woensdag 11 juni 2008


PAPAVERACHTIGEN DEEL 11

SLAAPBOL (Deel 1c)


Hierbij dus een closeup van zo'n mooie bolle ronde zaadbol van een Slaapbol.


Die Nederlandse naam ontleent ie aan het feit dat het sap en de zaadjes ervan bij inname lichtelijk slaapverwekkend (verdovend) is.


Ook het Latijnse 'somni' in Papaver Somniferum verwijst daarnaar.

Ik had ook gedacht dat het zeer lastig zou zijn met het uitzoeken van alle sier Papaver soorten met allerlei verschillende kleuren en de soorten waarvan Opium en Maanzaad afkomstig is. Maar voor de afwisseling is het vrij eenvoudig:

Ze zijn allemaal van hetzelfde soort, de Papaver Somniferum dus.

De verschillende sierplanten maar ook de planten met verschillende toepassingen zijn er allemaal varianten van, of anders gezegd, het zijn rassen oftewel cultivars.

Het ras dat in Nederland wel op akkers verbouwd wordt en dat witte bloemen heeft zag ik vroeger vrij veel in Zeeland en ik vond die akkers altijd schitterend als ze allemaal in bloei staan. Die planten waren best groot, bijna een meter hoog.

Mijn vader zei altijd "kijk, daar maken ze nou hasj van" en ik gunde em altijd die eigen wijsheid.

Waar ze in werkelijkheid voor gekweekt en gebruikt werden was vanwege het zaad, dat Maanzaad (of vanwege de lichtblauwe kleur van het zaad ook wel Blauw Maanzaad) werd genoemd. Dat ras heet Papaver Somniferum var. Album (album betekent wit).

Het werd dus gekweekt voor de zaadjes voor op de korst van broodjes (waar ook Sesamzaadjes voor worden gebruikt). Die zaadjes zijn vaak zelfs nadat ze gebakken zijn op het brood nog lichtblauw van kleur.

Dit ras bevat vrijwel geen Opiaten maar bij een doping-test zal na het eten van een grote hoeveelheid Maanzaad toch een positieve uitslag geven.

Ook elders in Europa wordt een ander ras gekweekt (de Papaver Somniferum convar. Nigrum), ook vanwege de zaadjes, maar dan voor een ander doeleinde, namelijk om olie uit te persen. Die olie wordt in het Frans huile d'oeillette genoemd. De eerste persing wordt gebruikt als tafelolie; de tweede persing wordt gebruikt in verf op basis van olie.

Het beroemde, of moet ik zeggen beruchte, ras waaruit Opium wordt gewonnen is het ras Papaver Somniferum subsp. Somniferum (dus 2 x dat 'somni':). Ook van dit ras schijnen de bloemen wit te zijn.

Dit ras wordt vooral in Afghanistan verbouwd en sinds de Nederlandse overheid daar nu wederopbouw werk doet en ook in de landbouw en er nog steeds illegale landbouw in plaatsvindt (de boeren worden gestimuleeerd om andere gewassen te verbouwen maar dat werkt maar mondjesmaat) wordt deze Papaver verbouw toch oogluikend toegelaten.

Het is trouwens niet de eerste keer dat Nederland betrokken is bij Opium handel. Ook in koloniale tijden in Indonesie was dat al zo. De zo legendarische VOC heeft meer rijkdom verdiend met Opium dan met specerijen. Wie dit weet gaat wel met andere ogen kijken naar de grote grachtenhuizen in Amsterdam en andere steden.

Wie hier meer over wil weten verwijs ik naar het goed gedocumenteerde boek "Wettig Opium" uit 1985 van Ewald Vanvugt, zie:
www.vanstockum.nl/product/7148588/Wettig-opium.html

De plant bevat allerlei alkaloiden, de meeste daarvan worden Opiaten genoemd. De bekendse is Opium en de grondstof daarvan is de ruwe Opium (over de traditionele winning daarvan uit de plant verderop meer).

Uit de ruwe Opium wordt ook Morfine gewonnen dat legaal als sterke pijnstiller gebruikt wordt, vaak in ziekenhuizen bij terminale patienten en zelfs als alternatief voor euthanasie dat palleatieve sedatie wordt genoemd. Ik ken mensen die het langdurig toegediend hebben gekregen en het werkt zeer zeker verslavend en wekt ook waandenkbeelden op.

Een andere stof die er uit gewonnen wordt en die in de westerse wereld bekend is als illegale harddrug is Heroine.

Nog weer een andere stof die er van gemaakt wordt is Codeine en dat is (geloof ik) ook de stof die heroine junkies krijgen als kuur om van Heroine af te kicken maar dat heb ik nooit zo goed begrepen want Codeine is ook sterk verslavend.

Een andere medicinale toepassing van Codeine is in hoestdrankjes bij hardnekkige vastzittende hoest. Dat drankje is alleen verkrijgbaar op dokters recept en werkt erg goed tegen de hoest. En ondanks de zeer bittere smaak is ook dat drankje bij langduriger gebruik verslavend, ook dat heb ik bij iemand die ik van zeer nabij meegemaakt. Die persoon was intussen allang van de hoest af en was intussen gewend aan de bittere smaak maar wilde toch steeds meer :)

Het winnen van al die stoffen gaat v.n.l. via chemische procedures die in laboratoria en zelfs fabrieken plaatsvinden.

Hoe de ruwe Opium tegenwoordig uit de zaadbollen wordt gewonnen weet ik niet maar heb wel eens gelezen hoe men het vroeger deed:

In de zaadbollen werd in de nacht met een zeer scherp mesje verticale incinsies in de bol gemaakt en daaruit sijpelde dan het witte melksap en als het gedurende de dag dan weer warmer werd stolde dat tot een bruin korrelige korstje dat er werd afgeschraapt en vroeger werd dergeliike ruwe Opium door de armere lokale bevolking ook wel gerookt. En de verhalen vertellen dat het inderdaad slaapverwekkend was en erotisch getinte dromen opleverde, maar wat daar allemaal van waar is weet ik niet.


PAPAVERACHTIGEN DEEL 10

SLAAPBOL (Deel 1b)


Zoals ik al schreef staan er aan de andere kant van de nieuwbouw (dat is het Sint Luciaplein) ook Slaapbollen waarvan de meesten al uitgebloeid zijn en al vrij grote zaadbollen hebben.


Ze staan in een soort voortuintje, zo'n tuintje wat eigenlijk geen tuintje is maar meer een zelfgemaakt iets, een soort anarchistisch zelf initiatief waarbij men enkele stoeptegels verwijderd en er planten in zet of zaait.

Dergelijke mini voortuintjes zie je hier in de wijk vrij veel en ik heb me ook altijd afgevraagd of je als bewoners zo maar steoptegels mag weghalen (in feite is het openbare ruimte van de gemeente i.p.v. dat het bij het huis en dus de woningbouwvereniging hoort).

Toevallig las ik dit weekend in een huis-aan-huis krantje dat de gemeente dergelijke mini-tuintjes gaat stimuleren en zelfs een prijsvraag uitschrijft "creeer het mooiste mini voortuintje".

Je moet je er wel voor aanmelden en eerst officieel toestemming aanvragen om de tegels te mogen verwijderen. Een typisch voorbeeld van inspelen op iets wat toch al veelvuldig gedaan wordt. If you can't beat them, join them" :)

In het volgende bericht, het laatste over Papaverachtigen, de info over de planten zelf.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 9

Slaapbol (Deel 1a)


Dezelfde Papavers als waar ik eerder vandaag al foto's van toonde. De foto's van An van de planten met die grijs-, lichtblauw-achtige gekleurde bladeren.

Zulke planten vond ik hier vanmiddag dicht bij huis ook. Op het St. Eloispleintje achter een aantal nieuwbouw schuurtjes.

Zoals ze daar staan lijken het me verwilderde exemplaren. Deze staan op een schaduwrijke plek en ze bloeien nog niet en evenmin hebben ze al zaadbollen, ze staan nog volop in knop.

Aan de andere kant van die nieuwbouw kwam ik ze ook tegen (zie volgende 2 berichten). Daar stonden er nog een paar te bloeien in dezelfde kleur rood als Klaprozen. De meeste exemplaren aldaar hadden al flinke zaadbollen.

Ik weet nu zeker dat het Slaapbollen zijn maar daarover meer in de volgende berichten.

Slaapbol = Papaver Somniferum

PAPAVERACHTIGEN DEEL 8

Uitgebloeide onbekende soort


An stuurde me ook deze erg fraaie closeup van een uitgebloeide Papaver uit haar tuin.

Welke soort het is weten we niet en ik weet ook alleen dat ie rode bloemen had, maar welke kleur rood ? Al is dat niet perse bepalend voor de soort.

Het lijkt vlees noch vis ;), een soort tussenstadium. Want hij is al wel uitgebloeid maar een echte zaadbol is het ook nog niet echt.

Ik durf wel een gokje te wagen over wat het dan wel is:

Het grote ding in het midden is denk ik wat voorheen de stamper was en die nu een soort vruchtbeginsel is en wat later de zaadbol wordt. En de zwarte "franje" die er nog aanzit zijn denk ik de restanten van de meeldraden.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 7

Closeup van dezelfde soort



Deze fraaie foto toont prachtig de kleur en de nerven van de bladeren.

En ook de beharing op de stengels en ook de bloemknoppen die gebogen omlaag hangen, wat blijkbaar een kenmerk is van alle Papaverachtigen.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 6

Verwilderde siervariant of Slaapbol ?


De foto in dit bericht kreeg ik op 24 mei van nicht An. Ze had de foto gemaakt ergens in een bospaadje in de buurt van het centrum van Schagen.

Voor zover ik aan de hand van de foto kan beoordelen wel een flinke en stevige Papaver en niet zo'n slappe (qua stengels) als de Klaproos.

Opvallend bij dit soort Papavers vind ik ook altijd de wat grijs-lichtblauwe kleur van de bladeren en fraaie bladnerven.

In de kop van het bericht had ik al aangegeven dat het een verwilderd soort zal zijn en geen echt autochtone soort (daar kom ik als laatste in de serie berichten over Papaverachtigen nog op terug) en het zou een sier variant kunnen zijn maar evengoed de Slaapbol die allelei medicinale eigenschappen heeft en waarover nog veel meer over te vertellen valt, wat ik later nog zal doen als blijkt dat het werkelijk qua soort de Slaapbol is.

Intussen heeft An me verteld dat de planten op die lokatie intussen al uitgebloeid zijn. Ik had namelijk wel willen weten welke kleur bloemen ze hadden maar intussen hebben ze al zaadbollen en daar hoop ik nog foto's van te krijgen.

De diverse soorten gekweekte sier varianten van de grotere Papavers kunnen ook zowat iedere kleur hebben die je maar kunt bedenken. Ook heb ik sterk de indruk dat de grotere PaPaversoorten spontaan met zichzelf kruisen en dat je daardoor weer soorten (rassen / cultivars) krijgt die de kleur van elkaars bloemen beinvloeden.

Ik denk dat je de soorten vooral uit elkaar kunt houden door het aantal "stempelstralen" op het "deksel" / de bovenkant van de zaaddozen.


N.B. Linksboven op de foto bladeren van volwassen Look zonder Look dat in bloei staat met die kleine witte bloemetjes. Linksonder bladeren van Zevenblad en in het midden onderaan het randje van de foto een blad van een Paardenbloem.

dinsdag 10 juni 2008


PAPAVERACHTIGEN DEEL 5

Gewone Klaproos (deel 1d)


Hier de zaaddozen van Gewone Klaproos, niet van de bedoelde grotere exemplaren want tegen de tijd dat ik bij die planten was was de akku van de camera leeg. Morgen misschien een nieuwe poging.

Deze exemplaren zijn veel kleiner maar wel van de soort die Grote of Gewone Klaproos heet. Omdat dit ook weer een uitsnede is van een foto met hoge resolutie zijn de stempelstralen op de zaaddoos en de behaarde stengels net rechts van het midden goed te zien.

Maar door het gebruik van een telelens is de scherptediepte weer niet al te best.

De andere foto's die ik op die lokatie gemaakt heb spaar ik nog even op, want ik wil een aaneengesloten serie over Papaverachtigen doen en ik heb ook nog een aantal foto's liggen van andere Papavers van An uit Schagen en die krijgen voorrang.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 4

Gewone Klaproos (deel 1c)


Ik was vandaag van plan om met telelens en macro voorzet lens de zaaddozen en bloemknoppen van de Klaprozen van gisteren als macro's te gaan fotograferen en ik fietste er heen met een omweg langs het industrieterrein langs de Dieze "haven". Het heet daar geloof ik ook nog de Havendijk en voor Bosschenaren, dat is waar de Heus-Brokking veevoederfabriek is, in de volksmond nog steeds bekend als de Koudijs fabriek.

Ook daar kan je het een ruderaal terrein noemen en ik vond er een hoop planten die ik lang niet meer gezien heb en ook prachtige bloeiende Distels.

Ook kwam ik er kleine exemplaren Klaproos tegen en dacht even de kleine te hebben gevonden maar dat bleken toch gewoon kleine exemplaren van de Grote te zijn. Sinds gisteren weet ik dus dat je ze aan de stempelstralen van het deksel op de zaadbol kunt onderscheiden.

Dit is dus geen macro opname maar een uitsnede uit een foto met erg hoge resolutie. Rechtsboven een bloemknop (waarop de haartjes goed te zien zijn) en daaronder een zaaddoos. Op de foto is alles ongeveer 2 x zo groot als in het echt.

maandag 9 juni 2008


PAPAVERACHTIGEN DEEL 3

Grote versus Kleine Klaproos

De Grote wordt dus ook wel Gewone Klaproos genoemd en ik meldde al dat ik een kleinere soort kende maar die kon ik op de www.wilde-planten.nl website niet vinden.

Zoeven heb ik eens zitten neuzen in 2 plantengidsen die ik heb (eentje uit 1975 en eentje uit 2007) (de Heukels Flora heb ik niet en ben wel benieuwd wat die ervan te zeggen heeft ?)

In die beide gidsen van mezelf wordt wel degelijk onderscheid gemaakt tussen de Grote en de Kleine.

Behalve zoals de namen al aangeven onderscheiden die zich vooral van elkaar door de zaadbollen. Wat ik in een vorige bericht nog "sterretjes" noemde het dat officieel het dekseltje en dat "meerpuntig" wordt stempelstralen genoemd.

De dekseltjes van de Grote hebben 8 - 12 van die stempelstralen, die van de Kleine 5 - 8 maar volgens de andere gids 6 of 7. Verder zijn de zaabollen van de Kleine ook langwerpiger (in de hoogte).

De Grote groeit vooral op ruigten oftwel ruderaal terrein en is een zeer algemene autochtone plant. De Kleine lees ik over dat ie de laatste jaren ietsje minder algemeen is maar nog lang niet echt zeldzaam ofzo, en ook precies zoals ik me herinnerde vaak in graanvelden groeit.

Gewone of Grote Klaproos = Papaver Rhoeas.
Kleine Klaproos = Papaver Dubium.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 2

Gewone Klaproos (deel 1b)



Een 2e foto van deze planten op dezefde locatie.

Ze staan al wekenlang te bloeien. Op deze foto kan je goed zien dat ze zowel bloemen als bloenknoppen die nog gaan uitlopen hebben maar ook al zaadbollen.

Als plant als geheel of als groepje bloeien ze best wel langdurig maar de individuele bloemen juist maar heel kort. Iets van 1 a 3 dagen schat ik. Onderaan deze foto zie je ook afgevallen bloemblaadjes liggen.

Meteen zie je dan de zaadbollen die eigenlijk ook al in dezelfde vorm en gedaante in de bloemen zitten maar dan natuurlijk nog onrijp. Bovenop die bollen zitten een soort meerpuntige "sterretjes" (ik weet niet hoe ik het anders moet noemen). Een aantal daavan zie je rechts boven de bloem in het midden.

De bloemstengels zijn zeer behaard, dat lijken bijna wel stekeltjes maar echt prikken doen die niet bij mijn weten. De beharing is goed te zien op de vorige foto, waar je ook de "sterretjes" op de zaaddozen beter kunt zien.

Deze extra foto is eigenlijk om te tonen dat de bloemknoppen vrijwel altijd gebogen omlaag hangen. Dat is linksboven op deze foto weer goed te zien.

Morgen zal ik proberen wat macro foto's te maken van de knoppen, bloemen en zaaddozen.

Daarna is het de beurt aan de Slaapbol en de diverse siersoorten.

PAPAVERACHTIGEN DEEL 1

Gewone Klaproos (deel 1a)


Dit is de Gewone Klaproos die ook wel Grote Klaproos wordt genoemd. Lange tijd heb ik gedacht dat het een verwilderde Papaver variant was omdat ie zo groot is, wel zo'n halve meter hoog. Ook deze exemplaren hebben die hoogte.

Ik ken Klaprozen van vroeger uit Zeeland waar je ze veel in Korenvelden zag, en dat was altijd maar een plantje van een centimeter of 15 hoog.

Misschien is dat toch wel een apart soort want er zijn wel meerdere autochtone soorten Klaprozen die ook rood zijn en die je eigenlijk alleen van elkaar kunt onderscheiden aan de zaadbollen.

De Latijnse naam Papaver is letterlijk vertaald Klaproos. Het woord Papaver schijnt weer iets te maken te hebben met de woorden papa en pap; het verhaal gaat dat iets van de plant (het melkachtige sap ?) in pap van kinderen werd gedaan om ze rustig te houden.

Ik kom later terug op andere soorten en medicinale en verdovende werking van Papavers. En ook over de verspreiding van de diverse soorten en aanverwante plantengeslachten.

De foto heb ik vanmiddag gemaakt vanaf het trottoir van de Havendijk waar ze tussen de spijlen van een hek staan dat een ruderaal terreintje (waar ik eerder foto's van toonde) afsluit van de openbare weg.

In een volgend bericht aan de hand van de foto wat meer over het uiterlijk van de plant.

REDACTIONEEL: CORRECTIE

Bij het bericht over de Spinselmotten (deel 2) klopt het verhaal over de metamorfose daarvan niet helemaal of is op zijn minst verwarrend.

Dankzij een reactie en nog wat nader onderzoek van mezelf is nu bij reacties op dat bericht (deel 2) de correcte versie te lezen. Dank aan degene die me corrigeerde.

zondag 8 juni 2008


INSEKTEN IN EIGEN TUIN

Gezien maar (nog) niet op foto

In mijn tuin zie ik ook al wekenlang allerlei insekten:

- Larven van Lieveheersbeestje:

Mijn macro foto's daarvan waren totnutoe onscherp en de laatste week zie ik ze niet meer :(

- Een of andere klein soort nachtvlindertjes:

Die dwarrelen flink rond maar als ze dan eens stil zitten gaan ze steeds aan de onderkant van bladeren zitten (v.n.l. op de Grote Brandnetel), waardoor ik ze niet gefotografeerd krijg.

- Kleine Hommels:

Die gaan alle bloemetjes 1 voor 1 af, o.a. van Robertskruid, Gestreepte Dovennetel, etc. maar anderen zijn hen blijkbaar al voor geweest om de Nectar te "oogsten" want ze blijven amper een seconde op de bloemen zitten, dus het fotograferen daarvan lukt ook niet.

SPINSELMOT

(Deel 2: spinsels met Larven)


Op deze closeup foto kan je de Larven in de spinsels zien zitten: de zwarte puntjes.

Een dochter van An had bij een andere ingespinde boom al gezien dat de Rupsen uitkomen.

Dat zijn kleine bruine Rupsen die aan een draadje onderaan de spinsels hangen.

Dat vraagt haast om een extra foto :)

LEES OOK DE CORRECTIES IN DE LAASTE 2 REACTIES !

SPINSELMOT

(Deel 1: spinsels aan takken)



Deze en de volgende foto kreeg ik van An met de vraag erbij wat het is. Dat was even een kopbreker qua zoeken maar ik had iemand anders wel eens horen vertellen over dit verschijnsel.

Ik denk nu te weten wat het is. Namelijk spinsels van de Larven van een Stippelmot die ook wel Spinselmot wordt genoemd vanwege dit gedrag.

De Larven vreten bepaalde boomsoorten totaal kaal (vaak Appel-, Peren- en Kersenbomen maar ook Meidoorns en Wilgen) en spinnen zich dus in totaan de tijd dat er Rupsen uitkomen.
De Larven hebben daarvoor de winter al doorgebracht in eitjes.

De spinsels kan je aantreffen in eind mei / begin juni. In begin juni komen de Rupsen er uit en rondom midzomer komen daar weer de Motjes / kleine Nachtvlindertjes uit. De Motjes zijn maar heel klein.

De bomen lijden er niet echt onder want die hebben na midzomer nog volop de tijd om zich te herstellen. De spinsels zien er volgens sommigen nogal eng en vies uit maar weer anderen vinden het haast kunstwerkjes en de vergelijking met kunstenaar Christo die ik ergens las is niet eens zo ver gezocht.


Sommige mensen raken er zelfs van in paniek en bellen de gemeente om het te laten verwijderen en sommige gemeentes doen dat ook wel als het overlast bezorgd maar de Larven, Rupsen en Motten zijn an sich totaal onschadelijk dus een echte noodzaak is daar niet voor.

Soms worden de spinsels ook wel eens aangezien voor die van de Eikenprocessierups (die wel gevaarlijk is en consequent bestreden wordt, en vandaar soms de paniek). Ikzelf heb nooit spinsels van de Eikenprocessierups gezien maar voor zover ik weet zijn dat meer bolvormige trossen die aan Eiken hangen. De spinsels van de Larven van deze Mottensoort kunnen letterlijk een HELE boom "inpakken", dus dat ziet er toch anders uit.

Er bestaan in Nederland 8 soorten Spinselmotten en ik durf dus niet te zeggen welk soort dit is maar er valt meer over te lezen en zien op:
http://members.chello.nl/ajd.wit/fotogaleries/stippelmotten.htm
(Klik op de foto's aldaar voor meer informatie.)

zaterdag 7 juni 2008


GEWONE MELKDISTEL (Deel 4)

Uitgebloeid: pluisbolletjes etc.


Ik schreef al eerder dat ik nog een foto zou tonen van de pluisbolletjes. Zojuist gemaakt.

Dit is mijn tweede closeup foto met een primitief macro voorzet ringetje. De camera stond op automatische piloot en dus ook op autofocus, maar toch ben ik er niet echt tevreden over.

Ook de foto in het vorige bericht was zo gemaakt en ook die vind ik niet geweldig.

Gezien dat macro effect ziet het er op bovenstaande foto dus allemaal groter uit dan het in het echt is; de pluisbolletjes zijn zo groot als mijn duimnagel.

De vorige foto was ongeveer op ware grootte.

GEWONE MELKDISTEL (Deel 3)

Mineerders gangen in bladeren



In deel 1 over de Melkdistel had ik al geschreven dat het grootste exemplaar in de straat in de bladeren helemaal vol zit met Mineerders gangen.

Ik heb er zojuist een blad van geplukt en thuis op de onderkant van een emmer gefotografeerd.

Beter kijkend naar deze foto die ik er van gemaakt heb lijkt het wel of het van 2 verschillende Mineerders is. Aan het bovenste deel van het blad lijken de gangen wat paars van kleur en meer onderaan wat meer gelig.

Ik heb eens zitten zoeken op de site waarvan ik de link vandaag ook toegevoegd heb en gezocht via de Waardplant. Bijna ieder soort plant trekt wel specifieke Mineerders aan en dat wordt dan de Waardplant voor een Insektensoort genoemd. De gangen in de bladeren (ook wel mijnen genaamd) worden gemaakt door de Larven van allerlei soorten Insekten. In Nederland bestaan 800 soorten Insekten die dit doen.

Via die website kan je proberen uit te zoeken van welk soort Insekt het is:

Hierbij een paar educated guesses:

Chromatomyia cf. Syngenesiae Hardy
(voor het eerst omschreven in 1849)
www.bladmineerders.nl/minersf/dipteramin/chromatomyia/syngenesiae/syngenesiae.htm

en/of:

Phytomyza marginella Fallén
(voor het eerst omschreven in 1823)
www.bladmineerders.nl/minersf/dipteramin/phytomyza/marginella/marginella.htm

donderdag 5 juni 2008


GEWONE MELKDISTEL (Deel 2)


Naast de betonnen plantenbak op de stoep voor mijn huis staat een veel kleinere Gewone Melkdistel. Ik schat deze op zo'n 30 a 40 centimeter hoog.

Bovenin zie je een uitgebloeide bloem die er net zo uitziet als die van uitgebloeide Paardenbloemen, alleen aanzienelijk kleiner.

GEWONE MELKDISTEL (Deel 1)


Deze en de volgende foto zijn gisteravond gemaakt. Hier in de straat staan op de stoep diverse exemplaren van deze Gewone Melkdistel. Een zeer algemene plant, en volgens sommigen foeilelijk. De plant heeft geen specifiek biotoop en doet het vrijwel overal wel goed.

Het grootste exemplaar staat aan het eind van de straat en die is zowat een meter hoog en dat zie je toch niet zo vaak bij dit plantensoort.

De diverse exemplaren hebben nog bloemen (zie volgende bericht) maar aan sommigen zitten ook al pluisbollen. De naam Melkdistel is wat verwarrend. Ten eerste hebben ze geen stekels en qua plantenfamilie behoren ze wel net als de echte Distels tot de Composiet-achtigen maar qua geslacht tot die van Sonchus terwijl de meeste andere Distels tot het geslacht Cirsium behoren.

Opvallend aan dit exemplaar is dat alle bladeren enorm zijn aangetast door Mineerders waarvan ik later nog een closeup foto zal maken, net als van de pluisbollen.

Gewone Melkdistel = Sonchus Oleraceus.

woensdag 4 juni 2008


PAALTJE MET (KORST-)MOSSEN


Een overgebleven foto van een avondlijk fietstochtje op 21 mei j.l.

Een oud markeringspaaltje in de berm zoals er vroeger zoveel waren. Deze staat op het eerste stuk van de Deutersestraat gerekend vanaf de Vlijmenseweg in 's-Hertogenbsoch.

Of het paaltje nog steeds de originele functie heeft is me niet bekend. Ondanks de verweerdheid is nog wel het woord RIOOL + een code te ontcijferen.

Waar het me uiteraard om gaat is dat er bovenop het paaltje een Mos groeit en aan de rechter zijkant een Korstmos. Dat Korstmos is een flinke lap en dat zegt iets over de ouderdom, ook van het paaltje zelf.

Vroeger stond heel Nederland vol met dergelijke paaltjes met allerlei aanduidingen voor van alles en nog wat. Sinds die tijd zijn er veel meer leidingen van allerlei soorten in de grond gelegd maar het wat en waar wordt tegenwoordig op andere manieren vastgelegd.

Ik zou hogelijk geinteresseerd zijn als er een blog zou bestaan die helemaal over dit soort paaltjes zou gaan.

dinsdag 3 juni 2008


GESCHUBDE INKTZWAM


Weer een foto uit Schagen; Paddestoelen aan de rand van een parkeervak.

Het zijn enkele exemplaren van de Geschubde Inktzwam, zowat de meest voorkomende Paddestoel in Nederland. Met name van dit soort (en ook wel andere soorten) groeien ze zowat het hele jaar door, in de winter wel vaak alleen op donkere plekken (zo heb ik in eigen tuin per stom toeval ontdekt).

Het exemplaar rechts is half volwassen, die links is al flink aan het aftakelen.

Na recent microbiologisch onderzoek is men tot de conclusie gekomen dat ie qua systematiek eigenlijk geen lid behoort te zijn van het Inktzwammen geslacht (Coprinus) maar eerder verwant is aan de Champignon. Sommige Paddestoel experts vinden dat ie een eigen geslacht dient te krijgen waarvoor zelfs al een naam is bedacht: Annularius.

De Geschubde Inktzwam schijnt zelfs eetbaar te zijn maar dan wel meteen na het plukken bereid dient te worden. Maar ga niet op mijn woorden af (ik las het ook maar ergens), ik ben verre van een Paddenstoelen expert en heb evenmin culinaire kennis op dit gebied.

GEWONE PAD (ditmaal bruin)


Vorig jaar al toonden we op de blog Padden die An in haar tuin in Schagen had gevonden en die waren allemaal zwart.

Ook eerder dit voorjaar vond ze er eentje die ook alweer zwart was.

Waarvan hun kleur afhankelijk is, is me nog steeds een raadsel. Hier is er eentje in bruintinten zoals ik ze gewend ben van vroeger.

Deze is, als ik het goed onthouden heb, niet in de tuin van An gevonden maar een eindje van huis een paar dagen geleden.

Ik denk dat het qua soort weer een Gewone Pad is, oftewel een Bufo Bufo.

JONGE KOOLMEES


Deze foto kreeg ik in de afgelopen dagen van An. Ze kon zowaar van zeer dichtbij een jonge Koolmees in haar voortuin in Schagen fotograferen.

Ook koolmezen worden wat brutaler zoals ook andere vogelsoorten maar volwassen Koolmezen zijn mensen gewend op een manier dat ze toch liever niet hebben dat een mens te dichtbij komt, en dan ook nog eens met een raar geval in de handen (een fotocamera :))

De jongen hebben blijkbaar een nog wat hoger tolerantiie niveau voor de mensheid.

De foto heeft een wat rare belichting maar dat ligt noch aan de camera noch aan de fotograaf. Er was gewoon een bepaald soort licht.

Wat mij namelijk was opgevallen was dat de Koolmees geen felgele borstveren had. Maar de jongen hebben blijkbaar overall een wat valere kleur veren dan hun ouders. An en ik houden er de theorie op na dat de jongen valer zijn om zodoende wat beter gecamoufleerd te zijn tegen vijanden.

Hebben Koolmezen nog wel natuurlijke vijanden ?

Ik ben bang van niet, roofvogels zijn er amper meer, zeker niet binnen de bebouwde kom, of zijn het ook Kauwen die wel eens een Meesje lusten ?

In de meeste gevallen zijn het katten die als huisdieren gehouden worden die nog wel eens een Mees te grazen weten te nemen. De twee poezen van een vriend brengen ook 2 x per jaar een dooie Pimpelmees in de vroege ochtend op de stoep van de achterdeur. Een onderdanig bedoelde jachttrofee voor de baas.


Maar dat katten en poezen Koolmezen doden is misschien wel goed of anders hebben we over enkele jaren een Koolmezen plaag en hebben de stagiares biologie op de universiteiten weer een extra onderwerp voor een studie.

Wat het eerder aangekaarte habitat betreft: Waarom volwassen Koolmezen zo expliciet van kleur zijn moet iemand me ook maar eens uitleggen.

Het Koolmeesjonkie op bovenstaande foto is aan het eten van een door mensenhanden opgehangen "vetbol voor vogels". Wie dat gedaan heeft weet ik niet maar wat me opviel is dat ze in een plastic plastic netje met een lelijk kleur groen hangen. Die netjes hangen weer aan een dooie boomstam van wat 19 jaar geleden de Kerstboom was. Het ding onderaan in het midden is een ouwe stormlantaarn.

Hoe meer vetbollen hoe beter want dan hoeven de Koolmees ouders geen Rupsen te vangen. Na de reeds eerder getoonde foto's van de Rupsen met grote borstelharen zie ik ook erg uit naar foto's van de Grote Beervlinders die er hopelijk uitkomen.

maandag 2 juni 2008


JUDASPENNING

(Deel 2: de vruchten)


Een closeup van dezelfde plant waarop de zaaddozen / vruchten (de "penningen") goed te zien zijn. Zelfs de aparte zaden die er in zitten.

De plant als geheel bloeit vrij langdurig maar de individuele bloemetjes worden al snel vruchten en daardoor kan 1 plant zowel bloeien als reeds vruchten hebben. (Iets wat veel meer plantensoorten hebben).


JUDASPENNING

(Deel 1: de plant als geheel)


Dit is een foto van een plant die An alweer een poosje terug fotografeerde bij een tennisbaan in Schagen.

Van origine is dit een tuin sierplant afkomstig uit zuidoost Europa.

Door een aanverwante manier van zichzelf uitzaaien als de Balsemien is ie intussen ook overal ingeburgerd.

Op deze foto zijn de bladeren te zien en ook de bloemen en de zaaddozen. De zaaddozen zijn die bijna ronde platte dingen, die op muntjes lijken en waaraan ie zijn naam dankt.

Net als bij de Balsemien (wat wel een totaal andere plant is) heeft ie gemeenschappelijk dat bij aanraking van de rijpe vruchten de eigenlijke zaden er uit weg springen tot op een flinke afstand, en zo kan ie flink woekeren in tuinen, en intussen dus ook "in het wild".

Judaspenning = Lunaria Annua.

zondag 1 juni 2008


GEWONE SMEERWORTEL



Al eerder had ik Smeerwortels gefotografeerd en op de blog geplaatst maar tot nu toe waren het allemaal (vaal-)witte.

Dit is het eerste roze exemplaar dat ik dit jaar tegenkom, net als de vorige foto ook aangetroffen in de berm van de Vlijmenseweg. Op de achtergrond kan je vagelijk daar de auto's zien rijden.

De roze en de witte exemplaren zijn gewoon 1 soort, n.l. de Symphytum Officinale.

Verder bestaat er ook nog de Ruwe Smeerwortel en die heeft blauwe bloemen en heb ik nog nooit gezien.

Ook bestaan er nog enkele kruisingen tussen wilde soorten en ook echt gekweekte cultivars.

KNOOPKRUID (Deel 2: planten)


Hier nog een aantal exemplaren van Knoopkruid. In de berm van de weg met vrij druk verkeer, de Vlijmenseweg, vanaf waar je lopend het eerder beschreven dijkje op kunt en waar ook volop exemplaren groeien.

Toen ik zat te mikken om de foto handmatig scherp te stellen zag ik door de zoeker een insect op 1 van de bloemen landen, en toen heb ik maar meteen afgedrukt.

Pas toen ik de foto terugzag realiseerde ik me dat het wellicht geen Bij of Wesp is maar ook weer een Zweefvlieg.

zaterdag 31 mei 2008


KNOOPKRUID (Deel 1: bloem)


Niet ver van de vorige plant vandaan stond ook deze plant, een neefje ervan om zo maar te zeggen, van hetzelfde plantengeslacht.

De Nederlandse naam Knoopkruid ontleent ie aan het feit dat er onder de bloem een "knoop" zit, waarschijnlijk is dat het restant van de bloemknop.

Ik kwam de plant ooit voor het eerst tegen, eind jaren 70, in natuurpark Dartmoor in Devonshire, een graafschap in het zuidoosten van Engeland.

Later kwam ik em ook in Nederland tegen en zeldzaam is ie niet echt maar toch kan ik niet zeggen dat ik em de laatste jaren veel ben tegengekomen in deze contreien en ik vond het daarom erg leuk em weer eens te zien en nog in flinke aantallen ook, waarvan morgen acte.

Knopkruid heeft een hele reeks van Latijns-wetenschappelijke namen (daar zal vast wel een reden voor zijn) waaronder:
Centaurea Jacea,
Centaurea Pratensis,
Centaurea Nigra,
Centaurea Debeauxii,
Centaurea Microptilon
en
Centaurea Angustifolia.

GROTE CENTAURI


Deze zeer exorbitante bloem vond ik ook langs het dijkje en ik had zoiets nog nooit gezien. Qua uiterlijk zou je haast niet verwachten dat zo'n plant in Nederland voorkomt, maar dus toch wel :)

De bloem is vrij groot, inclusief de franje-achtige uitsteeksels wel zo'n 6 a 8 centimeter breed.

Het is een lid van het Centauri geslacht (qua Latijns-wetenschappelijke naam) waarvan ook de plant in het volgende bericht een vertegenwoordiger is; het Knoopkruid.

Er schijnt al bij voorbaat onder buitenstaanders ongeloof te bestaan dat ik het bij het rechte end heb qua soort. Vandaar dat ik link naar een aantal betrouwbare websites waarop er ook foto's van te zien zijn:
http://wilde-planten.nl/grote%20centaurie.htm

Wat ik me afvraag is hoe dit plantengeslacht aan zijn wetenschappelijke naam komt ? In de Griekse mythologie zijn Centaurs immers half paard half mens achtige wezen. Met het lijf van een paard en i.p.v. een Paardennek en kop, het torso van eens mens (man). Welke associatie of wat dan ook er tussen deze wezens en het plantengeslacht bestaat is me totaal bijster.

De plant is in Nederland behoorlijk zeldzaam maar hier in de oostelijke rivierengebied schijnt ie weer wat in opmars te zijn, maar hij staat nog steeds wel op de Rode Lijst, ook in Belgie.

Grote Centauri = Centaurea Scabiosa.


EEN CLADONIA KORSTMOS


Hier de continuering van een serie foto's die ik afgelopen woensdagmiddag 28 mei heb gemaakt, van voornamelijk planten, met uitzondering van deze foto.

Want korstmossen zijn geen planten maar een combinatie van een Schimmel tesamen met een Alg.

Al eerder heb ik er over geschreven en foto's van getoond, maar dat waren er allemaal soorten die inderdaad een korstachtig uiterlijk hadden.
Maar er bestaan ook korstmossen met een totaal ander uiterlijk. Een geslacht met soorten die de vorm hebben van slangetjes, buisjes, kokertjes en bekertjes. Dat geslacht heet Cladonia en wereldwijd bestaan er rond de 350 soorten van, waaronder er 50 ook in Nederland voorkomen. 20 daarvan staan op de Rode Lijst.

Ze groeien vooral op de heide, in duinen en zandverstuivingen en ook het dijkje waar ik die van bovenstaande foto vond is zeer zanderig.

Ik wist van het bestaan maar dit was de eerste keer dat ik er een in het echt zag. Ze zijn piepklein maar toch heb ik de foto niet super closeup gemaakt want door de kiezelstenen die er omheen liggen kan je zelf de afmetingen ervan inschatten.

Tot slot, ik weet helaas niet welke soort het is. Wie het wel weet verzoek ik dit te melden via een reactie hieronder.


JONGE REUZENBALSEMIEN


Min of meer toevallig krijg ik juist vandaag een foto van An van jonge Reuzenbalsemienen. Dat sluit dus mooi aan bij het laatste bericht van gisteren. An heeft deze plant in grote getale in de achtertuin.

Net als Klein Springzaad (in het vorige bericht) komt ook deze van origine uit de Himalaya en Noord India. De plant is in Europa geintroduceerd rond 1930, maar ikzelf kan ik me herinneren dat ie in de 70er jaren pas echt in veel tuinen opdook.

Het ironische was dan dat de buren em dan volgend jaar vanzelf ook hadden :) Zoals ik al eerder schreef kunnen
de zaden heel ver wegspringen en die zaadjes zijn blijkbaar ook zeer kiemkrachtig. Door die manier van zaden verspreiden wordt ie ook wel Springbalsemien genoemd.

Veel mensen, inclusief ikzelf, weren em vanwege die woekerzucht uit hun tuin. Door die woekerzucht is ie dus intussen ook verwilderd, daar schreef ik in het vorige bericht ook al over.

Anderzijds zijn het ook hele slappe, "waterige" planten, de stengels zijn hol en bij een flinke windvlaag kunnen ze omwaaien of anders toegetakeld worden. Eigenlijk durf ik van planten (dus ook van bomen) wel te beweren dat alles wat snel groeit vrij slap is.

vrijdag 30 mei 2008


EEN BALSEMIENACHTIGE


Dit is een nog vrij jong exemplaar maar toch is het plantje al aangevreten. Ik heb het wel eens eerder gezien maar toch kan ik het niet helemaal met zekerheid thuisbrengen.

Tijdens de wandeling was ik tesamen met een vriend en we dachten allebei aan een verwilderd exemplaar van de tuinplant Reuzenbalsemien (ook wel Springbalsemien genoemd). Maar nu ik de bladeren thuis vergelijk met foto's daarvan twijfel ik daar toch weer aan.

Ik denk nu eerder aan het verwante Klein Springzaad dat al veel langer inheems is maar dat oorspronkelijk uit de westelijke Himalaya komt.

Klein Springzaad wordt iets van een halve meter hoog en de Reuzenbalsemien kan wel 2 meter hoog worden.

De familie van beide soorten is die van de Balsemienachtigen. Beide soorten hebben later in het jaar vruchtdozen waaruit bij de geringste aanraking de zaden meters ver kunnen wegspringen en waardoor ze zichzelf enorm kunnen uitbreiden. Zo zag ik er vorig jaar aan het oostelijk einde van de Hervensedijk richting Rosmalen in de Heinis 100en exemplaren van de Reuzenbalsemien staan.

Klein Springzaad = Impatiens Parviflora.
Reuzenbalsemien = Impatiens Glandulifera.

BLOEIENDE AKKERWINDE (?)


Een poosje terug toonde ik al een plantje dat 1 van de Windesoorten is, ofwel Haagwinde of Akkerwinde.

Dat eerdere exemplaar bloeide nog niet maar deze wel. Die bloemen bloeien maar 1 dag en ze gaan bij donker weer ook dicht, maar afgelopen woensdagmiddag 28 mei was het prachtig zonnig weer dus ze stonden helemaal open en dan hebben ze een kelkachtige vorm waardoor ze in diverse dialecten pispotjes worden genoemd.

Ik heb niet de alertheid van geest gehad de soort te determineren en ik had ook geen determinatie Flora bij me en dan nog zou het lastig blijven. Van de Akkerwinde wordt gezegd, las ik pas zoeven, dat de bloemen naar Vanille ruiken, maar gezien de nauwe verwantschap kan ik me voorstellen dat dat bij Haagwinde ook het geval is.

Een kenmerk van de bloemen van de Haagwinde is dat ze vrijwel altijd spierwit zijn, zo herinner ik ze me ook van in de vroegere tuin. Slechts zelden zijn ze een beetje roze. Bij de Akkerwinde is het qua kleur net andersom; roze met wat wit, dus ik ben geneigd te denken dat dit Akkerwinde is .....

ECOSYSTEEM SPOORDIJKJE

Gisteren toonde ik al wat planten die groeien langs een oud spoordijkje aan de zuid(west)kant van 's-Hertogenbosch. Het is een oud industriespoorlijntje tussen de stad en de regio die de Langstraat wordt genoemd met dorpen zoals Vlijmen en Waalwijk, waar een leer- en schoenenindustrie was. Het lijntje is circa 100 jaar geleden aangelegd en in de vroege 70er jaren in onbruik geraakt. Het lijntje stond in de volksmond bekend als het Halvezolenlijntje.

Een stuk verderop gaat ie over een spoorbrug die in afgelopen jaren is gerestaureerd en die loopt over het moerasgebied de Moerputten dat tegenwoordig eigendom is van Staatsbobgeheer. Ditmaal was ik op het voorste stukje dijk (waar ie enkele 100en meters het station heeft verlaten).

Een officiele naam voor het dijkje kan ik niet vinden. Aan de zuidkant grenst het aan de graslanden van de Gement en vlak naast de dijk zijn in afgelopen maanden diverse bomen gekapt omdat daar de Gementweg moet komen. Dicht daarbij zag ik dus dik een week geleden een Vos.

Aan de andere kant van de dijk liggen een voormalige legerkazerne en de panden en terreinen van de School voor de Toekomst en het Koning Willem 1 College (dat op de achtergrond van de foto van de Vlierstruik van gisteren te zien was). Al die gebouwen liggen aan de Vlijmenseweg.

Via een hobbelig pad kan je vanaf die Vlijmenseweg op het dijkje komen. Het treinspoor en de bielzen zijn al decennia geleden verwijderd, maar de kiezelstenen zoals je die altijd tussen het spoor ziet liggen er nog steeds wel, waardoor het er vrij ruw is en je het ruderaal terrein kunt noemen.

Wat er zoal groeit heb je al iets van gezien, vandaag nog meer, en de planten die ik het bijzonderst vond bewaar ik tot morgen.

donderdag 29 mei 2008


WALSTRO (SOORT ONBEKEND)


Dit plantje waar ik ook altijd al een sympathie voor had en heb is een Walstro soort.

Vraag me niet welk soort want er bestaan in Nederland meer dan 20 soorten, allemaal nogal op elkaar gelijkend.

Sommige soorten hebben witte bloemetjes, andere gele bloemetjes of iets er tussen in qua kleur.

Diverse Walstro soorten zijn in ons land zelfs al uitgestorven.

Qua plantenfamilie hoort ie bij de Sterbladigen en daartoe horen ook Lievevrouwebedstro en Kleefkruid.

VLIER (Deel 2: de struik)


Dit is een solitair staande Vlierstruik zodat je de vorm en ook grootte goed kunt zien.


Deze is een meter of 4 a 5 hoog schat ik en ik heb em gefotografeerd vanaf een dijkje.

Over dat dijkje waar ik gisteren veel meer foto's heb gemaakt morgen meer. Over het eco-systeem aldaar en over het verleden van dat bijzondere dijkje. En natuurlijk ook over de individuele planten aldaar die ik er aantrof.

Nu even over de Vlier in het algemeen.

De bloesems van de Vlier ruiken heerlijk, dat weet en vind zowat iedereen wel. Je kunt er thee van maken en dat deed ik vroeger ook. Ook maakte ik van de bessen jam (die bessen zijn donkerblauw) en zo zijn er nog vele vele andere culinaire toepassingen waarvan een vriend me er ook een vertelde die ik niet kende. Het was zoiets als de bloesems in wat meel gedoopt frituren in hete oloie of zoiets.

Maar er is iemand anders die veel meer recepten kent en ook nog veel meer over Vlieren kan vertellen, dus daar plaats ik nu links naar:

Over de plant:
http://www.annetanne.be/kruidenklets/uit-de-kruidenmand/kruiden-o-z/sambucus-nigra-vlier
Recepten:
http://www.annetanne.be/kruidenklets/uit-de-kruidenmand/recepten/vlier-recepten

Tot slot wil ik vermelden dat de Vlier tesamen met Wilgen, Elsen en Eiken, etc. tot de originele autochtone houtachtige planten in Nederland behoort.

Vlier = Sambucus Nigra.


VLIER (Deel 1: de bloesem)


Deze foto is alweer van een poosje terug toen ik een bloeiende Vlierstruik vond in de achtertuin van een pandje alwaar ik ook op het ruderale terrein aan de voorkant wat planten had gefotografeerd.

De Vlier groeide daar op een nogal rare manier tussen bouwwerkjes door en vond het geen geschikt exemplaar voor een foto van de totale struik.

Andere Vlier struiken staan daar wel in de buurt: langs de Stadsdommel maar over geen van mijn foto's daarvan was ik echt tevreden, dus tot de tijd dat ik een goeie totaalfoto van een struik had heb ik dus ook deze foto opgespaard.

Gisteren kwam ik een fraaie struik tegen die solitair in een grasland stond aan de rand van de bebouwde kom van 's-Hertogenbosch.

woensdag 28 mei 2008


BOTERBLOEMEN (Deel 2)


Hier nog meer Boterbloemen van dezelfde locatie als de vorige foto.

Op deze foto zijn de bladeren wel te zien en laatst had ik het er al over dat er vele soorten Boterbloemen bestaan en plaatste ook een foto van de bladeren ervan. Ik beweerde toen dat het wellicht de Scherpe Boterbloem was.

Die had net zulke bladeren als deze maar intussen ben ik gaan twijfelen.

Misschien zou het ook de Kruipende Boterbloem kunnen zijn.
Dat zou nadere studie vergen van de bladeren.

Scherpe Boterbloem = Ranunculus Acris

Kruipende Boterbloem = Ranunculus Repens
Zoals aan de geslachtsnaam al te zien is zijn het leden uit de Ranonkel familie.

BOTERBLOEM (Deel 1)


Hier nog een overgebleven foto van An van laatst.
Knap gedaan want zowel An als ikzelf hadden het al eerder geprobeerd met Boterbloemen, maar door het vettige laagje op de bloemblaadjes reflecteren die dermate veel licht dat je foto binnen de kortste keren overbelicht raakt.

Ik twijfelde nog even of het wel een Boterbloem was want An had em ook weer langs een slootkant gefotografeerd. Als ie IN het water zou groeien had het ook een Dotterbloem kunnen zijn, die bloemen lijken er sterk op maar de bladeren zijn totaal anders, dus vroeg ik om een extra foto met de bladeren er op. Dat is die in het volgende bericht geworden.

dinsdag 27 mei 2008


IN NL BESCHERMDE SOORTEN

(WETGEVINGEN)

N.a.v. de onlangs bijna bedreigde Orchissen in het Bossche Westerpark had ik een tijdje geleden al eens flink zitten spitten in de wetgeving hier omtrent.
Al snel kwam ik uit bij het Ministerie van LNV (LNV staat voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ik had verwacht dat de V zou staan voor Visserij maar nee dus).

Alle info die je zoekt staat online maar die website van dat Ministerie vond ik een regelrechte ramp. Zelfs met de ZOEK FUNCTIE en de SITEMAP vond ik nog niet wat ik zocht.

Ook had ik i.v.m. die Orchissen contact gezocht met een beleidsmedewerker van de Brabantse Milieu Federatie en die stuurde me onlangs per email een aantal PDF brochures.

Ik ben nog eens naar die site geweest en na meer dan een uur zoeken (ik vind mezelf toch wel een ervaren surfer) heb ik hun lijst met brochures, handreikingen en ander materiaal gevonden.

Ik heb meteen ook maar gekeken naar de wetgeving betreffende de jacht omdat ik het onlangs ook nog had over de plannen om de jacht op Vossen in de Gement bij Vught weer toe te laten.

Hier een aantal rechtstreekse links naar die PDF files (als je erop klikt krijg je meteen het venstertje met de keuze "OPENEN" of "OPSLAAN".

Brochure over de Flora- en Faunawet in de praktijk. Deze is bedoeld voor iedereen die buiten aan het werk gaat op plaatsen waar zich mogelijk beschermde planten of dieren bevinden, zoals wegenbouwers. Publicatie datum: 14 april 2005
http://www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=14765

Ter bescherming van onvervangbare flora en fauna. Publicatie datum: 27 maart 2002
http://www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=14900

Ondernemen en flora en fauna. Publicatie datum: 01 maart 2003
http://www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=14914

Jacht en beheer en schadebestrijding. Publicatie datum: 01 april 2002
Deze folder gaat in op de gevolgen van de Flora- en faunawet voor het uitoefenen van jacht en beheer en schadebestrijding.

http://www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=14736

Lijst van alle soorten beschermd onder de Flora- en faunawet. Publicatie datum: 16 juni 2005.
Tabellen met alle beschermde soorten van de Flora- en faunawet (Ffwet). De tabellen zijn onder andere nodig bij ontheffingverlening voor artikel 75 van die wet.
http://www.minlnv.nl/cdlpub/servlet/CDLServlet?p_file_id=14091

Dat het ooit nog eens zo ver zou komen dat ik me in wetgeving ging verdiepen had ik van mezelf niet verwacht.

Zo zie je maar, hoe een Haas een Koe vangt :)

Hier in ieder geval rechtstreekse links naar de onderwerpen die ik de laatste tijd op de blog aankaartte.