"ONTSNAPTE" SIERDISTEL ?
Deel 2: knoppen bijna in bloei

Een closeup van de knoppen die bovenop al geel aan het worden zijn. Maar ik betwijdel zeer sterk of ie ook geel gaat bloeien, want vrijwel alle Distelsoorten hebben paars-achtige bloemen.





Er staan heel veel macro-foto's in van Korstmossen maar de boektitel dekt niet helemaal de lading want ook de historie van de vestingswerken van rond 1600 worden er in beschreven.
En OOK een aantal zaadplanten en spoorplanten. Van dat laatste o.a. diverse Varensoorten die op muren groeien en de Muurvaren heb ik al eerder getoond en die groeit ook op muurtjes elders en is vrij algemeen. De veel zeldzamer Steenbreekvaren groeit aan de overkant van dezelfde Haven, maar die staan op een dermate lastige plek dat ik flink wat toeren zou moeten uithalen om em te fotograferen.
In het boek worden ook 2 zaadplanten vernoemd die typisch op dit soort muren groeit en dit is er 1 van en bij deze wordt daar zelfs in de Nederlandse naam naar verwezen, de Muurleeuwenbek. Hij heeft de neiging om te kruipen met lange stelen en groeit het liefst op vochtige muren en in de schaduw.
De blaadjes zijn amper een centimeter groot en dan kan je zelf wel inschatten hoe piepklein die bloemtjes zijn.
Hier in de stad zie je em op veel meer plekken hoor, niet alleen maar op die vestingsmuren; hij groeit sinds kort ook pal van mijn deur tussen de richels van de stoeptegels.
Van origine komt het plantensoort uit gebergten zoals de zuidelijke Alpen en de Apennijnen en bergen in de Balkan. Hij is ooit als sierplantje gekweekt en daarna in heel Europa vewilderd.
Muurleeuwenbek = Cymbalaria Muralis (of Linaria Cymbalaria)
Familie der Helmkruidachtigen.























Maar deze foto is een dag later gemaakt (op maandag 23 juni) en ook op een totaal andere locatie, dus wie weet is het ook wel een ander soort dan op de vorige foto's.
Sinds pas een paar uur geleden ken ik het onderscheid tussen de diverse soorten dankzij



