen.
Hoe ouder de begraafplaatsen hoe mooier ik ze vaak vind, ook de vervallen grafmonumenten zelf.
Katholieke begraafplaatsen zijn vaak mooier dan Protestante begraafplaatsen (voor zover die bestaan). Deze begraafplaats in mijn Zeeuwse geboorteplaats is bij mijn weten een neutrale openbare begraafplaats voor alle gezinten al kan je er wel van uit gaan dat het merendeel van de mensen die er begraven liggen protestant waren.
Dezelfde verschillen die er bestaan tussen Katholieke en Protestante kerkinterieurs bestaat ook qua begraafplaatsen, dus deze waar ik nu over spreek is vrij sober.
Vandaar dat ik nogal verbaasd was om op een graf een grote bloeiende Magnolia struik aan te treffen, toch zeker wel 3 meter hoog en vrij breed.
Ik heb de laatste periode al meerdere keren over Magnolias geschreven maar dat was steeds met foto's van bloemen die eigenlijk nog niet echt geopend waren. Deze dus wel en die had ook dezelfde kleur als het exemplaar in de tuin van mijn buren in 's-Hertogenbosch. Ik heb daar zoeven nog eens naar gekeken en die zijn toch nog niet zo ver open als deze.
dinsdag 29 april 2008
DODE KERKUIL

KORSTMOS OP GRAFSTEEN

Afgelopen zondag 27 april waren we op Schouwen Duiveland ook op de begraafplaats van mijn geboortedorp waar familie van ons begraven ligt.
Ik heb ook rondgestruind op het ouwe gedeelte dat teruggaat tot de 2e helft van de 19e eeuw. Daar trof ik op deze liggende grafsteen veel Korstmossen aan, van een soort dat ik in 's-Hertogenbosch nog niet gezien heb.
maandag 28 april 2008
ECHTE KRUISDISTEL

Echte Kruisdistel = Eryngium Campestre
SPEERDISTEL DEEL 2

In het midden bovenaan de foto een wat verder ontwikkeld exemplaar van Jacobskruiskruid dan het exemplaar dat ik in afgelopen dagen toonde en beschreef.
SPEERDISTEL DEEL 1

Gisteren zijn An en ik een dagje op en neer geweest naar het Zeeuwse eiland Schouwen Duiveland waar ons beider families vandaan komen.
We hebben er allebei flink wat foto's gemaakt en die zullen we deze week publiceren.
Omdat ik afgelopen vrijdag al wat Distels in 's-Hertogenbosch gefotografeerd had (en die afgelopen zondag publiceerde), en ik gisteren langs een dijk nabij mijn geboortedorp ook weer wat Distels aantrof begin ik daar nu mee omdat dat dus aardig aansluit.
Hierbij als eerste een mooi en jong exemplaar van een Speerdistel.
Speerdistel = Cirsium Vulgare





.jpg)



